Aritmogene Rechter Ventrikel Dysplasie (ARVD)

 

Aritmogene Rechter Ventrikel Dysplasie (ARVD) ARVD is een elektrische storing van het hart, die vaker van invloed is op het rechterventrikel (Figuur 10) dan het linkerventrikel. Cardiomyopathie betekent een hartspierziekte.
De meest recente definitie van ARVD is de volgende: een hartspierziekte die gekenmerkt wordt door de vervanging van hartspierweefsel door vezelig litteken- en vetweefsel. De rechterventrikel wordt daar gewoonlijk het meest door aangetast. Aantastingen door ARVD zijn vaak onregelmatig verspreid, zodat abnormale gebieden omgeven kunnen worden door normale. Als het hart wordt onderzocht, kan het lijken alsof de rechterkant van het hart in een vroeg stadium van de ziekte verdikt is, maar later kan het hart verwijd (vergroot) raken en een dunnere wand krijgen. Het spierweefsel neemt af en in plaats daarvan komen er dunne laagjes vet- en bindweefsel - Figuur 1b.
Men dacht eerst dat alleen de rechterkant van het hart werd aangetast, maar nu onderkent men dat ook de linkerkant van het hart kan worden aangetast.
De ziekte kan progressief zijn, en komt binnen bepaalde families vaker voor Wat is de oorzaak van ARVD?

De precieze oorzaak van ARVD is niet bekend. In sommige families is er een duidelijk bewijs voor. De lokalisatie van zes genen is vastgesteld; de precieze aard van genetische afwijkingen is vooralsnog niet bekend. In de meeste families waar meer dan één persoon de ziekte heeft, lijkt de wijze van overerving autosomaal dominant te zijn. Er is ook tenminste één duidelijk onderkende variant van ARVD met een autosomaal recessief patroon van overerving, waarvan het veroorzakende gen kort geleden is geïdentificeerd

 

 

Aritmogene Rechter Ventrikel Dysplasie (ARVD)


Belangrijk!

Voor veel mensen die Aritmogene Rechter Ventrikel Dysplasie hebben, zal deze niet de kwaliteit of de levensduur beperken. Enkelen zullen echter belangrijke symptomen ervaren en lopen het risico plotseling te overlijden. Beoordeling door een cardioloog wordt aanbevolen om de diagnose te stellen en te bepalen wat de vooruitzichten zijn en hoe complicaties kunnen worden behandeld.


Introductie

Deze tekst is een vertaling van een Engelse website over cardiomyopathieën. Deze website is bedoeld voor iedereen die graag meer wil weten over de hartaandoening Aritmogene Rechter Ventrikel Dysplasie (ARVD). De tekst is samengesteld in overleg met artsen, ander medisch personeel en mensen die de aandoening (ziekte) hebben. De inhoud ervan richt zich op de belangrijkste vragen en zorgen van de betrokkenen en hun familie over de ziekte.
Medische termen die de aandoening beschrijven en die men tegen kan komen in gesprekken met artsen, zijn opgenomen en uitgelegd in de tekst. Bovendien worden woorden die zowel vet- als schuingedrukt zijn omschreven in een woordenlijst achter in de brochure.
De inhoud van deze brochure bevat geen officiële richtlijnen voor het vaststellen of de behandeling van de aandoening.
Voor iedere persoon moeten deze individueel bepaald worden.

 

Geschiedenis en andere namen

Hoewel deze ziekte pas kort geleden onderkend is, heeft zij al verschillende namen gekregen die in feite allemaal naar dezelfde aandoening verwijzen. Namen, die gebruikt worden zijn o.a. Aritmogene Rechter Ventrikel Dysplasie/ Cardiomyopathie (ARVD/C), Aritmogene Rechter Ventrikel Dysplasie (ARVD) of Aritmogene Rechter Ventrikel Cardiomyopathie (ARVC).


Wat is Aritmogene Rechter Ventrikel Dysplasie?


ARVD is een elektrische storing van het hart, die vaker van invloed is op het rechterventrikel (Figuur 10) dan het linkerventrikel. Cardiomyopathie betekent een hartspierziekte.
De meest recente definitie van ARVD is de volgende: een hartspierziekte die gekenmerkt wordt door de vervanging van hartspierweefsel door vezelig litteken- en vetweefsel. De rechterventrikel wordt daar gewoonlijk het meest door aangetast.
Aantastingen door ARVD zijn vaak onregelmatig verspreid, zodat abnormale gebieden omgeven kunnen worden door normale.
Als het hart wordt onderzocht, kan het lijken alsof de rechterkant van het hart in een vroeg stadium van de ziekte verdikt is, maar later kan het hart verwijd (vergroot) raken en een dunnere wand krijgen. Het spierweefsel neemt af en in plaats daarvan komen er dunne laagjes vet- en bindweefsel - Figuur 1b.
Men dacht eerst dat alleen de rechterkant van het hart werd aangetast, maar nu onderkent men dat ook de linkerkant van het hart kan worden aangetast.
De ziekte kan progressief zijn, en komt binnen bepaalde families vaker voor.

Figuur 1a
Regelmatige rijen hartspiercellen.

Figuur 1b
Spiercellen verliezen hun onderlinge samenhang en worden vervangen door bind- en vetweefsel.

 

Hoe vaak komt Aritmogene Rechter Ventrikel Dysplasie voor?

Iedereen kan ARVD krijgen. Gewoonlijk presenteert de aandoening zich klinisch voor het eerst in de tienertijd of bij beginnende twintigers. Het is ongebruikelijk dat de aandoening boven de 40 voor het eerst waargenomen wordt. Evenzo is het ongewoon dat de aandoening problemen veroorzaakt in de kindertijd, alhoewel enkele gevallen bekend zijn. Het lijkt erop dat mannen en vrouwen van welke etnische afkomst ook ARVD kunnen krijgen.
Nu er meer over de ziekte bekend is, realiseert men zich dat de ziekte misschien wel vaker voorkomt dan men eerst dacht. Het is heel moeilijk te taxeren hoeveel mensen het betreft, hoewel een redelijke raming met de huidige kennis van zaken uitkomt op tussen 1:3.000 en 1:10.000.
In bepaalde gebieden op de wereld komt de aandoening vaker voor dan in andere, zoals in de streek rond Venetië en in bepaalde delen van Griekenland.
Hoewel men denkt dat ARVD niet door sport veroorzaakt wordt, wordt de aandoening vaker vermeld onder atleten in vergelijking met andere groepen mensen.
Het is daarom erg belangrijk voor iemand met ARVD om een arts te raadplegen voorafgaande aan actieve deelname aan welke sport dan ook.



Oorzaak

Wat is de oorzaak van ARVD?

De precieze oorzaak van ARVD is niet bekend. In sommige families is er een duidelijk bewijs voor erfelijkheid. De lokalisatie van zes genen is vastgesteld; de precieze aard van genetische afwijkingen is vooralsnog niet bekend. In de meeste families waar meer dan één persoon de ziekte heeft, lijkt de wijze van overerving autosomaal dominant (Figuur 2) te zijn. Er is ook tenminste één duidelijk onderkende variant van ARVD met een autosomaal recessief patroon van overerving, waarvan het veroorzakende gen kort geleden is geïdentificeerd.

Figuur 2.

Deze familiestamboom laat vier generaties zien die ARVD hebben. De aandoening wordt van de ene generatie overgedragen op de volgende zonder een generatie over te slaan. Ieder kind van een drager heeft 50% kans de aandoening te erven. Dit wordt autosomaal dominante erfelijkheid genoemd.
In sommige gevallen is er óf geen bewijs voor erfelijkheid óf onvoldoende informatie over de familie van de persoon om de erfelijkheid te bepalen. Nog een andere moeilijkheid is dat de uitingen van de ziekte erg wisselend (variabel) kunnen zijn, zelfs bij leden van dezelfde familie en het kan lijken alsof de ziekte generaties overslaat - Figuur 3.
Milieufactoren kunnen ook een rol spelen in de ontwikkeling van ARVD, maar tot nu toe is daar weinig over bekend.


Figuur 3.

Deze stamboom laat vier generaties zien die ARVD hebben. De aandoening wordt van de ene op de andere generatie overgedragen. Er is een man * die de ziekte niet heeft waarvan de vader en dochter beiden de ziekte wél hebben, wat het probleem illustreert, dat zich kan voordoen door het wisselend tot uiting komen van de ziekte. De stilzwijgende gevolgtrekking is dat hij zeer waarschijnlijk een drager van het gen is.

Waarom ontstaat ARVD?

Een duidelijke reden hiervoor is nog niet bekend. Een theorie die door meerdere groepen wereldwijd wordt onderzocht, is dat een abnormaal gen of abnormale genen leiden tot beschadiging en verlies van hartspiercellen.
Men denkt dat bind- en vetweefsel deze hartspiercellen vervangen in een poging van het lichaam om de schade te herstellen. Daar vetweefsel zwakker is dan spierweefsel, kan het gebeuren dat delen van het hart uitrekken.
De ontregelde structuur van het hart die daardoor ontstaat, leidt tot abnormale elektrische activiteit, wat kan leiden tot ritmestoornissen en bovendien tot problemen bij de samentrekking van het hart.

Het hart

Op welke manier tast ARVD het hart aan?

Bij ARVD zijn er gebieden met vetweefsel die geen elektriciteit geleiden. De elektrische signalen kunnen dan ongecoördineerd verspreid raken. Hartspierweefsel wordt vervangen door bind- en vetweefsel. In het begin lijkt dit heel plaatselijk te zijn en voornamelijk de rechterventrikel te betreffen. Men ziet echter vaak een progressief patroon van de ziekte. Er wordt nu onderkend dat ook de linkerzijde van het hart en de boezem aangetast kunnen worden.
De ziekte kan leiden tot ongeordende elektrische activiteit en in sommige gevallen tot een probleem met de pompfunctie van het hart - Figuren 9,10,11.

Normaal hart


Figuur 8

 

Normale elektrische activiteit van het hart


Figuur 9

 

Hart aangetast door ARVD

Figuur 10
Plaatselijke aantasting van het rechterventrikel. Tussenschot en linker-ventrikel relatief gespaard.

 


Elektrische activiteit ARVD

Figuur 11
Gebieden met vetweefsel kunnen leiden tot verzwakking en uitstulpingen in de hartspierwand.

 

ARVD met uitstulping van de rechterventrikel


Figuur 12
Als de zwakke gebieden samenvloeien, kan het hart vergroot geraken. Dit kan waargenomen worden met een echocardiogram of röntgenfoto van de borst. Soms kan ook het linkerventrikel hierbij betrokken zijn.


Welke symptomen veroorzaakt ARVD?

Symptomen kunnen zijn:


hartkloppingen

licht in het hoofd voelen

vermoeidheid

'black-out' of in elkaar zakken of syncope

symptomen van hartfalen


De ernst van de symptomen en het risico van complicaties
variën enorm tussen mensen, maar er moet met klem op gewezen worden dat veel mensen nooit enige ernstige problemen van hun aandoening zullen ondervinden.

Lichamelijk onderzoek


Allereerst zullen de medische en familiale voorgeschiedenis in kaart gebracht worden. De arts zal willen weten of er persoonlijk of in de familie hartkloppingen, gevoel van licht in het hoofd zijn of in elkaar zakken voorkomen. Vervolgens zal de patiënt medisch onderzocht worden.

Het onderzoek kan omvatten:


ECG

signaalgemiddeld ECG

holtermonitor

inspanningstest

echocardiogram

bloedonderzoek

MRI-scan

 

Elektrocardiogram of ECG
Een ECG registreert het elektrische signaal van het hart en wordt uitgevoerd door het plaatsen van elektroden op de borst en ledematen - Figuur 15.
Bij ARVD kan het ECG een abnormaal elektrisch signaal tonen dat overeenkomt met de abnormaliteit van de hartspier.
Bij sommige patiënten kan het ECG normaal zijn of slechts kleine veranderingen tonen. ECG-abnormaliteiten zijn ook niet specifiek voor ARVD en kunnen ook bij andere hartziekten worden gevonden.

Figuur 15

 


Signaalgemiddelde ECG
Dit is een aangepast ECG dat een bepaald deel van het elektrisch signaal dat door het hart wordt geproduceerd onderzoekt.


Holtermonitor


Dit onderzoek is een continu doorlopende registratie van de hartslag, die 24 tot 48 uur bestrijkt

Figuur 16.
Een holtermonitor is een eenvoudig en veilig onderzoek waarmee onregelmatigheden van de hartslag kunnen worden ontdekt (ook bekend als aritmie).
Gedurende dit onderzoek is het erg belangrijk om nauwkeurig alle ervaringen te noteren.


Figuur 16

 

Inspanningstest
Ademhaling, bloeddruk en ECG worden gevolgd tijdens een speciale inspanningstest, die meestal wordt uitgevoerd op een lopende band of een fietsapparaat. Er kan dan een inschatting worden gemaakt van het vermogen tot inspanning.
De inspanningstest kan ook een objectieve maat geven voor verbetering of verandering.


Echocardiogram of ECHO
Een echocardiogram is een ultrageluidscan van het hart en is een belangrijk onderdeel van het onderzoek, omdat daarmee een veilig, pijnloos en van buitenaf genomen beeld van het hart verkregen kan worden - Figuur 17.

Figuur 17

 

Bloedonderzoeken
Standaardbloedtests worden uitgevoerd om een gezondheidsprofiel op te stellen. Met toestemming van de patiënt kan een kleine hoeveelheid bloed achtergehouden worden voor onderzoeksdoeleinden, in het bijzonder om de genetische oorzaak van de ziekte te identificeren. Dit is in ontwikkeling.


Andere onderzoeken die misschien nodig zijn:

Hartkatheterisatie


Voor deze procedure, die gewoonlijk van tevoren wordt gepland, is het noodzakelijk dat de patiënt naar het ziekenhuis komt, in de meeste gevallen voor een dagbehandeling, maar soms voor langer.
De procedure wordt uitgevoerd in een speciale operatiekamer (hartkatheterlaboratorium of het 'kat-lab'). Onder plaatselijke verdoving wordt òf in een arm óf een been een speciale kleine buis in een bloedvat gebracht. Hierdoorheen wordt een dun slangetje, bekend als een katheter, zorgvuldig naar het hart geleid. Hierdoor kunnen bijzondere metingen worden verricht en er kan een kleurstof worden ingespoten om de contouren van het hart en hartslagaders weer te geven (angiografie).

Endomyocardiale biopsie


Tijdens de hartkatheterisatie kan een kleine biopsie van de hartspier worden genomen.
Bij niet alle patiënten zal dit nodig zijn.

Elektrofysiologisch onderzoek (EFO)
Dit is een gespecialiseerde vorm van hartkatheterisatie die gebruikt wordt om de elektrische activiteit van het hart gedetailleerd te bestuderen en wordt uitgevoerd in het elektrofysiologisch laboratorium (EFO-Lab). Dit wordt gewoonlijk alleen gedaan als er potentieel gevaarlijke ritmestoornissen zijn geweest. Zo'n onderzoek zou nodig zijn als ablatie (zie verder) overwogen wordt.

Chirurgische biopsie
Heel zelden is een biopsie van het hart noodzakelijk, waarbij de borstkast van de patiënt moet worden opengelegd. Dit is een vorm van openhartchirurgie en dit wordt gedaan onder algehele verdoving in de operatiekamer.

Welk vooruitzicht heeft de betreffende persoon?
De situatie van iedere persoon moet individueel beoordeeld worden en zal tot een voor ieder op de persoon toegesneden advies moeten leiden. Deze brochure kan slechts in brede zin een overzicht geven van wat betrokken personen te wachten staat.

 

Complicaties van ARVD

Hartkloppingen
Af en toe kan een extra slag, een extra krachtige slag of een overslag gevoeld worden, maar dat is gewoonlijk normaal. Soms kan bewustwording van de hartslag een abnormaal hartritme suggereren. In dat geval kunnen hartkloppingen plotseling beginnen, snel lijken te zijn en samengaan met transpireren, licht in het hoofd zijn of flauwvallen.
De oorzaak van zulke episoden moet worden uitgezocht en behandeld. Als dit gebeurt, moet de patiënt proberen zijn polsslag te controleren en ook proberen vast te stellen of die regelmatig of onregelmatig is.

Licht in het hoofd zijn en flauwvallen
Licht in het hoofd zijn, duizeligheid en - ernstiger - flauwvallen kunnen voorkomen. Zulke episoden kunnen optreden bij inspanning, hartkloppingen of zonder enige duidelijke aanleiding. De redenen hiervoor zijn niet altijd duidelijk. Ze kunnen veroorzaakt worden door een onregelmatigheid van de hartslag of een daling van de bloeddruk.
Deze verschijnselen moeten bij een arts gemeld en nader onderzocht worden.


Vermoeidheid

Dit symptoom is zeldzaam en gering. De meeste niet-inspannende activiteiten kan men makkelijk aan.


Flauwtes/flauwvallen

Uw arts zal dit syncope noemen. Dit kan ook veroorzaakt worden door problemen met de elektrische activiteit van het hart.

Hartfalen
Dit komt minder voor dan aritmie en lijkt in een later stadium van de ziekte op te treden. Omdat de ziekte de rechterkant van het hart meer aantast dan de linker, zullen uitingen van 'rechter-hartfalen' meer voorkomen.
Dit kunnen zijn: duidelijk zichtbare aderen in de hals, vergroting van de lever, wat tot een vol en onprettig gevoel in de bovenste buikholte kan leiden, en gezwollen benen of enkels.
De kenmerken van het falen van de linkerharthelft komen meestal, als het al voorkomt, in een laat stadium van de ziekte voor, en omvatten vermoeidheid en ademhalingsproblemen.

Tricuspidale regurgitatie (TR)
Dit betekent dat de tricuspidalisklep van het hart lekt. Bij ARVC komt dat meestal doordat de ondersteunende weefselring, die de basis van deze hartklep vormt, uitgerekt is. Dit gebeurt gewoonlijk omdat het rechterventrikel zelf uitgerekt is geraakt.

Pulmonaire embolus (PE)
Dit is een bloedprop die zich ergens anders (meestal in een beenader) heeft ontwikkeld, losgekomen is en met het bloed mee naar de longen is gestroomd, waar zij een verstopping kan veroorzaken. De problemen die dat kan geven, zijn het plotseling of geleidelijk aan moeilijk kunnen ademhalen of flauwvallen. Als dit gebeurt, wordt antistolling vaak aanbevolen.


Ritmestoornissen


Ventriculaire ectopieën (VE)
Een geïsoleerd, extra elektrisch signaal dat ontstaat vanuit de ventrikelspier.

Ventriculaire tachycardie (VT)
Een snelle opeenvolgende serie extra elektrische signalen die ontstaan vanuit de ventrikelspier. Zij treden meestal snel achter elkaar op en kunnen daling van de bloeddruk veroorzaken.

Ventrikel(kamer)fibrillatie (VF)
Een ernstige verstoring van de elektrische activiteit van het ventrikel. Als deze aritmie optreedt, leidt dat dikwijls tot flauwvallen en plotselinge dood.

Atrium(boezem)fibrillatie (AF)
Atrium(boezem)fibrillatie is een andere ritmestoornis. Deze stoornis komt niet vaak voor bij ARVD. Zij is gewoonlijk niet zo ernstig als ventrikel(kamer)fibrillatie.

Plotselinge dood
In sommige gevallen is er een verhoogd risico van voortijdige dood die kan optreden met weinig of geen waarschuwing vooraf. Bij de klinische beoordeling wordt geprobeerd de personen met een verhoogd risico eruit te lichten teneinde gerichte therapie te gebruiken, b.v. medicijnen of een Implanteerbare Cardioverter Defibrillator (ICD).

 

BEHANDELINGEN

Is genezing mogelijk?
Momenteel is ARVD niet te genezen. Het klinisch beleid is erop gericht mensen die risico's lopen op complicaties op te sporen en dan preventieve therapie toe te passen om te proberen deze complicaties te voorkomen.


Behandeling met geneesmiddelen


ACE-remmers
Angiotensine-Converterende Enzymremmers helpen om een voortschrijdende hartuitzetting bij bepaalde typen van hartziekten te voorkomen. Hoewel het niet bewezen is dat ze gunstig werken bij ARVD, lijken sommige patiënten vooruit te gaan bij deze behandeling.


Anti-aritmische geneesmiddelen - Amiodarone
Amiodarone is een heel effectief geneesmiddel voor de behandeling en onderdrukking van aritmieën. Voorzichtigheid is geboden bij het gebruik ervan vanwege een verhoogd risico op zonnebrand, diep kleuren van de huid of huiduitslag bij blootstelling aan zonlicht. De meeste mensen zouden een zonnebrandmiddel met hoge beschermingsfactor moeten gebruiken. Er zijn andere bijverschijnselen waarop patiënten regelmatig worden gecontroleerd. Deze omvatten schildklieraandoeningen en lever-, long- en oogproblemen. Het is ongebruikelijk dat patiënten ernstige of blijvende problemen hebben.

Sotalol
Sotalol is een bèta-blokker die bijwerkingen heeft vergelijkbaar met die van Amiodarone. Dit is ook een effectief geneesmiddel.

Antibiotica
Indien de hartkleppen zijn aangetast, moeten antibiotica worden ingenomen vóórdat een tandheelkundige behandeling of een operatie wordt ondergaan om endocarditis te voorkomen.

Antistollingsmiddelen
Warfarine wordt het meest gebruikt. Het wordt toegepast om de vorming van bloedstolsels in de circulatie tegen te gaan. Zulke stolsels kunnen los raken, in de bloedbaan terechtkomen en uiteindelijk samenklonteren en een verstopping veroorzaken, bijvoorbeeld een longembolie.

Digoxine
Digoxine kan worden gebruikt als boezemfibrillatie optreedt. Het werkt door de overbrenging van het snelle boezemritme op de ventrikels te vertragen.

Diuretica
Af en toe krijgen sommige patiënten bij ARVD last van het vasthouden van vocht en in dat geval kunnen diuretica (watertabletten) worden gebruikt. Deze vergroten de urineproductie en verminderen het vasthouden van vocht.

 

Chirurgische behandeling

Deze wordt minder vaak uitgevoerd maar kan nuttig zijn bij sommige patiënten. Het abnormale deel van het hart kan weggesneden of geopereerd worden om het elektrisch los te koppelen van de rest van het hart.

Transplantatie
Dit wordt zelden uitgevoerd bij ARVD. Het kan noodzakelijk zijn als de ritmeproblemen onmogelijk op enig andere manier onder controle te krijgen zijn, of in het ongewone geval wanneer het hartfalen verergert en heel ernstig wordt.
Specialistisch advies en zorg zijn hiervoor nodig. Indien dit wordt overwogen, dient de persoon en zijn/haar familie met het transplantatieteam bij elkaar te komen om alle belangrijke punten hierover te bespreken.


Andere vormen van behandeling

Cardioversie
Sommige ritmestoornissen kunnen worden gecorrigeerd door het toedienen van een gecontroleerde elektrische schok. Dit kan noodzakelijk zijn in een spoedgeval, maar het is beter als het in een geplande procedure gebeurt.
Als het van tevoren wordt gepland, moet de patiënt voor enkele uren naar het ziekenhuis komen en soms een nacht blijven.
Men moet dan enkele uren van tevoren niet gegeten hebben en krijgt dan voor de behandeling een lichte algehele narcose. Na afloop kan men licht ongemak ervaren, vergelijkbaar met een lichte zonverbranding, maar gelukkig gaat dit snel over.

Ablatie
Als de oorzaak van de abnormale elektrische activiteit kan worden geïdentificeerd door elektrofysiologische onderzoeken, kan het mogelijk zijn dat de abnormaliteit vernietigd wordt door het toedienen van energie aan een heel klein deel van het hart.
Deze operatie, die van tevoren wordt gepland, maakt het noodzakelijk voor de patiënt om opgenomen te worden.
Het wordt uitgevoerd in een speciale operatiekamer (EFO-lab). Dunne elektrische draden worden naar het hart geleid om het abnormale gebied (of de gebieden) te achterhalen. Energie kan daar dan naartoe worden gestuurd om het selectief te vernietigen en daarmee de ritmestoornis op te heffen.
Deze behandeling is vaak succesvol. Jammer genoeg is dat niet altijd zo, omdat meer dan één gebied aangetast kan zijn, en omdat er zich op andere punten abnormale elektrische activiteit kan ontwikkelen.

Pacemakers
Deze worden niet vaak gebruikt voor patiënten met ARVD, maar kunnen onder sommige omstandigheden nodig zijn. Een pacemaker is een speciaal implantaat dat operatief onder de huid wordt aangebracht. Figuur 18. In de meeste gevallen wordt een plaatselijke in plaats van een algehele verdoving gebruikt. De pacemaker wordt met speciale draden die door grote bloedvaten worden geleid met het hart verbonden.
Een pacemaker kan de elektrische activiteit van het hart registreren. Als er bepaalde problemen met deze activiteit, zijn kan de pacemaker de controle over het tempo van de hartslag overnemen. Mensen met een pacemaker moeten de functie ervan regelmatig laten controleren.

Figuur 18

Figuur 19

 

Implanteerbare Cardioverter Defibrillator (ICD)


Sommige mensen die ARVD hebben, kunnen een ernstig ritmeprobleem met het hart hebben. Als het niet mogelijk is dit onder controle te krijgen met medicijnen of ablatie, kan een Implanteerbare Cardioverter Defibrillator (ICD) noodzakelijk zijn. Figuur 19.
Deze wordt op eenzelfde manier geïmplanteerd als een pacemaker.
De ICD registreert de elektrische activiteit van het hart en als er een ernstige aritmie wordt, ontdekt kan hij een elektrische schok (cardioversie) direct in het hart geven, waarbij het hart in de meeste gevallen teruggebracht wordt naar een normaal ritme. Net als een pacemaker moet de ICD regelmatig poliklinisch worden gecontroleerd.

 

Advies over levensstijl

Nadat ze onder behandeling zijn genomen, moeten mensen met ARVC, als het goed is, een zo goed als normaal leven kunnen leiden met belangrijke voorbehouden betreffende inspanning.
Ze moeten sleutelfiguren (zoals medewerkers, leraren, gezinsleden, huisarts en tandarts) op de hoogte stellen van hun medische conditie.
Ze moeten hun medicijnen innemen zoals wordt aanbevolen, alert zijn op de sleutelsymptomen die op deze site worden genoemd en ieder symptoom melden aan hun artsen.

Inspanning
De ernstige ritmestoornissen die gepaard gaan met ARVD, staan meestal in verband met overmatige inspanning. Daarom moet het bedrijven van competitieve sporten worden vermeden.

Nadat de diagnose is gesteld, is het beleid er in het algemeen op gericht het risico van problemen te verminderen door met medicijntherapie te starten. De volgende stap zou zijn om een inspanningstest en verdere ECG-metingen te ondergaan om te kijken of de ritmestoornis is verbeterd.
Als er geen ernstige ritmeproblemen worden gevonden, kan de patiënt wellicht weer wat gaan trainen.

Het is belangrijk om twee punten te onthouden. Ten eerste dat de ziekte progressief kan zijn en zich nieuwe problemen kunnen voordoen en, omgekeerd, dat de problemen ook kunnen verbeteren. Het tweede punt is dat ieder geval individueel moet worden bekeken, en dit zijn slechts algemene richtlijnen.
Mensen met ARVC moeten altijd hun cardioloog raadplegen voordat ze beginnen met een trainingsprogramma

 

Algemeen Advies


Dieet
Als een persoon overgewicht heeft, veroorzaakt dat een extra belasting van het hart. Verstandige eetgewoonten worden aangemoedigd om het gewicht binnen de normale spreiding voor lengte en leeftijd te houden. Een snelle toename in gewicht kan veroorzaakt worden door het vasthouden van vocht en uw arts dient dan te worden ingelicht.

Alcohol
Matiging wordt geadviseerd, aangezien alcohol een onderdrukkend effect heeft op de hartspier en ritmestoornissen kan uitlokken.

Autorijden
Ieder geval dient individueel bekeken te worden. Als er eenmaal een diagnose gesteld is, zal een arts adviseren of iemand met ARVC het CBR op de hoogte dient te stellen.

Groep 1 Gerechtigd - Men mag blijven rijden tenzij er storende of ongeschiktmakende symptomen zijn, in welk geval het CBR op de hoogte gesteld dient te worden.

Groep 2 Gerechtigd - Aanbevolen een permanent verbod of herroeping.

Er kunnen nog meer restricties zijn die voortvloeien uit de noodzaak van medicijntherapie (gebruik), ICD-implantatie etc.

Houd voor dit onderwerp de media in de gaten omdat hier steeds beweging in zit!


Griepprik
Deze wordt vaak aanbevolen om een ernstige griepaanval te voorkomen. Jammer genoeg is preventieve vaccinatie niet altijd een succes.

Vakanties en reizen
Het wordt aanbevolen om medische goedkeuring te hebben voorafgaande aan reizen. Indien men naar het buitenland reist, dient men informatie bij een reisbureau in te winnen over het beleid van het te bezoeken land aangaande verzekering en gezondheidszorg.
Een E111-formulier geeft informatie over de gezondheidszorg in de EU-landen. Het is verkrijgbaar bij de meeste postkantoren en men dient het bij zich te dragen als men reist.

Uitkeringen/steun
Uitkeringen zijn beschikbaar voor die mensen van wie de symptomen ernstige beperkingen veroorzaken.
Een ongeschiktheids Leefuitkering is een sociale verzekeringsuitkering voor diegene met een ziekte of ongeschiktheid die hulp nodig hebben om rond te komen of hulp bij de persoonlijke verzorging.
Een arbeidsongeschiktheidsuitkering is een sociale verzekeringsuitkering die bemiddelt bij het zoeken van een baan voor diegenen die bij het werken nadeel ondervinden van hun ziekte.

 

Families en ARVD
In veel gevallen lijkt het dat ARVD in bepaalde families voorkomt. Dit is een sterke aanwijzing dat de ziekte een genetische basis bezit, hoewel het niet veel voorkomt dat iedereen in de familie de volledige vorm heeft.
Dit betekent dat sommige mensen geen duidelijke kenmerken van de ziekte kunnen hebben maar toch dragers kunnen zijn van een genetische mutatie. Dit is niet hetzelfde als bij hen de diagnose ARVD te stellen.

Totdat de genetische basis van de ziekte volledig wordt begrepen, teneinde te bepalen of iemand het gen draagt, moeten alle familieleden grondig worden onderzocht. Dit is om te kijken of ze wel of niet enkele milde of subtiele abnormaliteiten hebben die aangeven dat ze 'stille' drager zijn van het gen.
In een familie waarin ARVD voorkomt, is het soms nodig aan te nemen dat een persoon drager is van een gen op basis van het feit dat de kinderen de aandoening hebben.

Het komt heel weinig voor dat iemand boven de 40 jaar ARVD in een ernstige vorm ontwikkelt als er tot dan toe geen uitingen van de ziekte waren.

Het risico bij kinderen
Als een familie eenmaal is beoordeeld, is het mogelijk informatie te geven over het risico dat een persoon loopt kinderen te krijgen met ARVD. Het is belangrijk dat zo veel mogelijk familieleden worden onderzocht om te proberen zowel het patroon van de erfelijkheid vast te stellen als een indruk te krijgen van de aard van de ziekte in een bepaalde familie.

Familieonderzoek
Als bij een persoon ARVD wordt vastgesteld, wordt geadviseerd dat ook de familie wordt gezien. Meestal betekent dit hun eerste- en tweedegraads familieleden evenals hun eigen partner in geval het een recessief gen betreft. Figuur 3.

Klinisch onderzoek
Als een persoon met ARVD wordt geïdentificeerd, is het belangrijk dat zijn familieleden onderzocht worden om te bepalen of ze het ook hebben.
Deze familieleden ondergaan een 12-afleidingen-ECG, signaalgemiddeld ECG, echocardiogram en holtermonitortest. Slechts wanneer er ontdekt wordt dat mensen de volledige ziekte hebben, kan gezegd worden dat ze ARVD hebben.
Omdat de vooruitzichten niet helemaal bekend zijn, kan in geen enkele individueel geval het toekomstig beloop worden voorspeld, en het beste advies is, dat mensen door een cardioloog worden gezien.

Genetische onderzoeken
Dit is heel controversieel geworden, en op het moment is er voor de meeste families geen bruikbare genetische test voorhanden Zo mogelijk, zou iedereen in een familie waarin de ziekte voorkomt moeten overwegen een bloedmonster te geven voor genetische studies. Dit wordt opgeslagen en voor toekomstig onderzoek naar de genetische basis van de ziekte gebruikt.
Het beschikbaar stellen van een monster op deze manier is niet hetzelfde als het ondergaan van een genetisch onderzoek, en de informatie die dit oplevert, zal strikt vertrouwelijk zijn.

Voordelen van screening
Het belangrijkste voordeel van screening is dat afwijkingen die gevonden worden (ARVD, of andere problemen die toevallig gevonden worden) zo snel mogelijk kunnen worden behandeld.
Ook kunnen na genetische voorlichting gepaste beslissingen worden genomen met betrekking tot gezinsplanning.

Mogelijke nadelen van screening
Als iemand zich uitstekend voelt, kan men niet willen weten dat men een ongeneeslijke ziekte heeft, die wel of niet zijn toekomst mede bepaalt.
Als er een bewijs is van ARVD, kan het ook moeilijk zijn om een verzekering of hypotheek te krijgen.

Zwangerschap en bevalling
Tot nu toe bestaat hierover geen speciale informatie.
In het algemeen zijn mensen met een hartziekte echter meer vatbaar voor problemen tijdens zwangerschap en bevalling.
Er wordt daarom geadviseerd dat als een vrouw met ARVD een zwangerschap plant, haar behandeling gezamenlijk wordt begeleid door haar verloskundige en een gespecialiseerd cardioloog.
Alhoewel ARVD zich tijdens de zwangerschap niet sneller lijkt te verergeren, kan de behandeling worden geoptimaliseerd om het risico voor moeder en baby te verminderen.

 

Nieuwe ontdekkingen (lopend onderzoek)
Er zijn twee hoofdgebieden van onderzoek: moleculaire genetica en klinisch onderzoek.

Moleculair genetisch onderzoek
Aanzienlijke inspanningen worden verricht om de precieze genetische abnormaliteiten die ARVD veroorzaken vast te stellen.
Dit onderzoek omvat zowel uitgebreid laboratoriumwerk als het continu bestuderen van mensen met de aandoening en hun families.

Klinisch onderzoek
Teneinde de diagnose van ARVD zo vroeg mogelijk te kunnen maken, worden families en mensen met ARVD nauwkeurig bestudeerd. Dit houdt in het opnemen van een medische en familievoorgeschiedenis en lichamelijk en overig onderzoek. Een nieuwe methode dat nu wordt gebruikt, is magnetic resonance imaging (MRI), wat een effectieve manier is om nauwkeurig naar de binnenkant van het lichaam te kijken.
Dit is een nuttige methode voor ARVD en wordt steeds vaker gebruikt als een routineonderzoek om gebieden met vetvervanging van het hart te laten zien.
Alhoewel het verblijf in een magnetische scanner een beetje is als het binnengaan in een tunnel op een plat bed, is het gehele proces volkomen pijnloos. De magneten in de scanner doen een magnetisch veld ontstaan en kunnen dreunende geluiden maken, vergelijkbaar met het slaan van hamers op buizen. Alleen al om die reden wordt patiënten oordoppen gegeven tijdens de procedure.
Tijdens de MRI-scan wordt van de patiënten een ECG opgenomen en kan het zijn dat zij tien seconden lang hun adem in moeten houden om gedetailleerde plaatjes van hun hart te krijgen.
Het voordeel van MRI vergeleken met ultrageluid of een echocardiogram is dat er gedetailleerdere informatie over de hartspier kan worden verkregen.

 

 

Het genverhaal


Ons lichaam is opgebouwd uit miljoenen cellen.

Iedere cel heeft een kern.

Iedere kern heeft 46 chromosomen. Ieder chromosoom bestaat uit een lange spiraal DNA. De DNA-spiraal is onderverdeeld in genen.

Figuur 4
Van chromosoom naar proteïne



Kijk naar deze boekenkast.
We zoeken naar een bepaald woord met een spelfout! De celkern bevat 22 paar chromosomen plus een paar sexechromosomen.
Een chromosoom kan worden vergeleken met een deel van een encyclopedie. Iedere persoon heeft twee kopieën van hetzelfde deel, een kopie van iedere ouder.



DNA
DNA is een heel lang molecuul dat is samengesteld uit vier verschillende typen eenheden.De eenheden worden nucleotiden genoemd en het zijn Adenine, Thymine, Guanine en Cytosine. De nucleotiden zijn op een speciale manier aan elkaar gepaard, op de manier A aan T en C aan G.
Deze verbondenheid houdt de twee DNA-snoeren bij elkaar. De volgorde en lengte van de nucleotiden bepalen welk eiwit wordt geproduceerd vanuit de DNA-reeks.

Normaal chromosoom (links)
Een gen is een reeks van 'letters'; de lengte en volgorde van de letters bepalen de aard van het eiwit dat het produceert.

Mutant-chromosoom (rechts)
Een mutatie komt voor waar de reeks afwijkt van de norm. Dat verschil zou zo klein kunnen zijn als een enkele verkeerd gecombineerde letter.

 

Verklarende woordenlijst

Ablatie:

Slaat op het vernietigen van een klein stukje abnormaal hartweefsel waarvan men denkt dat het de oorzaak van ritme-afwijkingen is.

Ambulant:

Slaat op onderzoeken die gedaan worden als een persoon rondloopt of met zijn gewone activiteiten doorgaat.

Angiografie:

 Een interne röntgenfoto van het hart en de bloedvaten die genomen kan worden tijdens de hartkatheterisatie (zie onder). Deze test bepaalt in het bijzonder de conditie van de hartslagaders (de bloedvaten die de hartspier voorzien van bloed).

Anticoagulatie(-stolling):

behandeling (b.v. met heparine of warfarine) om de neiging van het bloed om te stollen te verminderen. Zo'n behandeling wordt toegepast als er een risico bestaat dat zich stolsels in het hart vormen, b.v. bij boezemfibrillatie (zie onder).

Aritmie:

 Een abnormaal ritme en onregelmatigheid van de hartslag. De hartslag kan óf te snel zijn (tachycardie) óf te langzaam (bradycardie).
Aritmie kan symptomen zoals hartkloppingen of duizeligheid veroorzaken.

Aritmogenisch: aritmieën veroorzakend.

Atria (boezems) :

De vulkamers van het hart, één aan de rechterkant en één aan de linkerkant. Bloed wordt verzameld in de boezems bij het samentrekken van de ventrikels (kamers). Dit bloed wordt dan losgelaten in de kamers als die klaar zijn om zich te vullen.

Atrium(boezem)fibrillatie
: een onregelmatige hartslag die ontstaat in de boezem en van voorbijgaande of permanente aard kan zijn.

Autosomaal dominant patroon van overerving: als een aandoening in de familie wordt doorgegeven van de ene generatie op de andere zonder enige generatie over te slaan en mannen en vrouwen gelijkelijk treft.

Autosomaal recessief: als de aandoening voorkomt als een gevolg van het erven van twee versies van het ziektegen. Het ene ziektegen komt van de ene ouder en het andere van de andere ouder. Gewoonlijk zijn de 'dragers' van een enkel ziektegen zelf niet ziek.

Biopsie:

Een speciale onderzoeksmethode waarbij een klein stukje van de hartspier wordt verwijderd voor onderzoek. Deze wordt meestal toegepast tijdens hartkatheterisatie, gebruikmakend van een speciaal instrument.

Hartkatheterisatie:

 Een speciale onderzoeksmethode die voor vele vormen van hartziekten wordt gebruikt en soms bij ARVD. Bij hartkatheterisatie wordt een dun slangetje door een bloedvat geleid (meestal vanuit de lies) naar het hart, daarbij gebruikmakend van röntgenbeelden. De structuur en functie van het hart kunnen dan worden beoordeeld.

Cardiomyopathie:

Iedere ziekte van de hartspier; cardio refereert aan het hart en myopathie betekent een abnormaliteit van spieren.

Cardioversie:

Een aritmie, zoals boezemfibrillatie, die kan gestopt worden door een elektrische schok aan de borst te geven. Als deze procedure nodig is, wordt hij uitgevoerd onder algehele narcose.

Chromosoom: structuren die genen dragen binnen de kern van een cel.

Gedilateerd: uitzetting van de hartwand.

Echocardiogram:

(gewoonlijk afgekort tot ECHO):

Dit is een ultrageluidscan van het hart, vergelijkbaar met het soort scan dat uitgevoerd wordt tijdens een zwangerschap. Een ECHO geeft een afbeelding van het hart.

Elektrofysiologisch Onderzoek of EFO:

bij dit onderzoek worden katheters ingebracht in het hart als bij een hartkatheterisatie. Met deze katheters kan de elektrische activiteit van het hart geregistreerd en getest worden.

Endocarditis:

 Een ontsteking van het hart die kan voorkomen bij ARVD, maar heel zeldzaam is. Bacteriën in de bloedbaan kunnen aan de binnenkant van het oppervlak van het hart of de hartkleppen blijven kleven waar deze opgeruwd zijn door de wervelingen in de bloedstroom.

Inspanningstest:

De inspanningscapaciteit kan getest worden door óf een lopende band óf een fietsapparaat te gebruiken. Tijdens de inspanningstest zal een arts of technicus de symptomen van de patiënt, ECG, bloeddruk en soms de ademhaling controleren.

Fibrosis:

Vervanging van weefsel door bindweefsel (in dit geval worden hartspiercellen vervangen door bindweefsel).

Genen en chromosomen: genen zijn de code of blauwdruk waarmee alle weefsels van het lichaam opgebouwd worden. Ieder individu heeft duizenden genen en die zijn allemaal aanwezig in bijna ieder cel van het lichaam. Genen komen in paren, de één geërfd van de moeder en de ander van de vader. In ieder cel zijn de genen gegroepeerd in heel kleine draadachtige structuren die chromosomen heten. Ieder individu heeft 23 paar chromosomen.

Hartfalen (Congestief):

Een aandoening waarbij de zwakte van de hartslag het vasthouden van vocht en symptomen van kortademigheid en vermoeidheid bij inspanning veroorzaakt. Dit kan samengaan met een onregelmatige hartslag, vocht in de longen of opgezette benen.

Holtermonitor:

Een apparaat om over een periode van 24 tot 48 uur voortdurend de hartslag te registreren. Elektroden worden op de borst vastgekleefd; hiervandaan leiden draden naar een speciale cassetterecorder die aan een riem wordt gedragen. Een Holtermonitor ontdekt onregelmatigheden van de hartslag, ook bekend als aritmie.

Implanteerbare Cardioverter Defibrillator (gewoonlijk afgekort tot ICD):

Een gespecialiseerde pacemaker die het registreert als een hartslag buitensporig snel is en reageert door óf het hart te reguleren óf een kleine elektrische schok te geven om het normale hartritme te herstellen. De ICD kan ook dienen als een traditionele pacemaker om de nodige impulsen te geven wanneer de hartslag te traag is.

Loci:

Plaatsen op een chromosoom waar genen liggen.

Magnetic Resonance Imaging (MRI):

Bijzondere afbeeldingstechniek waarbij sterke magneten worden gebruikt om het lichaam te scannen.

Mutatie:

Een genetisch afwijking die een verandering in de normale DNA-code veroorzaakt.

Myocardium:

De gespecialiseerde spier die de wand van het hart vormt.

Pacemaker:

Als de normale elektrische impuls niet naar de ventrikels wordt doorgegeven, wordt een pacemaker geïmplanteerd. Dit houdt in dat een klein kastje met daarin een batterij wordt aangebracht onder de huid van de borst, voorzien van een dunne draad die door de aderen naar het hart gaat om de nodige impulsen af te geven.

Palpitaties (hartkloppingen):

Op een onplezierige wijze je bewust zijn van je hartslag. Hartkloppingen kunnen voorkomen bij een normale hartslag die sterker wordt door bezorgdheid of inspanning of kan veroorzaakt worden door een aritmie.

Septum:

De scheidingswand tussen de rechter- en linkerventrikels.

Syncope:

even wegraken of flauwvallen.

Ventrikels:

De hoofdpompkamers van het hart, een aan de rechter- en een aan de linkerkant.

Ventriculaire tachycardie:

Een vorm van aritmie door een snelle hartslag, komend uit de kamers.

Richtlijnen

Richtlijnen voor patiënten en verwanten over de medische aspecten van Aritmogene Rechter Ventrikel Cardiomyopathie (ARVD)
Door het Medical Advisory Committee van de Cardiomyopathy Association (UK)

1. Alle patiënten bij wie ARVD is geconstateerd moeten hun huisarts en cardioloog vragen naar de complicaties van de ziekte, de doeleinden en methoden van behandeling en de voor- en nadelen en risico's van het voorgestelde medicijngebruik of eventuele operaties.

2. Alhoewel ARVD strikt genomen niet is te genezen, kan tegenwoordig veel worden gedaan door aandacht te besteden aan een gepaste levensstijl, het toedienen van geschikte medicijnen en, soms, chirurgische behandeling. Lopend onderzoek biedt veelbelovende nieuwe mogelijkheden.

3. Het is belangrijk dat verwanten van patiënten onderzocht worden door gespecialiseerde cardiologen om de ziekte zo mogelijk te ontdekken.

4. Situaties die vermeden dienen te worden.


Zware inspanning: vraag altijd het advies van uw specialist en huisarts over hoeveel inspanning u kunt hebben.

Acuut ernstig verlies van bloed of lichaamsvloeistof: bloeding, diarree, overgeven

Langdurig staan onder warme omstandigheden, wat vatbaar kan maken voor flauwvallen.

Kan gevaarlijk zijn:

Erg hete baden/douches

Tijdens verdoving, inclusief ruggenprik: speciale aandacht is noodzakelijk om een plotselinge daling in de bloeddruk te vermijden

5. Waarschuwingssymptomen:


Gevoel van licht in het hoofd zijn

Plotseling verlies van bewustzijn

Episoden van snelle hartkloppingen

Beginnende pijn in de borst

Onverklaarbare kortademigheid

Als een van deze symptomen zich voordoet, moet men zo snel mogelijk naar een arts gaan.

Vertaling  werd verzorgd door Melle Mellink

kijk ook op http://www.arvd.nl