
Op 15 Juni
trad
de nieuwe wet in werking met betrekking op het rijden met een ICD
Doe er je voordeel mee
Wijziging Regeling eisen
geschiktheid 2000 en Regeling codering beperkingen rijbevoegdheid
Wijziging van de Regeling
eisen geschiktheid 2000 en de Regeling codering beperkingen rijbevoegdheid in
verband met een nuancering van de gevallen waarin Code 100 wordt toegekend,
evenals een enkele andere wijziging
Het Reglement rijbewijzen;
Besluit:
Artikel I
De bij de Regeling eisen
geschiktheid 20001 behorende bijlage wordt als volgt gewijzigd:
A
Punt 6.7.4 komt te luiden:
6.7.4 Implanteerbare
cardioverterdefibrillator Voor personen bij wie een implanteerbare
cardioverter-defibrillator (ICD) is ingebracht, is altijd een specialistisch
rapport van een cardioloog met kennis en ervaring op dit gebied vereist. Deze
personen zijn ongeschikt gedurende een observatieperiode van twee maanden na
implantatie. Blijkt aan het einde van deze periode dat het apparaat geen
elektroshocks heeft afgegeven, dan wel dat zich tijdens stimulatie door de ICD
geen ernstige hemodynamische problemen hebben voorgedaan, dan kunnen bedoelde
personen voor een beperkte termijn geschikt worden verklaard voor rijbewijzen
van groep.
1. De maximale
geschiktheidstermijn is vijf jaar. Wanneer een ICD in of na bedoelde
observatieperiode
één of meer stroomstoten
heeft afgegeven, geldt ongeschiktheid. Blijkt uit specialistisch onderzoek dat
deze elektroshocks
terecht zijn afgegeven, dan is de betrokkene ongeschikt gedurende
minimaal twee maanden na de laatste shock.
In geval van misplaatste
shocks zijn ICD-dragers ongeschikt, totdat de kans op dergelijke shocks
voldoende is
gereduceerd door het opnieuw afstellen van de ICD. Het laatste moet
blijken uit een observatieperiode van minimaal
twee maanden na
herafstelling van de ICD. Personen met een ICD zijn in alle gevallen ongeschikt
voor rijbewijzen van
groep 2.
Strenge eisen moeten worden
gesteld aan aanvragers van een rijbewijs van groep
1, die dit rijbewijs
beroepsmatig gebruiken. Zij zitten vele uren achter het stuur en dragen grote
verantwoordelijkheden.
Dragers van een ICD kunnen
daarom in beginsel alleen geschikt worden verklaard als het gebruik wordt
beperkt tot
privé-gebruik. In individuele gevallen kan een uitzondering worden gemaakt
op de beperking tot privé-gebruik voor een termijn van maximaal vijf jaren en
kan het rijbewijs ook worden gebruikt voor bepaalde vormen van beroepsmatig
gebruik.
Voorwaarde is keuring door
een specialist en een verklaring van de werkgever waaruit blijkt dat niet meer
dan vier uren
per dag beroepsmatig gebruik wordt gemaakt van het rijbewijs. Deze
uitzondering is niet mogelijk indien het
beroepsmatig gebruik betrekking heeft op het vervoeren van personen of het
onder toezicht doen besturen van derden.
B
Punt 7.5.1, eerste alinea,
komt te luiden:
Strenge eisen moeten worden
gesteld aan aanvragers van een rijbewijs van groep
1, die dit rijbewijs
beroepsmatig gebruiken (bijvoorbeeld taxichauffeurs, chauffeurs van busjes voor
personenvervoer,
maar ook voor het onder toezicht doen besturen van een motorrijtuig
door een derde). Zij zitten vele uren achter het
stuur en dragen grote verantwoordelijkheden. Aan hen moeten daarom
dezelfde eisen worden gesteld als aan personen
met een groep 2-rijbewijs.
Aanvragers van een groep
1-rijbewijs die niet tevens voldoen aan de eisen voor groep 2, kunnen daarom in
beginsel alleen geschikt worden verklaard als het gebruik wordt beperkt tot
privé-gebruik. In individuele gevallen kan een uitzondering
worden gemaakt op de
beperking tot privé-gebruik voor een termijn van maximaal vijf jaren en kan het
rijbewijs
ook worden gebruikt voor bepaalde vormen van beroepsmatig gebruik.
Voorwaarde is keuring door een specialist
en een verklaring van de werkgever waaruit blijkt dat niet meer
dan vier uren per dag beroepsmatig gebruik wordt
gemaakt van het rijbewijs. Deze uitzondering is niet mogelijk indien
het beroepsmatig gebruik betrekking heeft
op het vervoeren van personen of het onder toezicht doen besturen
van derden.
C
Punt 7.6.1, eerste alinea,
komt te luiden:
Strenge eisen moeten worden
gesteld aan aanvragers van een rijbewijs van groep 1, die dit rijbewijs
beroepsmatig gebruiken
(bijvoorbeeld
taxichauffeurs, chauffeurs van busjes voor personenvervoer, maar ook voor het
onder toezicht doen
besturen van een motorrijtuig door een derde). Zij zitten vele uren
achter het stuur en dragen grote verantwoordelijkheden.
Aan hen moeten daarom
dezelfde eisen worden gesteld als aan personen met een groep 2-rijbewijs.
Aanvragers
van een groep 1-rijbewijs die niet tevens voldoen aan de eisen
voor groep 2, kunnen daarom in beginsel alleen geschikt
worden verklaard als het
gebruik wordt beperkt tot privé-gebruik. In individuele gevallen kan een
uitzondering
worden gemaakt op de
beperking tot privé-gebruik voor een termijn van maximaal vijf jaren en kan het
rijbewijs
ook worden gebruikt voor bepaalde vormen van beroepsmatig gebruik.
Voorwaarde is keuring door een specialist
en een verklaring van de werkgever waaruit blijkt dat niet meer
dan vier uren per dag beroepsmatig gebruik wordt
gemaakt van het rijbewijs. Deze uitzondering is niet mogelijk indien
het beroepsmatig gebruik betrekking heeft
op het vervoeren van personen of het onder toezicht doen besturen
van derden.
Artikel II
De bij de Regeling
coderingen beperkingen rijbevoegdheid2 behorende bijlage wordt als volgt
gewijzigd:
Het onderdeel ‘Nationale
codes
100. Alleen tijdens
privé-gebruik.’ Komt te luiden: Nationale codes 100. Alleen tijdens
privé-gebruik
101. Tijdens privé-gebruik,
en tijdens beroepsmatig gebruik, niet zijnde vervoer van personen of het onder
toezicht
doen besturen van derden, voor maximaal vier uren per dag.
Artikel III
Deze regeling treedt in
werking met ingang van 15 juni 2004. VW
Uit: Staatscourant 8 juni
2004, nr. 106 / pag. 13 1
Deze regeling zal met de
toelichting in de Staatscourant worden geplaatst.
De Minister van Verkeer en
Waterstaat, K.M.H. Peijs.
Toelichting
Inleiding
De onderhavige wijzigingen
van de Regeling eisen geschiktheid 2000 en de Regeling codering beperkingen
rijbevoegdheid
hebben tot doel om, vooruitlopend op een bredere herijking van de
medische eisen aan rijbewijshouders, een nadere nuancering aan te brengen in de
toepassing van de zogenaamde code 100, het gebruik van het rijbewijs alleen
voor
privé-doeleinden. De reden hiervoor is gelegen in het feit dat de tot nu toe
bestaande regeling te grofmazig was.
Om deze reden is besloten
tot een herformulering van het begrip ‘privégebruik’
die beter aansluit bij de
adviezen van de Gezondheidsraad op dit gebied1. Met deze regeling is
uitvoering gegeven aan de toezegging gedaan bij het
Algemeen Overleg op 10
maart 2004
(Tweede Kamer, vergaderjaar
2003/04,
Van de gelegenheid is
gebruik gemaakt om tevens uitvoering te geven aan een advies van een Commissie
van Deskundigen
van 19 mei 2004 over het gebruik van de cardioverter-defibrillator
(ICD, een soort pacemaker). Voorgeschiedenis
Tot 2000 was het voor
rijbewijshouders van groep 1 (personenauto en motor) met een geïmplanteerde ICD
geheel verboden
om te rijden. Rijbewijshouders van groep 1 met een hersentumor
mochten tot
zij niet waren geopereerd en voor rijbewijshouders van groep 1 met
doorbloedingsstoornissen van de hersenen gold
tot 2002 een rijverbod van tenminste een jaar.
Op basis van adviezen van
de Gezondheidsraad betreffende de hier bovengenoemde aandoeningen is afgestapt
van
de weergegeven verboden en is privé-gebruik toegestaan. Het
begrip ‘privé-gebruik’ werd strikt geïnterpreteerd en uitzonderingen waren niet
mogelijk. Onder ‘privé-gebruik’ werd verstaan het ‘niet-beroepsmatig gebruik’.
Woon–werkvervoer werd
aangemerkt als privé-gebruik. Bij de toepassing bleek dit onderscheid zoals
gezegd te
grofmazig: zo kon de betrokken rijbewijshouder bij wijze van spreken
urenlang privé achter het stuur zitten, maar was het
hem verboden om beroepsmatig een half uurtje te rijden om een paar
pakjes af te leveren. In een aantal kamervragen
(voorbeelden) en laatstelijk bij het Algemeen
Overleg van 10 maart 2004
heeft de
Tweede Kamer voor dit
probleem de
aandacht gevraagd.
Nieuwe regeling De nieuwe
regeling rond de ‘code 100-zaken’ heeft betrekking op houders van
het groep 1-rijbewijs aan wie een verklaring van geschiktheid is
afgegeven voor privé-gebruik, en die het rijbewijs willen
gaan gebruiken voor beroepsmatig vervoer. Op grond van de nieuwe
regeling kunnen deze rijbewijsbezitters het Hoofd
Medische Zaken van het CBR
verzoeken om afgifte van een verklaring van geschiktheid voor een periode van
maximaal vijf jaren. Voorwaarde is keuring door een specialist en een
verklaring dat niet meer dan
vier uren beroepsmatig
gebruik wordt gemaakt van het rijbewijs. Deze verklaring dient te zijn
afgegeven door de
werkgever. De uitzondering geldt niet indien de aanvrager het rijbewijs
beroepsmatig wil gaan gebruiken voor
het vervoeren van personen of het doen besturen van een
motorrijtuig door een derde. De reden hiervoor is gelegen in
het feit dat deze bestuurders in zijn algemeenheid lang achter het
stuur zitten dan wel een grote verantwoordelijkheid dragen. Gekozen is voor
deze scheidslijn van vier uur zakelijk vervoer per dag op basis van twee - reeds hierboven
genoemde - adviezen van de Gezondheidsraad. In zijn advies van 26
januari 2000 over de ICD stelt de Gezondheidsraad
namelijk zakelijk gebruik van een motorrijtuig niet toe te staan indien
het belangrijkste deel van de dag het motorrijtuig
zakelijk wordt gebruikt. In het advies van 4 juli 2001 betreffende tumoren
en doorbloedingsstoornissen van de
hersenen, adviseert de Gezondheidsraad vele uren zakelijk gebruik niet
toe te staan. Gelet hierop is vooralsnog gekozen
voor de tijdspanne van vier uur. Met de keuze voor deze periode
wordt de kans op herhaling teruggebracht. Op
deze wijze is ernaar gestreefd een balans te vinden tussen
enerzijds de wens om een rijbewijsbezitter niet onnodig te
beperken in zijn bewegingsvrijheid, en anderzijds het recht van de
maatschappij om te worden beschermd tegen onaanvaardbare risico's. De
tijdsbeperking is bij het privé-gebruik niet nodig geacht
omdat in een dergelijke situatie betrokkene in de regel minder dan vier uren
achter het stuur zal zitten dan bij
beroepsmatig gebruik het geval is. Het CBR geeft een verklaring van geschiktheid
af indien de desbetreffende
rijbewijsbezitter aan de gestelde medische eisen en voorwaarden gesteld aan de
werksituatie voldoet. Om na verloop
van de geldigheidsduur wederom in aanmerking te komen voor een
verklaring van geschiktheid voor een periode
van maximaal vijf jaar, met een beperking tot privé-gebruik en
beperkt beroepsmatig gebruik, zal wederom aan
de gestelde eisen en voorwaarden moeten worden voldaan. Mits de
medische situatie van betrokkene het toelaat zal
voor de beoordeling van de werksituatie in alle gevallen waarin
geen sprake is van beroepsmatig gebruik voor het vervoeren
van personen of het onder toezicht doen besturen van een
motorrijtuig door een derde als uitgangspunt worden
gehanteerd dat dagelijks maximaal vier uren per dag zakelijk mag worden
gereden.
Artikelsgewijze toelichting
Artikel I
Onderdeel A
Op 26 januari 2000 heeft de
Gezondheidsraad op verzoek van de Ministers van Verkeer en Waterstaat en van
Volksgezondheid, Welzijn en
Sport een advies uitgebracht over de geschiktheid tot het deelnemen aan het
gemotoriseerd
verkeer van personen met een geïmplanteerde ICD2. De daarin gedane
aanbevelingen om personen met een ICD onder
strikte voorwaarden geschikt te verklaren voor de rijbewijzen van
groep 1 zijn destijds overgenomen en dat leidde tot
wijziging van de eisen aan de lichamelijke en geestelijke geschiktheid
voor het besturen van motorrijtuigen3.
Intussen is de stand van
zaken in de medische wetenschap voortgeschreden en kwamen er meer en meer
berichten
dat de eisen rondom de geschiktheid bij een ICD bijstelling
behoefden. Daarom is prof. Dr. M.J. Schalij, cardioloog, verzocht
een commissie van deskundigen op dit gebied te vormen met als doel
nader advies hierover uit te brengen. Op
19 mei 20044 heeft de commissie
advies uitgebracht aan het CBR en de Minister van Verkeer en Waterstaat. De
voorstellen
van de commissie houden in dat de termijn van ongeschiktheid na
implantatie van de ICD of na afgifte van een
shock kan worden teruggebracht naar twee maanden en dat het
onderscheid tussen de profylactische en therapeutische
geïmplanteerde ICD kan komen te vervallen. Dit advies is overgenomen en in
het gewijzigde artikel verwerkt.
Artikel II
Dit artikel voorziet in een
wijziging van de Regeling codering beperkingen rijbevoegdheid en wel in een
nadere uitsplitsing
van het begrip privé-gebruik. Daartoe zijn thans onder het kopje privégebruik twee codes opgenomen. De
eerste, code 100, is dezelfde als de oude code 100: het rijbewijs mag
alleen worden gebruikt voor privé-gebruik, woon–
werkverkeer daaronder begrepen. De tweede code, code 101, is de code voor
het ‘privé-gebruik plus’: het rijbewijs mag worden gebruikt voor privégebruik, alsmede voor
beroepsmatig verkeer, niet zijnde vervoer van personen of het onder toezicht
doen besturen van motorrijtuigen, voor de duur van maximaal vier uren per dag.
De Minister van Verkeer en Waterstaat, K.M.H. Peijs.
1 Gezondheidsraad:
Rijgeschiktheid van personen met een geïmplanteerde cardioverter-defibrillator,
Nr. 2000/02, Den
Haag, 26 januari 2000;
Gezondheidsraad:
Rijgeschiktheid van mensen met tumoren of doorbloedingsstoornissen van de
hersenen, Nr. 2001/18,
Den Haag, 4 juli 2001.
2 Gezondheidsraad:
Rijgeschiktheid van personen met een geïmplanteerde cardioverter-defibrillator.
Den Haag:
Gezondheidsraad, 2000;
publicatie nr. 2000/02 (www.gr.nl).
3 Regeling eisen
geschiktheid 2000 (Stcrt. 2000, 99).
4 Commissie Schalij:
Rijgeschiktheid van personen met een
ICD. Rijswijk: CBR, 2004 (www.cbr.nl).
Uit: Staatscourant 8 juni
2004, nr. 106 / pag. 13 3