Vaat aandoening.

Dit zijn echo’s van
na mijn halsslagader operatie
Er zijn vele vaatziekten
die grofweg zijn in te delen in ziekten van aders en slagaders. Hier vindt u
een aantal veelvoorkomende vaatziekten.
We onderscheiden onder
andere de volgende vaatziekten:
-
Vernauwing in de slagader
naar de benen: etalagebenen
-
Het aneurysma van de aorta
in de buik
-
Een vernauwing van de
halsslagader
-
Het fenomeen van Raynaud
-
Spataders
-
Trombose en longembolie
Vernauwing in de slagader naar de benen:
Etalagebenen
De beenslagaders
vervoeren zuurstofrijk bloed van het hart naar de beenspieren. Bij inspanning
van de beenspieren (lopen, rennen, traplopen) kan de bloedtoevoer en daarmee
het aanbod van zuurstof aan de beenspieren wel 5 keer zo groot worden.
Slagaderverkalking (atherosclerose) kan vernauwingen of verstoppingen in de
slagaders veroorzaken. Door de vernauwing kan de bloedstroom onvoldoende
toenemen bij inspanning. Er ontstaat dan zuurstoftekort. Door dit
zuurstoftekort krijg je pijn in het been.
Als gevolg van
slagaderverkalking in de vaatwand kan er een vernauwing ontstaan in een
slagader. Door de vernauwing kan er minder bloed door het vat stromen dan er
bij inspanning nodig is. Dit brengt de zuurstofvoorziening naar de benen in
gevaar. In de spieren vindt een stofwisselingsproces plaats waarbij zuurstof
gebruikt wordt. Bij een tekort aan zuurstof produceren de spieren tijdens dit
proces verzurende afvalstoffen, die een krampende
pijn in de spieren veroorzaken. Deze klacht noemen we etalagebenen. De oorzaak
ervan is een vernauwing of afsluiting van de grote en middelgrote slagaders van
de benen. Pijn bij het lopen is het belangrijkste verschijnsel bij
etalagebenen. De plaats waar de patiënt de pijn voelt, zegt iets over de plaats
waar de slagader is vernauwd.
Klachten
Pijn bij het lopen is
het belangrijkste verschijnsel van claudicatio intermittens. De plaats waar u
de pijn voelt zegt iets over de plaats waar de vernauwing is. Door de pijn bent
u minder beweeglijk. Veel patiënten met claudicatio intermittens voelen zich
minder energiek, zijn vaak emotioneler en slapen slechter. Zij voelen zich
beperkt in hun (dagelijkse) activiteiten, vooral wat betreft werk,
huishoudelijke, sociale en vakantie-activiteiten.
Andere klachten van een
vernauwing kunnen zijn:
koude voeten, ontbreken van onderhuidse vetlaag, verlies van haar
op voeten en tenen, verdikte teennagels (vaak met schimmel-infectie) en
vertraagde nagelgroei. Als gevolg van een slechtere doorbloeding kan uw been
bleek worden wanneer u het optilt en kan het rood verkleuren wanneer u het been
laat hangen.
Het aneurysma van de aorta
in de buik AAA
Het aneurysma van de
aorta in de buik (aneurysma aorta abdominalis) is een plaatselijke verwijding
van de grote lichaamsslagader: de aorta. Deze verwijding ontstaat door een
zwakke plek in de wand van dit bloedvat. Vaak ontstaat een aneurysma ongemerkt
en neemt het geleidelijk in grootte toe. Dit veroorzaakt meestal geen ernstige
klachten en het wordt in de meeste gevallen bij toeval ontdekt. Het grote
gevaar van een aneurysma is dat het kan barsten. Als dat gebeurt, is de kans
dat iemand overlijdt groot. Een aneurysma in de buik wordt door patiënten wel
'een tijdbom in de buik' genoemd. Dit is een begrijpelijke, maar onjuiste
vergelijking. Er is geen tijd aan te geven waarop een aneurysma gaat barsten.
Bovendien hebben veel mensen een aneurysma, zonder dat zij daar ooit problemen
mee krijgen.
Het aneurysma van de
aorta in de buik is een verwijding van meer dan anderhalf maal de diameter van
het niet verwijde deel van de aorta direct boven het aneurysma. In de praktijk
betekent dit dat de aorta op de plaats van de verwijding een diameter heeft van
drie centimeter of meer.
Op de plaats van de
verwijding is de vaatwand uitgerekt en dunner geworden. Door de verwijding
neemt de spanning in de vaatwand toe. Ook de bloedstroom in een aneurysma is
verstoord, het bloed wervelt daar rond. Daardoor vormt zich in het aneurysma
langs de uitgezette wand een bloedstolsel. Ook kunnen stukjes van het stolsel
los raken en meegevoerd worden naar kleinere bloedvaten, waardoor deze verstopt
raken. In de uiterste situatie barst het aneurysma en stroomt het bloed uit het
bloedvat.
De meeste AAA 's worden
groter, de snelheid waarmee is echter verschillend. De kans op een ruptuur (het
barsten) van het AAA neemt met het groeien toe. Hoewel meer factoren een rol
spelen, zoals hoge bloeddruk en longziekten, is gebleken dat de kans op een
ruptuur zeer klein is (minder dan twee procent per jaar), zolang het AAA
kleiner dan vijf centimeter is. Wordt het AAA groter dan zes centimeter, dan
neemt de kans op barsten snel toe (zo'n tien procent
per jaar, afhankelijk van de snelheid waarmee het AAA groeit). In de helft van
de gevallen halen patiënten na een ruptuur het ziekenhuis niet en overlijden
voortijdig. Maar van de patiënten die in het ziekenhuis een spoedoperatie
ondergaan overlijdt de helft alsnog. Kortom, slechts één op de vier patiënten
overleeft een ruptuur in de buik.
Het AAA is meestal
a-symptomatisch. Dit wil zeggen dat veel patiënten met een AAA geen of
nauwelijks klachten hebben en daarom ook vaak geen weet hebben van het
aneurysma.
Het AAA wordt vaak bij
toeval ontdekt, wanneer bij iemand om andere redenen een onderzoek plaatsvindt.
Zo kan bij lichamelijk onderzoek een uitgezette, kloppende zwelling gevoeld
worden in het gedeelte van de buik dat boven de navel ligt. Maar vooral bij
echografisch of röntgenonderzoek van de buik komen AAA
's aan het licht. Er is dan ook een landelijke afspraak gemaakt met alle
radiologen dat zij bij onderzoek van de buik, om welke reden dan ook, tevens de
aorta goed bekijken.
Een enkele keer
veroorzaakt het AAA vage rugklachten en pijn in de buik. Dit kan betekenen dat
het AAA bijna gaat barsten. De ruptuur van een AAA is een dramatische
gebeurtenis, die veel patiënten niet overleven. De ruptuur veroorzaakt heftige
buik - of rugpijn, een uitzettende, kloppende zwelling in de buik en een shock.
Verschijnselen van een shock zijn onder meer: zeer bleek zien, koud aanvoelen
en een koude neus.
het ontstaan van een aneurysma
Een aneurysma is meestal
het gevolg van slagaderverkalking (atherosclerose). Bepaalde risicofactoren
kunnen het proces van atherosclerose versnellen. Risicofactoren bij het
ontstaan van aneurysma van de aorta van de buik zijn vooral :
-
Mannelijk geslacht
-
Hoge leeftijd
-
Roken
-
Hoge bloeddruk
Soms kunnen erfelijke
ziekten een rol spelen bij het krijgen van een aneurysma.
Een vernauwing van de
halsslagader
De linker - en
rechterhalsslagader (arteria carotis) ontspringen vlak boven het hart uit de
grote lichaamsslagader of aorta. Ze lopen voor in de hals, langs het
strottenhoofd. Vlak onder de kaak splitsen ze zich beide in een tak voor het aangezicht en een tak voor de hersenen. De beide
halsslagaders voorzien samen het grootste deel van de hersenen van bloed. Twee
kleine slagaders (arteria vertebralis) die langs de nekwervels lopen nemen het
overige deel voor hun rekening.
Met het
ouder worden ontstaan door slagaderverkalking (atherosclerose) vernauwingen in
de slagaders. Voor aandoeningen die te maken hebben met de bloedvaten naar het
hoofd (cerebrovasculaire aandoeningen) gelden als belangrijke risicofactoren :
-
hoge leeftijd
-
hoge bloeddruk
-
roken
-
overmatig alcoholgebruik
-
Ook wanneer u een
hartziekte heeft of een vaatziekte op een andere plaats in uw lichaam, heeft u
een verhoogd risico op een vernauwing in uw halsslagader.
Door de vernauwing in
een halsslagader is het mogelijk dat er te weinig bloed door het vat stroomt en
kan het vat uiteindelijk dichtslibben. Dit kan de bloedtoevoer naar de hersenen
in gevaar brengen. Ook kan het gebeuren dat een stukje van de plaque losschiet
en wordt meegevoerd naar de hersenen. Dit stukje stolsel wordt een embolie
genoemd. Wanneer zo'n embolie in de kleinere
hersenvaten terechtkomt, kan het deze afsluiten. Zowel het dichtslibben van het
vat als een embolie kan leiden tot een TIA of een beroerte.
Gelukkig hebben wij vier
slagaders die zorgen voor de bloedtoevoer naar onze hersenen. Als de verbinding
tussen deze vier slagaders, de cirkel van Willis, goed functioneert, hoeft een
vernauwing of afsluiting van een van de vier slagaders geen ernstige gevolgen
te hebben. Bij de ene mens is de cirkel van Willis echter beter aangelegd dan
bij de andere. Bovendien komt het regelmatig voor dat meer dan één halsslagader
vernauwd of afgesloten is.
Vaak is een vernauwing in
een halsslagader de oorzaak van een beroerte. In het verleden is gebleken dat
twintig tot veertig procent van de mensen die een beroerte krijgt, vooraf
'gewaarschuwd' wordt. Zo'n waarschuwing bestaat uit
kortdurende uitvalverschijnselen. Dit betekent dat bepaalde lichaamsfuncties
als praten, lopen en zien gedurende korte tijd uitvallen. Dit worden 'transient
ischemic attacks' genoemd, ofwel TIA 's. Omdat de bloedstolsels onder druk van
de bloedstroom meestal vrij snel weer uit elkaar vallen, zijn de uitvalsverschijnselen
tijdelijk.
Verschijnselen die
kunnen wijzen op een (tijdelijke) beroerte:
-
wartaal spreken, niet
meer uit woorden kunnen komen of moeilijk spreken, dubbelzien of blindheid van
één oog
-
éénzijdig krachtsverlies
of verlamming van arm en/of been
-
scheeftrekkend gezicht,
afhangende mondhoek
-
hevige
draaiduizeligheid, coördinatie en/of evenwichtsstoornissen
Een TIA:
-
treedt altijd plotseling
op
-
duurt vaak maar tien tot
twintig minuten
- is binnen
24 uur volledig verdwenen
Heeft u klachten of verschijnselen die wijzen op een TIA of een
beroerte, neem dan direct contact op met uw huisarts of specialist.
Niet iedereen met een
vernauwing in de halsslagader krijgt een beroerte, of een waarschuwingssignaal
in de vorm van een TIA. Sommige mensen die een vernauwing in de halsslagader
hebben, krijgen geen klachten, of verschijnselen die hierop duiden. Wanneer de
bloeddruk wordt gecontroleerd of als blijkt dat risicofactoren voor
atherosclerose aanwezig zijn, kan zo'n vernauwing
worden ontdekt. Maar ook bij mensen die bijvoorbeeld vaatklachten hebben in de
benen, kan een vernauwing in de halsslagader worden gevonden. Hoewel deze
mensen geen symptomen vertonen, lopen zij wel het risico van een beroerte. Hoe
groot dit risico is, zal door onderzoek moeten worden ingeschat.
Door de vernauwing of
mogelijk zelfs afsluiting in een halsslagader, wordt het risico op een beroerte
of TIA groter. Als u meer wilt weten over TIA en beroerte, bezoek dan onze site
Hoofd over Beroerte en TIA.
Het fenomeen van Raynaud
Bij het fenomeen van
Raynaud stroomt er tijdelijk minder of geen bloed naar de bloedvaten van de
vingers en soms van de tenen. Dit is het gevolg van het plotseling samentrekken
van de spiertjes in de vaatwand, waardoor het bloedvat vernauwt en de
bloedstroom belemmerd wordt. De typische verschijnselen van
het Raynaud fenomeen bestaan uit: witte "dode" vingers; daarna blauw
verkleurde vingers; tenslotte, bij opwarmen, een rode huid en een pijnlijk
gloeiend gevoel in de aangedane vingers.
Het fenomeen van Raynaud
heeft een primaire vorm en een secundaire vorm. Het primaire Raynaudfenomeen,
komt het meeste voor. Het primaire fenomeen van Raynaud staat op zichzelf, er
is dan geen onderliggende oorzaak. Als er een bijkomende ziekte als aanwijsbare
oorzaak is voor het verschijnsel, spreken we van het secundaire
Raynaudfenomeen. De verschijnselen van een secundaire Raynaudfenomeen zijn vaak
ernstiger dan die van de primaire vorm.
Spataders
De stroming van het
bloed in de slagaders en de aders is het gevolg van drukverschillen. In de
slagaders zorgt de krachtige linkerkamer van de hartspier voor dit
drukverschil. Aan de stroming van het bloed in de aders draagt het hart niet bij.
Kleine klepjes in de ader zorgen ervoor dat het bloed alleen in de richting van
het hart kan stromen. Door de lage druk in de aderen kan de zwaartekracht in
staande houding een belemmering zijn voor de bloedstroom. Bij het lopen persen
de beenspieren het bloed in de aderen als een pomp naar boven. De kuitspierpomp
is daarbij de belangrijkste. Ook voetspieren en kniebewegingen stimuleren de terugstroom van het bloed naar het hart.
Onder invloed van de
zwaartekracht kan het bloed zich in een laag punt van het lichaam ophopen in
een ader. Omdat de aderwand dun en rekbaar is, zwelt die ader op. Wanneer deze
toestand lang blijft bestaan, zal de ader verder uitrekken. De druk in de ader
neemt daarbij toe. Het gevolg is dat de kleppen door de verwijde ader niet goed
meer kunnen sluiten en gaan lekken. Het bloed kan daardoor de verkeerde kant op
stromen, dus van het hart af. Hierdoor wordt de ader nog wijder, gaan de
kleppen nog meer lekken en ontstaat er een zogeheten spatader. Een spatader is
dus een plaatselijke uitrekking en verzwakking van een normale ader. Spataders
kunnen op verschillende plaatsen ontstaan.
Spataders kunnen op
verschillende plaatsen ontstaan: in een grote hoofdtak (stamvarices), in een
zijtak (zijtakvarices) en in de kleine adertjes. Bij zeer kleine spatadertjes
in de huid spreekt men van besenreiservarices. Deze worden ook wel
penseelvarices of blauwscheuten genoemd.
Spataders zijn het
gevolg van problemen in de oppervlakkige aders. Deze oppervlakkige aders lopen
vrij dicht onder de huid, hebben weinig steun van de omgeving en zetten
gemakkelijk uit.
Ook in de diepliggende
aders kunnen de kleppen lekken, hetgeen soortgelijke
klachten kan opleveren. Dit is echter niet altijd zichtbaar en komt minder vaak
voor dan spataders.
De kans op het krijgen
van spataders is, zoals wel vaker, een optelsom van risicofactoren. De
belangrijkste zijn :
-
erfelijke aanleg
-
zwangerschap
-
hormonale veranderingen
Andere factoren die een
rol kunnen spelen zijn: veel staan of zitten, overgewicht en verzwakking van de
aderwand ten gevolge van ouderdom.
Spataders geven meestal
geen klachten. Soms veroorzaakt een beginnende spatader een aantal typische
klachten zoals zware, vermoeide en vaak warme benen, jeuk, een gespannen
gevoel, krampen, een trekkende of stekende pijn in de kuiten, trillingen in de
benen en zwellingen.
Bij sommige mensen
ontstaan na verloop van tijd vochtophopingen in de benen, huiduitslag, een
verkleuring of verharding van de huid. Wanneer spataders of lekkende kleppen in
de diepliggende aderen niet behandeld worden, kunnen andere problemen in de
benen ontstaan. In het ergste geval een open been. De huid gaat dan stuk en
geneest niet spontaan.
Trombose en
Longembolie
Het stromen van bloed is
een levensvoorwaarde. Maar ook het stollen ervan is onmisbaar om teveel
bloedverlies bij een wond te voorkomen. Hierbij spelen bloedplaatjes en
stolling - eiwitten een belangrijke rol. Deze zogenaamde stollingsfactoren zijn
onderdeel van een stollingssysteem. Daarnaast heeft het lichaam een
antistollingssyteem. Dit zorgt ervoor dat de stolling in de hand wordt gehouden
door stolsels op te lossen of stollingsfactoren af te breken.
Bloedstolling zorgt
ervoor dat een wond snel dicht, zodat deze niet blijft bloeden. Bloedstolsels
kunnen ook in een bloedvat ontstaan, zonder dat er een wond is. Het gehele
proces van bloedstolling en antistolling bestaat uit reacties van enzymen op
andere stoffen. In een gezonde situatie zijn beide systemen in evenwicht en
zijn de wanden van de aders glad.
Men spreekt van een diep
veneuze trombose als een bloedstolsel zich vormt in een ader (vene) die diep
tussen spieren ligt en deze ader geheel of gedeeltelijk afsluit. In de meeste
gevallen treedt een diep veneuze trombose op in de benen of in het bekken.
Trombose kan ook in bloedvaten elders in het lichaam
voorkomen.
Ook kan een gedeelte van
het stolsel loslaten en met het bloed worden meegevoerd naar andere delen van
het lichaam. Zo'n losgelaten stolsel heet een
'embolus'. Als dit stukje bloedstolsel via het hart in een bloedvat van de
longen terechtkomt en dit afsluit, ontstaat een longembolie. Hierdoor wordt een
deel van de long uitgeschakeld.
Trombose kan ontstaan
door belemmeringen in de bloedstroom, veranderingen in de samenstelling van het
bloed en/of beschadiging van de vaatwand.
Vanuit de benen kan het bloed
alleen goed naar het hart terugstromen als de kleppen in de aders goed
functioneren en de beenspieren zich regelmatig samentrekken. Langdurig
stilliggen, bijvoorbeeld tijdens een operatie, is een veel voorkomende oorzaak
van trombose. Een ongelukkige lighouding op de operatietafel of een te strak
aangelegd drukverband kan bovendien de bloedstroom ongewild belemmeren, doordat
een ader wordt afgeklemd.
Ook een verandering in
de samenstelling van het bloed kan een verhoogd risico op trombose veroorzaken.
Er zijn verschillende oorzaken aan te wijzen voor
veranderingen in de samenstelling van het bloed: de invloed van hormonen;
ziekte; medicijnen en erfelijkheid.
Trombose als gevolg van
een beschadiging van de vaatwand kan optreden bij een ongeval of een operatie.
De verschijnselen van
trombose zijn lang niet altijd merkbaar. U kunt weinig of juist veel klachten
hebben. Als een bloedstolsel een ader in het been afsluit, kan het bloed niet
meer weg. Het gevolg is dat de kuit of het hele been opzwelt. Het been voelt
vaak warm aan en kan rood - paars van kleur zijn. De huid kan strak zijn en
glanzen. Het been is vaak pijnlijk en lopen kost
moeite. Door de beweging van de voet verergert de pijn bij het lopen. Doordat
de doorstroming van het bloed wordt belemmerd, zijn de aders in de huid
dikwijls opgezet. Deze klachten zijn niet uniek voor trombose. Ze kunnen ook
optreden als gevolg van een andere aandoening. Trombose uit zich namelijk niet
op een eigen typische wijze. Dit betekent dat verschijnselen die kunnen duiden
op trombose, niet altijd door de arts als zodanig worden herkend. Ook komt het
voor dat de arts ten onrechte trombose vermoedt. Om trombose vast te stellen is
aanvullend onderzoek nodig.
Soms veroorzaakt
trombose geen klachten. De trombose wordt dan bijvoorbeeld pas ontdekt wanneer
bij iemand als gevolg van de trombose een longembolie optreedt.
Longembolie
Wanneer een bloedstolsel
een bloedvat in de longen afsluit, krijgt een deel van de long geen bloed en
daarmee ook geen zuurstof. Hierdoor kunnen klachten ontstaan als kortademigheid
en pijn bij de ademhaling (met name bij diep
inademen). De zogenaamde 'hondjesademhaling', snel en oppervlakkig ademen, kan
in zo'n geval verlichting geven. Ook hoesten met soms
het opgeven van een beetje bloed kan een verschijnsel van longembolie zijn. Als
gevolg van een afsluiting van een bloedvat in de longen kan in het ergste geval
een deel van de longen afsterven.