Nieuwe techniek

                                               

                                                    Voor een ‘nieuw leven’

        

 

               

 

       De drie elektrodes die nodig zijn

         voor biventriculair pacen in het hart:

         J-vormige in de boezem (atrium), twee

         elektrodes in de kamer (ventrikels),

         zowel links als rechts.

 

       

 

Sinds enige jaren worden er bij sommige patiënten met hartfalen pacemakerachtige

apparaten geïmplanteerd. Bij deze mensen trekken de rechter en de linker hartkamer

niet meer gelijktijdig samen zodat de pompwerking van het hart verslechtert.

Door met een soort pacemaker deze twee hartkamers weer in hetzelfde

ritme te laten werken ('biventriculair pacen') krijgen patiënten weer een stukje

van de verloren gegane pompfunctie van het hart terug. Wat dat kan uitmaken

in het patiëntenieven van alledag kunt u lezen in het relaas van een patiënt

 

1n 1985, ik was toen achter in de vijftig, kreeg ik na een dotterprocedure

een flink hartinfarct. Na een herstelperiode ben ik gewoon weer aan het

werk gegaan als manager bij een computerbedrijf. Altijd druk, veel

vergaderen, en dan tussen die vergaderingen snel van de         

ene naar de andere afdeling lopen. Achteraf herinner ik me dat ik toen

met lopen reeds regelmatig wat kortademig was, het was een van de

redenen om in 1992 dankbaar van de afvloeiingsregeling gebruik te maken.

Omdat mijn vrouw en ik echte natuurliefhebbers zijn gingen wij

regelmatig flinke wandelingen in de duinen en de bossen bij

ons in de omgeving maken, maar echte klimmetjes vond ik niet leuk,

dan moest ik altijd even een korte adempauze inlassen.

Ook tijdens een paar buitenlandse stedentrips kwam ik erachter dat ik niet meer

helemaal kon wat ik zou willen kunnen, de parken bij de kastelen en paleizen

die we bezochten leken steeds groter te worden. Thuis  deed ik,

als penningmeester, veel werk voor de Vereniging van Eigenaren tijdens de

renovatie van ons appartementencomplex; ik had zelf het gevoel er heel erg

druk mee te zijn maar het was natuurlijk voor het grootste deel zittend werk.

Mijn vrouw had misschien toen al wel beter door dat ik sluipenderwijs achteruit

ging: we liepen regelmatig hier de plas rond, een wandeling van zo'n 6 kilometer,

maar daar had ik steeds minder zin in. Zo is het, als het je veel moeite kost is het

plezier ook minder. Als je na elke honderd meter even moet stoppen

om bij te komen is de lol er snel af."

 

Ritmestoornis

 

"Tijdens de kerst in 1999 kreeg ik de eerste ritmestoornis, gelukkig nog zonder

weg te raken. Dat gebeurde wel in mei 2000. Op de intensive care van het

ziekenhuis werd ik wakker nadat men daar, door middel van een aantal shocks,

mijn hartritme weer in het gareel had gekregen. Mijn cardioloog, dr. De Voogt,

zorgde ervoor dat ik in het Antonius Ziekenhuis in Nieuwegein een apparaatje

(ICD) geïmplanteerd kreeg dat die shocks automatisch kan afgeven als er zich

een ritmestoornis aandient. Dat heeft zogezegd al een flink aantal keren mijn leven

gered. Maar ondertussen werd ik steeds kortademiger. Ik kon hier thuis net van de

ene naar de andere kamer lopen en moest dan weer op adem komen.

Dat 'op adem komen 'werd op een gegeven moment na een kleine inspanning'

naar adem snakken' en ik moest voor elke zin die ik wilde spreken een hap

lucht nemen. Van nature ben ik een zeer actieve en dynamische man, maar

ik was echt apathisch geworden; je voelt je nutteloos en niet meer bij het

leven betrokken. Alles was teveel. Hobby's, lezen, nergens had ik nog zin in,

het werd in een stoel zitten niksen, en na paar uur weer even naar bed omdat

ik zo moe was ... je gaat denken 'hoe lang moet ik dit nog meemaken'?

je ervaart het leven als zinloos. Uiteindelijk moest mijn vrouw me zelfs 's

morgens bij het douchen helpen met wassen en afdrogen."

 

Implantatie

 

"Mijn wereld veranderde op 18 mei 2001. Toen ik na een tweede operatie

vanuit de narcose wakker werd, vertelde de chirurg mij dat de implantatie

gelukt was. Dr. De Voogt had mij opnieuw naar het Antonius Ziekenhuis

verwezen waar ik een nieuwe, nog modernere, ICD kreeg die tegelijkertijd

als een biventriculaire pacemaker werkt. Door dat apparaatje trekken de beide

hartkamers nu bij elke hartslag veel gecoördineerder samen en kan mijn

hart meer bloed rondpompen.Het verschil merkte ik na twee dagen toen

ik weer thuis was. Ik was uit bed gestapt om me te gaan wassen.

Ik was al halverwege met inzepen toen ik me ineens realiseerde dat ik dat al

weken niet meer kon. In het ziekenhuis hadden de verpleegsters me nog         

geholpen. En weer een dag later heb ik met mijn vrouw weer rondgefietst,

in totaal bijna 13 kilometer uit en thuis! Ik heb weliswaar een fiets

met elektrische ondersteuning, maar het is toch een klein wonder."

 

Weer opgepakt

 

1n de weken daarna heb ik langzaam van alles weer opgepakt. Bij voorbeeld

de hele administratie, die ik echt al een tijdje had laten liggen. Dat soort dingen

doe je niet als je zo ontzettend moe bent, maar nu ben ik weer helemaal bij. 

Ook hadden we (samen) weer voldoende energie om ons appartement een flinke

opknapbeurt te geven: alles leeg halen, opnieuw laten witten en fris schilderen.

Anderhalf jaar geleden zou ik van de gedachte alleen al doodmoe geworden zijn.

Ik ben weer ondernemend, heb weer zin in het leven en kan weer normaal in het

leven functioneren. Ik geniet van onze fietstochtjes samen. Ik leef het leven ook

intenser, voel mij beslist niet gehandicapt, wat ook voor een groot deel te  danken

is aan de positieve ondersteuning van mijn vrouw Kortom, deze nieuwe therapie

heeft mij een nieuw leven gegeven. Ik hoop dat het nog lang mag duren."

 

 

De techniek van de biventriculaire pacernaker.

 

De nieuwste biventriculaire ICD ’s

zijn tegenwoordig zo klein

als een pacemaker van een jaar of vijf

geleden (7x6x1,4 cm).  

zijn tegenwoordig zo klein

als een pacemaker van een jaar of vijf

geleden (7x6x1,4 cm).   

           

Hartfalen, een ziekte waarbij de pompkracht van het hart onvoldoende is,

staat de laatste tijd erg in de belangstelling.

Door de hoogwaardige zorg na bij  voorbeeld een hartinfarct overlijden

er minder patiënten maar komen er ook steeds meer ouderen met een relatief

beschadigd hart (dat dus minder goed kan pompen). Naast de gebruikelijke optimale

zorg met medicamenten is voor patiënten die lijden aan een specifieke vorm van

hartfalen de implantatie van een biventriculaire pacemaker een mogelijkheid.

Bij hen trekken de linker en rechter hartkamer onvoldoende op

elkaar afgestemd samen. Doordat de pacemaker gelijktijdig een prikkel

afgeeft aan de linker en rechter hartkamer trekken deze weer synchroon samen,

en verbetert de pompfunctie van het hart. Dit heet 'biventriculaire-' of ook wel

'resynchronisatie- 'therapie. Sommige patiënten met hartfalen hebben ook

ritmestoornissen of een grotere kans daarop. Daarom wordt de pacemaker

vaak samen gevoegd met de bekende techniek van een ICD (een apparaat

dat bij een ritmestoornis een     shock aan het hart kan afgeven),

uiteraard in één behuizing. Het was tot voor kort uiterst ingewikkeld om de

elektrode aan de linkerkant van het hart op een goede plaats te krijgen.

Hiervoor moest tijdens de operatie de borstkas geopend worden.

Met de recente ontwikkeling van  systemen die de plaatsing van de linker

elektrode sterk vereenvoudigen is deze behandeling van hartfalen voor veel meer

patiënten een reële optie.

 

Overgenomen: Uit Hartezorg

 

 

 

Home