Wat is een pacemaker ?
Een pacemaker is een pulse generator en bestaat uit een geminiaturiseerd elektronisch circuit en een compacte batterij. Het geheel is omgeven door een titanium behuizing.

Er bestaan zowel éénkamer (meestal VVI of rechterkamer stimulatie, minder frequent AAI of rechter voorkamer stimulatie) als tweekamer (meestal DDD) pacemakers.

De pacemaker is door middel van leads (draden) verbonden met de
rechter kamer en/of rechter voorkamer.
Een lead is eigenlijk een elektrische
draad omgeven door isolatiemateriaal. Via de leads voelt de
pacemaker de elektrische activiteit in het hart en kan hij indien nodig ook het
hartspierweefsel gaan stimuleren.
Leads kunnen zowel passief (met vleugeltjes zodat ze ergens kunnen
blijven achter haken) als actief (bezitten een klein schroefje om de lead vast te zetten in de wand - meestal is dit de lead voor de rechter voorkamer) zijn.

De meeste leads hebben aan hun uiteinde een klein reservoir met corticoïden. Normaal ontstaat door de implantatie een ontstekingsreactie die nu door de lokale corticoïden wordt geminimaliseerd en is er een optimaal contact tussen lead en wand.
Wanneer wordt een
pacemaker ingeplant ?
Een pacemaker is noodzakelijk bij belangrijke geleidingsstoornissen in het hart, wat resulteert in een onvoldoende pompwerking van het hart zoals bij hoge graad AV bloks en bij ernstige Sinusknoopziekte. Deze kunnen immers aanleiding geven tot duizeligheid en syncope (flauwvallen met bewustzijnsverlies) kunnen optreden. Bij brady-tachy syndromen is een vaak nodig omdat enerzijds vertragende medicatie moet worden gegeven om de episoden van snelle hartslag te vermijden en er dan anderzijds juist door die medicatie episoden zullen zijn van te trage hartslag met eveneens duizeligheid en syncope tot gevolg.
Hoe wordt een
pacemaker ingeplant ?
Bij implantatie van een pacemaker moet u volledig nuchter zijn
gedurende 6 uur. De procedure gebeurt enkel met lokale verdoving. Nadien wordt
iets onder het buitenste derde van het sleutelbeen een korte insnede gemaakt van een drietal centimeter, iets onder het
sleutelbeen.
De implantatie gebeurt meestal aan de rechterzijde, soms maakt een
uitzondering, bv bij jagers.
Nadien wordt een klein bloedvatje opgezocht en worden de beide leads doorheen dat bloedvatje in de rechterhartkamer en voorkamer aangebracht.
Soms is dat kleine bloedvat niet aanwezig en wordt de grote vene onder het
sleutelbeen aangeprikt.
De positie van de leads wordt gecontroleerd met radioscopie
(X-stralen). Nadien wordt de functie en positie van alle leads getest en indien
nodig ook aangepast.

Onder de huid en de oppervlakkige vetlaag wordt dan een holte
vrijgemaakt waar de pacemaker ingeplaatst wordt.
Alles wordt grondig ontsmet. De huid wordt gesloten met verschillende lagen
draad.
Afhankelijk van het type draad van de bovenste laag dient u al dan
niet een tiental dagen na inplantatie uw huisarts te
contacteren voor verwijderen van de hechtingen.
De eerste 24uur na
plaatsing wordt de arm in een draagdoek tegen het lichaam gehouden om losraken
van de pas geplaatste leads of een verplaatsing van de pacemaker te vermijden.
De eerste weken mogen met de arm aan wiens zijde de
pacemaker werd geplaatst geen zware lasten worden getild en mag die arm niet
boven het hoofd worden gehouden (haar kammen!).
48uur na inplantatie gebeurt een
controle radiografie om de positie van de leads te controleren en wordt de
pacemakerfunctie een eerste maal gecontroleerd.
De eerste controle gebeurt reeds tijdens
de hospitalisatie waarin hij werd geplaatst. Eén maand later volgt een tweede
controle gezien door de onstekingsreactie tussen de lead en de wand de gevoeligheid nog kan veranderen. Nadien
is een zesmaandelijkse controle noodzakelijk.
De controle gebeurt met een speciale computer of programmer. Via dit uitleestoestel gebeurt doorheen de huid
(pijnloos) een controle van de verschillende instellingen van de pacemaker, van
de levensduur van de batterij en van de status van de leads. Eventueel kan
langs deze weg de pacemaker ook worden geherprogrammeerd.

Belangrijke opmerkingen / informatie in verband met uw Pacemaker
Volgens de wet mag de patiënt de eerste maand geen wagen besturen.
Nadien is er geen enkel bezwaar. Ook het dragen van een veiligheidsgordel
blijft verplicht.
Eenmaal de pacemaker goed vastzit zijn
er geen beperkingen wat betreft het bewegen van armen of schouders. Contactsporten (bvh. judo, boksen, rugby) worden best niet verder beoefend.
Het is raadzaam om de antidiefstal poortjes van warenhuizen en metaaldetectorben te vermijden. Men kan daarbij steeds de
pacemakeridentificatiekaart laten zien. Best buigt men niet over een dynamo van
een auto als de motor loopt.
Het is steeds nuttig de fysiotherapeut, tandarts en
schoonheidsspecialiste te melden dat men een pacemaker draagt. Hierdoor kan men
vermijden dat apparaten met elektromagnetische velden in de buurt van de
pacemaker komen.
Beroepen waarbij gewerkt wordt met elektrisch booglassen,
hoogspanning, radar, radio- en tv- zenders, industriële elektromotoren,
inductieovens en inductietransformatoren mogen niet meer beoefend worden.
Wanneer men met een vliegtuig wilt
reizen, kan de pacemaker de metaaldetector bij de veiligheidscontrole activeren
en kan de pacemaker gestoord worden. Het is zeker aangeraden een bewijs mee te
nemen dat men drager is van een pacemaker. Wanneer men afgetast wordt met een
handmagneetstaaf (detector) mag deze niet boven de pacemaker gehouden worden.
Het tonen van de pacemakeridentificatiekaart kan dit probleem oplossen.
Alle huishoudelijke apparaten mogen gebruikt worden. Ook de microgolfoven. Infrarode stralen zoals bij de
afstandsbediening van tv, radio of auto zijn volstrekt ongevaarlijk
Zaktelefoons of S’s moeten minimum op
Seksuele betrekkingen
Vele patiënten en partners maken zich zorgen om de inspanningen
die geleverd worden tijdens het vrijen. De hartslag neemt toe en de bloeddruk
stijgt, deze inspanning is te vergelijken met de inspanning geleverd bij het
bestijgen van een 2 verdiepingen hoge trap. Kan u dit zonder problemen dan bestaat er geen beperking.
Bij elke opname in het ziekenhuis of bezoek aan de arts, tandarts
of andere paramedisch personeel is het steeds nuttig te melden dat men drager
is van een pacemaker. Ook dient de cardioloog verwittigd
te worden als de patiënt diathermie of bestraling moet ondergaan. Best wordt
met de cardioloog contact opgenomen vooraleer men overgaat tot een gal- of een
niersteen vergruizing of een andere heelkundige ingreep, gezien de trillingen
tijdens deze procedures kunnen interfereren met de normale pacemakerwerking.
Wegens de sterke magnetische velden is dit onderzoek verboden bij
patiënten met een pacemaker. Gewone radiologische onderzoeken en echografie
zijn volstrekt ongevaarlijk. Doch is het raadzaam de radioloog in te lichten.
Een hoge dosis ioniserende stralen kan de pacemaker beschadigen.
Wanneer geneesmiddelen om het hartritme te controleren gestart
worden (beta-blokkers,antiaritmica), dient men de geneesheer
te melden dat men drager is van een pacemaker. Deze geneesmiddelen kunnen de pacingdrempel (de energie nodig om het hart te stimuleren)
verhogen. Soms is het nodig de pacemaker op een hoger
voltage te programmeren.
levensverzekering, autoverzekering
Het is best de verzekeringsmakelaar op de hoogte te brengen dat
men drager is van pacemaker,
Elektrische dekfibrillatie van het hart kan ernstige schade
toebrengen aan de pacemaker. Indien een elektrische dekfibrillatie noodzakelijk
is, dienen de "paddels" loodrecht geplaatst te worden, op as tussen
de pacemaker en de pacemakerleiding.
Bij crematie is het bij wet verplicht de pacemakerbatterij vooraf te verwijderen.
Bron: pacemakerinfo