THERAPIE IN ACTIE

                                                                 Inhoud

 

3           1.  OVER UW ZIEKTE

   .   inleiding. De natuurlijke pacemaker

   .   van uw eigen hart

           

 9     2.  UW  AICD - SYSTEEM.

          . Wat is het aicd-systeem?               

          . hoe werkt uw AICD-systeem

          . Hoe therapie bij afgifte aanvoelt.

          . De implantatie van uw AICD-systeem.

 

17          3.  WEER NAAR HUIS

           . wat gebeurt er verder.

           .  Na de operatie.

           . Activiteiten  en lichaamsbeweging.

           . AICD-indenticatiekaart.

           . Op reis.

 

21          4.   BELANGRIJKE FEITEN OVER UW ICD - SYSTEEM

            . Het gebruik van huishoudelijke apparaten en gereedschap

            . Wat u moet vermijden

            . Luchthavenbeveilinging

            . Bezoek aan de tandarts en de arts

            . De werkomgeving

 

27          5.  LEVEN MET UW AICD-SYSTEEM

  . Uw eigen verantwoordelijkheid wanneer een arts roept?

  . Wat moet u doen als u een shock krijgt

  . Terugkomen voor controles

  . Vervanging van de AICD

  . Reacties van familie en vrienden

  . Begrijpen van uw gevoelens

  . Waar kunt u terecht voor hulp

  . Aantekeningen

  . Het AICD-systeem en persoonlijke gegevens

  . Verklarende woordenlijst

 

         

 

1. OVER UW ZIEKTE

     Inleiding

 

 

Uw arts heeft u een automatisch implanteerbaar systeem voor cardioversie

een denfibrillatie (AICD-systeem) aanbevolen voor de behandeling van uw te

snelle hartritme.

De AICD-systeem worden al meer dan veertien jaar door meer dan 140.000

mensen met succes gebruikt.

Raadpleeg uw arts over de potentiële risico’s of nadelige effecten van een

geïmplanteerde AICD.

In dit artikel wordt beschreven hoe het AICD-systeem te snelle hartritme

waarneemt en behandelt, aan welke dingen u na uw operatie nog wel kunt

mee doen en wat u niet (meer) mag doen.

Tenslotte wordt ingegaan op de meest voorkomende vragen bij

ICD-patiënten. Als u na het lezen nog steeds vragen heeft, kun u

die voorleggen aan uw arts.

 

De natuurlijke pacemaker van uw eigen hart   

 

Uw hart ‘slaat’ omdat het elektrische impulsen produceert. Die impulsen

trekken door het hele hart. En laten het hart samentrekken (contraheren)

of ‘slaan’ Onder normale omstandigheden zijn de impulsen afkomstig uit een  klein gebied in uw hart dat de sinusknoop (SK) heet. Het is een gebied in het bovenste rechter compartiment van het hart, dat ook wel de rechter boezem of het rechter ‘atrium’ wordt genoemd. Als de SK een impuls afgeeft aan de twee bovenste hartkamers, de atria, dan contraheren de atria tegelijkertijd. Hierdoor worden de twee onderste compartimenten,de kamers of ‘ventrikels’ gevuld met bloed. Vervolgens verplaatst het signaal zich naar de ‘ventrikels, waardoor ook deze samentrekken. Het gevolg is een hartslag. Na een korte pauze begint de hier beschreven cyclus opnieuw. Soms gaat er iets fout in elektrische systeem van het hart en ontstaat er een abnormaal, vaak onregelmatig hartritme, dat ‘ritmestoornis’ wordt genoemd. Bij ‘ritmestoornis’ komt het voor dat er te weinig bloed door het lichaam wordt gepompt.

 

Ventriculaire tachycardie

 

Als de elektrische hartsignalen ergens vanuit een van de ventrikels komen (en niet vanuit de sinusknoop), genoemd wordt de ritmestoornis, ventriculaire tachycardie (VT), genoemd. Het elektrische signaal loopt niet op de normale manier door het hart en de kans bestaat dat het hart niet op een anomale manier samentrekt. Dit kan gevoeld worden alsof het hart overslaat. Als het hart te snel klopt, gaat het minder bloed rondpompen,want tussen twee slagen in heeft het hart niet genoeg tijd om zich met bloed te vullen. Als deze te snelle hartslag aanhoudt dan bestaat de kans dat de hersenen en het lichaam van onvoldoende bloed en zuurstof worden voorzien.Als uw hersenen zuurstofrijk bloed te kort komen, kunt u flauw vallen, black-outs krijgen, last krijgen van een gedeeltelijke uitval van het gezichtsvermogen en duizeligheid, en uiteindelijk een hartstilstand krijgen.

 

Ventrikelfibrillern

 

Bij Ventrikelfibrillern (VF)  is er niet (zoals bij VT) een abnormale elektrische impuls vanuit een plek ergens in de hartkamers, maar zijn er een aantal verschillende plekken in de hartkamer die signalen afgeven om het hart te laten slaan. Bij VF is de hartslag heel veel sneller dan normaal. Soms worden er meer dan 300 slagen per minuut geteld. Hierbij wordt slechts een zeer kleine hoeveelheid bloed vanuit het hart naar de rest van het lichaam gepompt. Bij VF raakt men snel bewusteloos. Wat er kort voor of tijdens een episode van VF is gebeurd weet men zich meestal niet te herinneren. Zeer snelle en onregelmatige ventriculaire ritmestoornissen zijn te behandelen met elektrische apparaten, bijvoorbeeld met de externe defibrillator die op de ambulances worden gebruikt, of met een AICD.

Een defibrillator geeft een elektrische shock af die door het hele hart gaat.

De shock breekt de normale signalen af en maakt dat de sinusknoop weer voor een normaal hartritme gaat zorgen. Als de episode van VT of VF niet behandeld wordt, krijgen de hersenen en de lichaamsweefsel niet genoeg zuurstofrijk bloed. Zonder zuurstof kunnen de hersenen en de lichaamsweefsels niet goed functioneren en zullen afsterven.

 

Atriumfibrilleren

 

 Atriumfibrilleren is een veel voorkomende aritmie die wordt veroorzaakt door onregelmatige elektrische signalen in de aritmie. Deze onregelmatige signalen doen de atria zeer snel trillen. Atriumfibrilleren kan ook een snelle hartslag veroorzaken. Er is dan sprake van ongecoördineerde activiteit van de atria en ventrikels, waardoor mogelijk de hoeveelheid bloed die uit uw hart en door uw hele lichaam wordt gepompt met elke hartslag kleiner wordt. Atriumfibrilleren is gewoonlijk een aandoening die niet direct levensbedreigend is maar het kan uw gezondheid op vele manieren beïnvloeden. U heeft mogelijk last van palpitaties (hartkloppingen). U wordt mogelijk moe of licht in het hoofd wanneer atriumfibrilleren optreedt. Mogelijk kunt u tijdens atriumfibrilleren minder goed een beweging doen en zelfs alledaagse activiteiten kunnen ongewoon zwaar lijken.

 

Bradycardie

 

Soms slaat het hart te langzaam. De oorzaak hiervan kan zijn dat de sinusknoop niet goed werkt, of dat er een toestand is die hartblok wordt genoemd. We spreken van een hartblok als er problemen zijn met het elektrische geleidingssysteem tussen de bovenste en onderste hartcompartimenten. De natuurlijke pacemaker - signalen, die de sinusknoop afgeeft komen niet snel genoeg aan of bereiken de hartkamers zelf helemaal niet. Bij Bradycardie trekken de hartcompartimenten onvoldoende vaak samen om genoeg bloed door het lichaam te pompen. Iemand met Bradycardie is vaak moe of kan flauwvallen.

 

2.  Uw AICD-SYSTEEM

      Wat  is een AICD-systeem

Het AICD-systeem bestaat uit een pulsgenerator en een of meer elektroden die in uw lichaam worden geïmplanteerd. In het ziekenhuis of bij de cardioloog kunnen de instellingen van de pulsgenerator met een Programmeerapparaart worden veranderd.1)

 

De pulsgenerator

 

De pulsgenerator is een soort kleine computer met een batterij die het elektrische functioneren van het hart controleert en er voor zorgt dat er bij een ritmestoornis elektrische energie wordt afgegeven. Al naar gelang de door de arts geprogrammeerde instellingen, geeft de pulsgenerator een of meer therapieën af om ritmestoornis te behandelen.

 

1)Er zijn verschillende AICD-systeem. En fabriekanten voor ICD’s.

Niet alle systemen hebben dezelfde instellengen,mogelijkheden en eigenschapen 

 

In het geheugen van het apparaat wordt informatie over de therapie in het apparaat opgeslagen die uw arts tijdens de controlebezoeken kan opvragen.Uw AICD slaat een afbeelding op van uw hartritmestoornis en de manier waarop het apparaat die heeft behandeld. Hierdoor krijgt uw arts beter inzicht in uw hartritme. Uw arts kan dan ook beoordelen of de geprogrammeerde behandeling succes heeft. Aan de hand van deze informatie kan de arts de instellingen van het apparaat aanpassen als de toestand van uw hart verandert. 

 

Het Lead-systmeem

 

De leads zijn geïsoleerde draden die de signalen van het hart naar de pulsgenerator transporteren. Via deze draden wordt eveneens de energie van de pulsgenerator naar het hart getransporteerd. Het ene uiteinde van elke lead is aangesloten op de AICD, het andere uiteinde is in het hart of onder de huid vlakbij het hart geplaatst. Afhankelijk van het type AICD kunnen er een of meerdere leads worden gebruikt.

 

Het programmeerapparaat

 

Het programmeerapparaat communiceert met het AICD-systeem via radiogolven, ongeveer zoals de afstandsbediening van een televisietoestel werkt, Met het programmeerapparaat stelt de arts het geïmplanteerde AICD-apparaat in en controleert het voordat u het ziekenhuis verlaat. Bij latere controles vraagt het Programmeerapparaart de in het geheugen van de pulsgenrator opgeslagen informatie op.

 

Hoe werkt uw AICD-systeem

 

Uw hart wordt door  het AICD-systeem voortdurend gecontroleerd; iedere ritmestoornis wordt opgemerkt. Als dat gebeurt stelt de AICD automatisch vast of u behandeling nodig heeft die, indien nodig, gegeven wordt. Voor de behandeling wordt antitachycardie-stimulatie, cardioversie of defibrillatie gebruikt, afhankelijk van het hartritme dat door het apparaatwoord geregistreerd. Wanneer het AICD-systeem een ritme registreert dat sneller, langzamer of anders is dan normaal, gaat het na of het een ritme is dat moet worden behandeld. Het apparaat geeft therapie af, als dat moet, volgens de door de arts geprogrammeerde instellingen. 2) De gegeven behandeling kan van enkele seconde tot minuten duren. Hoe lang de behandeling duurt hangt af van het soort ritme dat is waargenomen en hou dit ritme zich verhoudt tot de geprogrammeerde instellingen. U hoort van de arts welk soort therapie uw AICD-systeem aan u afgeeft.

2) de afgegeven  therapie hangt af van met type apparaat en het soort ritmestoornis dat u heeft

 

Hoe therapie bij afgifte aanvoelt

 

. Antiachyccardiestimulatie

Als u een regelmatige maar snelle ritmestoornis heeft, geeft het AICD-systeem een reeks lichte, snelle, elektrische stimulatiepulsen af. Deze worden gebruikt om de ritmestoornis te stoppen en het normale hartritme te herstellen. U hoeft de stimulatietherapie niet te voelen wanneer die aan uw hart wordt afgegeven, of u kunt een ‘fladderend’ gevoel in uw borst ervaren De meeste patiënten die stimulatietherapie krijgen zeggen dat het pijnloos is.

 

. Cardioversie

 Als u een regelmatige maar snelle ritmestoornis heeft, geeft het AICD-systeem een lage-energie shock af. Hiermee  kan de ritmestoornis gestopt worden en keert het normale ritme terug. Deze lage-energie shocks zijn krachtiger dan de stimulatie-pulsen. Veel patiënten vinden cardioversie onprettig, Vergelijkbaar met een stomp op de borst.

 

. Defibrillatie  

Bij zeer snelle en onregelmatige ritmestoornissen kunnen hoge-energie shocks worden gebruikt om de ritmestoornis af te breken. Daarna kan uw hart terugkeren naar het normale ritme. Veel mensen vallen flauw bij een snelle VT- of VF-episode of raken bewusteloos. In zo’n geval voelt men de hoge-energie shock niet. Wie niet flauw valt, beschrijft de shock als een trap tegen de borst. Meestal komt de shock onverwacht en het gevoel duurt maar een moment. Veel mensen vinden de shock een geruststelling. Anderen mensen zijn na de shock even van streek. De meeste AICD-systeem stimuleren een compartiment van uw hart met een normale frequentie. Sommige AICD-systeem detecteren en stimuleren twee hart compartimenten. Bij veel patiënten zijn de elektrische signalen van het hart van nature te traag.Verder kan de elektrische bundel naar het lagere gedeelte van het hart geheel of gedeeltelijk geblokkeerd zijn. Met  stimulatie kan dan het normale hartritme worden hersteld. Sommige AICD-systeem kunnen zodanig geprogrammeerd worden dat ze de frequentie waarmee gestimuleerd wordt aanpassen aan de mate van uw lichamelijke inspanning. Deze “ferquentie-adapterende” apparaten met maken gebruik van een speciale sensor in de pulsgenerator voor de veranderingen in uw inspanningsniveau. Dit zijn lage-energie pulsen. De patiënt merkt hier gewoonlijk niets van. Als u een AICD-systeem hebt dat zich aanpast aan uw inspanningsniveau, dan kunt u merken dat het hartritme versnelt naarmate u uw inspanning opvoert.

 

De implantatie van uw AICD-systeem

In de meeste gevallen duurt het implanteren ongeveer een uur. Meestal brengt de arts de elektrode in een bloedvat  (vene), meestal via een kleine opening in de buurt van het sleutelbeen. Vervolgens wordt de elektrode door de vene naar uw hart opgeschoven, het uiteinde van de elektrode (of lead) komt direct tegen de binnenkant van de hartwand te liggen. Sommige patiënten hebben een extra elektrode nodig, Deze elektrode  kan via een kleine opening een de linkerkant van uw borstkas vlak onder de huid worden geplaatst.Indien uw arts heeft besloten dat in uw geval stimulatie van beide hartcompartimenten nodig is, en de ene elektrode in uw rechterboezem (atrium) geplaatst, en de andere in uw kamer (ventrikel). Wanneer uw arts heeft vastgesteld dat uw aandoening behandeling van het atrium behoeft, wordt er mogelijk nog een lead tussen de atria en de ventrikels van uw hart geplaatst.Tijdens de operatie wordt het AICD-systeem getest. Hiervoor wekt de arts in uw hart met opzet een ritmestoornis op, om het apparaat ritme te laten detecteren en de geprogrammeerde behandeling te laten afgeven.

Soms wordt er na de implantatie nog een onderzoek uitgevoerd,de inspanningstest. Hiermee kan de arts uw hartritme bekijken en controleren hoe uw AICD-systeem werkt.

3.WEER NAAR HUIS

    Wat gebeurt er verder

 

Als u na de ingreep hersteld bent en weer naar huis gaat, zult u merken dat u dank zij de AICD-systeem weer een normaal, actief leven kunt leiden.

Met inachtneming van de volgende adviezen.

 

Na de operatie 

Het kan best even duren – van weken tot maanden    voordat u zich weer helemaal goed voelt. Het beste is het als u zelf actief aan uw herstel meewerkt en zich aan de adviezen van uw arts houd:

.   Waarschuw de arts als uw huid op de operatieplaats(en) rood wordt of             

    op zwelt, of als er wondvocht wordt gevormd.

.   U mag niets zwaar tillen totdat de arts zegt dat tillen weer mag.

.   Neem voldoende lichaamsbeweging en was u zelf

.   Draag geen strakke kleren die de huid boven de pulsgenerator kunnen

    irriteren.

.   Als uw arts dat zegt, moet u armbewegingen die een negatief effect

     kunnen hebben op de elektrode – systeem, zoveel mogelijk vermijden.

.   Doe geen sporten waarbij u klappen kunt krijgen op de plaats van

     Implantatie.

.    Vergeet niet uw andere artsen, tandarts en eerste Hulp - personeel te

     zeggen dat u een AICD-systeem heeft.

 

Activiteiten en lichaamsbeweging

Uw arts help u bij beslissing wanneer u uw normale leven weer kunt hervatten zonder dat u bang hoeft te zijn dat u zichzelf of uw AICD-systeem hiermee schade zult aandoen. Die bezigheden zijn onder meer:

. Weer aan het werk

.  Reizen

.  Seksualiteit

.  Uw hobby’s

Het hangt van de ernst van uw aandoening af welke activiteiten uw arts u zal afraden, zodat u zichzelf of andere mensen met een korte bewusteloosheid in gevaar kunt brengen. Voorbeelden zijn: autorijden, zonder anderen in de buurt gaan zwemmen of varen, of op ladders klimmen.

Autorijden

De verkeerswetgeving en de aard en de ernst van uw klachten zijn vaak de beslissende factoren bij de vraag of u al dan niet mag autorijden.

Uw arts adviseert wat voor u zelf en voor anderen het veiligst is.

 

AICD-indentificatiekaart

Zorg dat u de AICD –  identificatiekaart bij u heeft waarin staat dat u

een geïmplanteerd AICD – apparaat heeft.

Op uw AICD – identificatiekaart staan vermeld: u naam, adres en telefoonnummer, naam, adres, en telefoonnummer van uw arts, en de modelnummer van de elektroden en pulsgenerator. Er moet ook op wat er op de Eerste Hulp moet gebeuren als u behandeld moet worden.

Zorg via uw arts voor een nieuwe AICD –  identificatiekaart als u verhuist of een andere arts krijgt.

 

Op reis

  Neem contact op met uw arts voordat u op reis gaat.En:

. Vraag aan uw arts met wie u in noodgevallen contact moet opnemen.

.  Toon uw AICD – veiligheidscontrole – kaart altijd aan mensen van de

.  bewakingdienst op het vliegveld. (Zie ook de paragraaf wat u moet 

   vermijden.)

.  Als u langer  dan twee maanden op reis gaat vraag uw ars dan de naam

   van een arts naar wie u toe kunt gaan voor controle.

.  Vraag uw arts wat u moet doen als uw AICD –  therapie afgeeft.

 

4  BELANGRIJKE FEITEN OVER

     UW AICD –  SYSTEEM

 

   Het gebruik van huishoudelijke apparaten en gereedschap

 

AICD–SYSTEEM heeft een aantal ingebouwde beveiligingen tegen de

Meeste storingen door elektrische apparatuur.

.  Magnetrons

.  Televisies, AM/FM radio’s en videorecorders

.  Keukenapparatuur zoals broodroosters, mixers, elektrische messen

   en elektrische  blikopeners

.  Scheerapparaten en handfohns

.  Elektrische dekens

.  Wasmachines, drogers en elektrische kachels

.  Motoren met een bougie – ontsteking, zoals grasmaaier of

   ander elektrische tuingereedschap

.  Elektrische schrijfmachines en kopieermachines

.  Personae computers

.  Elektrisch gereedschap, bijvoorbeeld boren en zaagmachines

 

Wat u moet vermijden

De meeste apparaten waarmee u dagelijks omgaat zijn niet van invloed op uw AICD–systeem. Wel is het systeem gevoelig voor sterke elektrische of magnetische velden. Blijf met uw AICD–pulsgenerator ten minsten 30 cm  uit de buurt van de volgende mogelijke bronnen van elektrische of magnetische velden

.  Stereo – speakers in grote stereo – apparatuur, transistor – radio’s. “boom”

   boxen, etc

.  Sterke magneten

.  Magnetische controle – apparatuur op luchthavens, “bingo” – spelen, etc

.  Industriële apparatuur zoals generatoren, booglasapparatuur en

   industriële motoren

   Draadloos gereedschap zoals schroevendraaiers, boormachines. Etc

Hang nooit boven een draaiende elektrische motor, bijvoorbeeld een dynamo van een auto. Deze hebben vaak ingebouwde magneten. Blijf ook niet in de buurt van antidiefstal apparatuur bij de ingang van warenhuizen en openbare bibliotheken. U kunt er wel in een normaal door tempo langs lopen.

Overleg met uw arts over het gebruik van bepaalde radio - afstandsbediening voor speelgoedauto’s en vliegtuigen. Sommige AICD-pulsgenerator zijn daar gevoelig voor. Als u te dicht in de buurt van een magneet komt geeft uw systeem ( als hij aan staat) een piepend geluid af (als de batterij leeg dreigt te raken(ongeveer eens per seconde) of een continue toon laten horen. Ga onmiddellijk bij het betreffende voorwerp vandaan en neem contact op met u arts.

 

Mobiele telefoons

 

In sommige gevallen beïnvloed een mobiele telefoon de werking van uw

AICD-systeem,  namelijk als deze minder dan 15cm bij de pulsgenerator vandaan wordt gehouden. Volg, om interacties zo veel mogelijk uit te sluiten, de volgende adviezen op:

. Zorg voor een afstand van ten minsten 15cm tussen de mobiele telefoon

en uw AICD-pulsgenerator. Houd een afstand van 30cm aan voor telefoons die meer dan 3 watt uitzenden.

.  Houd de mobiele telefoon niet aan de kant van uw lichaam waar de AICD-pulsgenerator geïmplanteerd is.

. draag de mobiele telefoon niet in uw borstzak of aan de riem waarbij de telefoon minder dan 15cm bij uw AICD-pulsgenerator vandaan is.

Deze voorzorgen betreffen uitsluitend mobiele telefoons en geen draadloze telefoon in huis. Maar houdt ook een gewone draadloze telefoon niet boven uw AICD-pulsgenerator. Neem bij twijfel over bepaalde situaties of apparatuur altijd contact op met uw arts.

 

Luchthavenbeveiliging

 

Uw AICD raakt niet beschadigt in een röntgenpoortje. De handdetector van bewakingspersoneel kan echter uw apparaat uitschakelen wanneer de detector wat langer boven de AICD wordt gehouden. Laat uw AICD-indentificatiekaart en uw AICD-veiligheidskaart aan de bewakingspersoneel

Zien(deze kaarten zijn via uw arts verkrijgbaar). Controle met een handdetector moet worden vermeden. Vraag om handmatige fouillering in plaats van controle met de handdetector. Als de handdetector toch moet worden gebruikt benadruk dan dat het bewakingspersoneel de controle snel moet uitvoeren. Zeg dat de magneet niet boven uw AICD-systeem mag worden stilgehouden. Neem over vragen betreffende de beveiliging op luchthavens contact op met uw arts.

 

Bezoeken aan de tandarts en arts

 

Al het medische personeel moet weten dat u een AICD hebt. Er zijn enkele medische procedures die het AICD- systeem kunnen beïnvloeden. Magneticresonance imaging (MRI, ofwel magnetische kernspinresonantie) is een diagnostisch onderzoek waarbij een krachtig elektromagnetisch veld wordt gebruikt. Dit onderzoek moet worden vermeden. Mri-apparatuur staat in ziekenhuisruimte waarop aangegeven is dat zich daar magneten bevinden.

Ga daar niet naar Binnen. Bij diathermie wordt een elektrisch veld gebruikt

Bij warmtebehandeling van lichaamweefsels, dit moet worden vermeden.

Elektronchirurgie wordt tijdens operaties gebruikt om bloedingen uit bloedvaten te stelpen en mag alleen worden toegepast als u apparaat uitgeschakeld is. Uw AICD ondervindt geen hinder van boor - en gebitsreiningingsapparatuur van de tandarts.

 

De werkomgeving

Als u niet zeker weet of uw werkomgeving veilig is, kan uw arts laten nagaan of u werk doet dat al dan niet van invloed is op de werking van uw AICD-systeem.

 

4         Leven met uw AICD-systeem

    Uw eigen verantwoordelijkheid.

 

Houd u aan de instructies van uw arts en kom op de afgesproken tijden

terug voor controle. En verder is het belangrijk dat u:

.  Uw arts alles vraagt wat u over uw AICD-systeem wilt weten.

.  Uw geneesmiddelen volgen voorschrift inneemt.

.  Altijd uw Amictidentificatiebewijzen bij u heeft.

.  Uw huisarts, tandarts en ander medisch personeel laat weten dat u een   AICD heeft.

 

Wanneer moet u de arts roepen??

Uw arts vertelt u wanneer u hem/haar moet waarschuwen. In het algemeen geldt dat de cardioloog moet worden gewaarschuwd als u:

.   Therapie krijgt van uw AICD-systeem en de arts gezegd heeft dat u

     hem/haar dan moet waarschuwen.

.   Voelt dat u een hartritmestoornis heeft en u gezegd is dat u dan moet

     Waarschuwen.

.    Zwelling, roodheid of verlies van vocht opmerkt rond of uit de

     Operatiewond.

.     Vragen heeft over de AICD-apparaat, uw hartritme, of de medicijnen die

      U gebruikt.

.     Op reis wilt of gaat verhuizen.

.     Hoort dat uw systeem pieptonen geeft.

.     Iets onverwachts of ongewoons opmerkt, zoals een onbekend

      symptoom, of een symptoom dat u kent uit de tijd dat u nog geen

      AICD-systeem had.

 

Wat moet u doen als u een shock krijgt ??

 

Noteer relevante telefoonnummers en de geneesmiddelen die u moet

gebruiken.

Bewaar alle gegevens bij uw telefoon.

Binnen enkele seconden nadat uw hart te snel gaat kloppen, zal uw AICD-systeem therapie afgeven. Doorgaans heeft u dan niet veel tijd meer

Om nog iets te doen.

 

Wat moet u doenbij een shock krijgt.

1. blijf kalm en ga ergens zitten of liggen.

2.zorg, indien mogelijk, dat er tijdens het voorval iemand bij u in de buurt

   blijft die, mocht het nodig zijn reanimatie (CPR) kan toepassen.

3.Laat iemand een ziekenwagen bellen wanneer u langer dan 1 minuut

   bewusteloos zou zijn.

4.Als u weer bijgekomen bent maar zich niet goed voelt na de shock, laat

   dan uw arts waarschuwen. Houd u aan zijn/haar instructies.

5.Als u zich na de therapie weer goed voelt en geen klachten meer heeft, is        

   het niet perse nodig direct een arts in te schakelen; houdt u echter aan de

   instructies die u hiervoor van uw arts heeft gekregen.als de shock

   bijvoorbeeld ’s nachts plaats vind, kan het zijn dat de arts wil dat u dat de   

   volgende ochtend laat weten. Als u belt kunt u de volgen de vragen

   verwachten:

 

                                         Wat deed u vlak voor de shock?

                                   Wat warenden symptomen voor de shock?

                                      Hoe voelde u zich vlak na de shock

                                          Hoe laat vond de shock plaats?

U mag mogelijk zelf de regie voeren over de behandeling van uw

atriale aritmie. In dat geval zal uw arts u meer informatie daarover geven.

 

Symptomen zonder shocks

 

Soms komt het voor dat u symptomen voelt, maar dat u geen therapie krijgt.

Dat heeft te maken met de manier waarop uw AICD-systeem is geprogrammeerd. Soms wordt u kortademig of duizelig doordat u zich inspant.Of krijgt u een licht gevoel in uw hoofd. Op andere momenten

krijgt u misschien wel klachten bij een hartritmestoornis, maar is de stoornis niet snel genoeg voor uw AICD-systeem om therapie te gaan afgeven.

Als de klachten ernstig zijn of langer duren dan een minuut, moet u

onmiddellijk een arts waarschuwen.

 

Terugkomen voor controle

 

Uw arts zal om de twee`a drie maanden een controleafspraak voor u

maken. Een controle onderzoek duurt meestal zo’n 20 minuten. Er kunnen dan verschillende testen worden uitgevoerd zoals:

. Het uitprinten van informatie over hoe uw apparaat sedert uw laatste bezoek

  heeft gewerkt. 

.  Indien nodig, het aan passen van de programmering van uw apparaat.

.  De batterij controleren om na te gaan hoe veel energie er nog over is.

   Als de batterij bijna leeg is zal de pulsgenerator moeten worden

   vervangen.

 

Vervanging van de AICD

 

Net als andere batterijen raakt de in een AICD-systeem na verloop

van tijd leeg. De AICD-pulsgenerator moet dan worden vervangen.

Hoe lang uw AICD-pulsgenerator meegaat, hangt af van de programmering en van de aantal malen dat er therapie wordt afgegeven. Uw arts koppelt de oude pulsgenerator los van de leads. De leads worden gecontroleerd om er zeker van te zijn dat ze nog goed functioneren. Daarna worden de leads aangesloten op de nieuwe AICD-pulsgenerator. Tot slot wordt er een test uitgevoerd om te controleren of het nieuwe systeem goed werkt.

 

Reacties van de familie en vrienden

 

Het AICD-systeem moet u, maar ook uw vrienden en familie, een gevoel van zekerheid geven. Denk er op die manier aan en probeer dat gevoel over te dragen op anderen. Dat geeft vertrouwen als u weer thuis bent. Misschien heeft u vrienden of familie die reanimatie (CPR) willen leren. Zij kunnen voor meer informatie contact op nemen met de plaatselijke afdeling van het

Rode Kruis.

 

Begrijpen van uw gevoelens

 

Natuurlijk zijn de patiënt en de familie in het begin angstig. Gevoelens als ontkenning, verdriet en boosheid zijn heel normaal. U heeft iets heel ernstigs meegemaakt: een levensbedreigende situatie die al uw gedachten en gevoelens over uw gezondheid heeft veranderd. En ofschoon het positief is dat u een AICD-systeem heeft, omdat daarmee uw ritmestoornissen behandeld kunnen worden, vinden sommige mensen het een onprettig idee dat zij voortaan afhankelijk zijn van een geïmplanteerd apparaat. Het is goed te weten dat dit soort gevoelens meestal na een paar maanden verdwijnen.

 

Waar kunt u terecht voor hulp

 

In de periode dat u met uw AICD leert omgaan is het vaak goed om met andere ICD-patiënten te praten. Zij kunnen waardevolle adviezen geven

over hoe zij met hun AICD-apparaat hebben leren leven. Vraag uw arts o verpleegkundige of er een lokale AICD-patientengroep bestaat.

 

Aantekeningen

 

Gebruik deze bladzij om vragen te noteren die u aan uw arts wilt stellen of om aantekeningen te maken als uw AICD therapie afgeeft. Zaken die voor uw arts van belang zijn.

.  Datum en tijdstip waarop u de therapie kreeg.

.  Wat u deed vlak voor en na afgifte van therapie.

.  Wat u lichamelijk voelde vlak voor en na de afgifte van therapie.

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

Het AICD-systeem en Persoonlijke gegevens

Vraag aan de arts of iemand de verpleging of hij/zij de informatie

op deze bladzijde voor u invult voordat u het ziekenhuis verlaat

AICD Model #:-------------------------------Serie#:--------------------------------

Lead Model #:-------------------------------------Serie#:---------------------------Implantatiedatum:---------------------------------------------------------------------

 

Waarschuw uw arts of de AICD-technicus als er iets niet in orde is met uw

                                               AICD-apparaat

 

Naam van de eletrofysioloog:-------------------------------------------------------

Telefoonnummer van de eletrofysioloog:----------------------------------------

Naam van de ICD-technicus:-------------------------------------------------------

Telefoonnummer ICD-technicus:--------------------------------------------------

Naam van de Cardioloog:-----------------------------------------------------------

Telefoonnummer: van de Cardioloog:--------------------------------------------

 

                                

                              Verklarende woordenlijst

 

Adaptieve frequentie: Het vermogen van de pulsgenerator zijn frequentie aan te passen aan de mate waarin u zich fysiek inspant.

 

Atria: de twee bovenste compartimenten  (de boezems) van het hart, ofwel het rechter en linker atria. Het instromende bloed wordt daar verzameld en van daaruit worden de twee onderste compartimenten (de kamers of ventrikels) van het hart met bloed gevuld.

 

Atriumfibrilleren: (AF) een snelle hartslag of trillen van het hart door onregelmatige signalen in de hartboezems. AF is niet direct levensbedreigend maar kan vermoeidheid of een licht gevoel in het hoofd veroorzaken.

 

Dradycardie: een trage hartslag, doorgaans minder dan 60 slagen per minuut. Bradycardie

Kan het gevolg zijn van een slecht functionerende sinusknoop of een aandoening die hartblok wordt genoemd.

 

Cardioversie: het beëindigen van een te snelle hartslag door een elektrische impuls

die gelijk met een hartslag wordt afgegeven. Het normale hartritme wordt met niet al te veel energie hersteld.

 

Defibrillator: inwendig of uitwendig apparaat dat een elektrische shock kan afgeven om een te snelle, onregelmatige hartslag te stoppen en het normale hartritme te herstellen.

 

Defibrilleren: het beëindigen van veel te snelle hartslag door afgifte van een elektrische shock met hoge energie, om het normale hartritme te herstellen.

 

ECG (elektrocardiogram): een methode die het hartritme op papier zichtbaar maakt. Het elektrocardiogram toont hou de elektrische prikkels door uw hart gaan. De arts ziet aan uw ECG welk hartritme u heeft

 

Elektrode: een elektrisch geïsoleerde draad die het hartsignaal naar de pulsgenerator overbrengt en de energie vanuit de pulsgenerator naar het hart. De elektrode zijn op het oppervlak van het hart geplaatst, of via de venen (aders). in het hart aangebracht.

 

Elektrofysiologische test of onderzoek (EFO) een onderzoek waarbij draden in uw hart worden gebracht om de signalen van uw hart te onderzoeken. Aan de hand van de uitslagen kan de arts de aard van uw hartritmestoornis vaststellen, en zo de werking van de medicijnen die uw gebruikt controleren, en voor u de juiste behandeling kiezen. Zo’n test kan ook  worden gebruikt om na te gaan hoe goed uw AICD-systeem werkt tijdens een ritmestoornis.

 

Elektromagnetisch veld: onzichtbare krachtlijnen die tot stand komen bij gebruik van elektriciteit bij alle apparatuur die op het lichtnet moet worden aangesloten of die op batterijen loopt.

 

Elektromagnetische interferentie (storing) (EMI): storing die ontstaan door een Elektromagnetisch veld. Sterke storing kan de werking van een AICD-steem belemmeren. Dit gebeurt slechts bij hoge uitzondering

 

Hartaanval: ook wel myocardinfarct (MI) of hartinfarct genoemd. Vind plaats al zich een afsluiting voordoet in een bloedvat dat het hart van bloed voorziet. Hierdoor worden sommige delen van het hart niet voorzien en sterft een deel van het hartweefsel af. Symptomen bij een hartaanval zijn misselijkheid, benauwdheid, pijn op de borst, soms uitstralen in de arm of de nek.

 

Hartritme: Een ander woord voor hartslag. U hoort uw arts misschien het woord ritmestoornis gebruiken: bat wil zeggen  dat er een afwijking van het ritme is. Een normale hartfrequentie varieert in rust 60 tot 100 slagen per minuut.

 

Hartstilstand: het hart klopt zeer snel of helemaal niet meer, zodat er geen bloed meer door het lichaam wordt gepompt.

 

Pectoraal: in de borststreek, ofwel bovenste deel van de thorax.  

 

Programmeerapparaart:  een soort computer die met de pulsgenerator kan communiceren. Levert informatie tijdens testen en controleonderzoek. De arts gebruikt het Programmeerapparaart om de pulsgenerator zodanig in te stellen dat deze de ritmestoornissen in uw hart waarneemt en behandelt. De arts gebruikt het Programmeerapparaart ook om  na te gaan wanneer de pulsgenerator moet worden vervangen.

 

 

Pulsgenerator: het deel van het AICD-steem met de elektronica en de batterij; het wordt onderhuids geimplanteerd, in de buikstreek of in de borststreek.

 

Ritmestoornis: ieder hartritme dat vlugger of langzamer is dan normaal of onregelmatig.

 

Sinusknoop: het gebiedje in de bovenste rechter compartiment van uw hart dat normaal en elektrische impuls opwekt. Deze impuls loopt door het hart en zorgt er voor dat het hart slaat.

 

Ventriculaire tachycardie (vt): een snelle hartslag veroorzaakt door abnormale impulsen afkomstig uit een gebied van het ventrikel. De snelle hartslag van 120 – 250 slagen per minuut leid mogelijk tot duizeligheid, slappe, gedeeltelijke uitval van het gezichtsvermogen en uiteindelijk tot bewusteloosheid.

 

Ventrikel: een van de twee onderste compartimenten van het hart, ofwel de ‘kamers’. De rechterventrikel stuurt bloed naar de longen, de linkerventrikel stuurt zuurstofrijk bloed naar de rest van het lichaam.

 

Ventrikelfibrillern (VF): een zeer snelle, onregelmatige hartslag teweeggebracht door abnormale impulsen vanuit verschillende plaatsen in de ventrikel. Het hart slaat zo snel dat het geen bloed meer dor het lichaam kan pompen. Een hart dat fibrilleert slaat soms wel meer dan 300 keer per minuut. Bij Ventrikelfibrillern verliest de patiënt het bewustzijn en is er onmiddellijk medische hulp geboden.

 

Uit een uitgave van Guidant

 

Home