THERAPIE IN ACTIE
Inhoud3
1. OVER UW ZIEKTE . inleiding.
De natuurlijke pacemaker . van uw eigen
hart 9 2. UW
AICD - SYSTEEM. . Wat is het aicd-systeem? . hoe werkt uw AICD-systeem . Hoe therapie bij afgifte aanvoelt. . De implantatie van uw AICD-systeem. 17
3. WEER NAAR HUIS . wat gebeurt er verder. . Na de
operatie. . Activiteiten
en lichaamsbeweging. . AICD-indenticatiekaart. . Op
reis. 21
4. BELANGRIJKE FEITEN OVER UW ICD -
SYSTEEM . Het gebruik van huishoudelijke apparaten en gereedschap . Wat
u moet vermijden . Luchthavenbeveilinging . Bezoek aan de tandarts en de arts . De werkomgeving 27
5. LEVEN MET UW AICD-SYSTEEM .
Uw eigen verantwoordelijkheid wanneer een arts roept? . Wat
moet u doen als u een shock krijgt .
Terugkomen voor controles .
Vervanging van de AICD .
Reacties van familie en vrienden .
Begrijpen van uw gevoelens . Waar
kunt u terecht voor hulp .
Aantekeningen . Het AICD-systeem en persoonlijke gegevens . Verklarende woordenlijst |
|
1. OVER UW ZIEKTE Inleiding |
|
een denfibrillatie (AICD-systeem) aanbevolen voor de behandeling van uw te
snelle hartritme.
De AICD-systeem worden al meer dan veertien jaar door meer dan 140.000
mensen met succes gebruikt.
Raadpleeg uw arts over de potentiële risico’s of nadelige
effecten van een
geïmplanteerde AICD.
In dit artikel wordt beschreven hoe het AICD-systeem te snelle hartritme
waarneemt en behandelt, aan welke
dingen u na uw operatie nog wel kunt
mee doen en wat u niet (meer) mag
doen.
Tenslotte wordt ingegaan op de
meest voorkomende vragen bij
ICD-patiënten. Als u na het lezen nog
steeds vragen heeft, kun u
die voorleggen aan uw arts.
trekken door het hele hart. En laten
het hart samentrekken (contraheren)
of ‘slaan’ Onder normale
omstandigheden zijn de impulsen afkomstig uit een klein gebied in uw hart dat de sinusknoop
(SK) heet. Het is een gebied in het bovenste rechter compartiment van het hart,
dat ook wel de rechter boezem of het rechter ‘atrium’ wordt genoemd. Als de SK
een impuls afgeeft aan de twee bovenste hartkamers, de atria, dan contraheren
de atria tegelijkertijd. Hierdoor worden de twee onderste compartimenten,de kamers of ‘ventrikels’ gevuld met bloed. Vervolgens
verplaatst het signaal zich naar de ‘ventrikels, waardoor ook deze
samentrekken. Het gevolg is een hartslag. Na een korte pauze begint de hier
beschreven cyclus opnieuw. Soms gaat er iets fout in elektrische
systeem van het hart en ontstaat er een abnormaal, vaak onregelmatig hartritme,
dat ‘ritmestoornis’ wordt genoemd. Bij ‘ritmestoornis’ komt het voor dat er te
weinig bloed door het lichaam wordt gepompt.
Soms slaat het hart te langzaam. De oorzaak hiervan kan zijn
dat de sinusknoop niet goed werkt, of dat er een toestand is die hartblok wordt
genoemd. We spreken van een hartblok als er problemen zijn met het elektrische
geleidingssysteem tussen de bovenste en onderste hartcompartimenten. De
natuurlijke pacemaker - signalen, die de sinusknoop afgeeft komen niet snel
genoeg aan of bereiken de hartkamers zelf helemaal niet. Bij Bradycardie trekken de hartcompartimenten onvoldoende vaak
samen om genoeg bloed door het lichaam te pompen. Iemand met Bradycardie is vaak moe of kan flauwvallen.
2. Uw AICD-SYSTEEM
Wat is een AICD-systeem
1)Er zijn verschillende AICD-systeem.
En fabriekanten voor ICD’s.
Niet alle systemen hebben dezelfde
instellengen,mogelijkheden en eigenschapen
Uw hart wordt door het AICD-systeem
voortdurend gecontroleerd; iedere ritmestoornis wordt opgemerkt. Als dat gebeurt stelt de AICD automatisch vast of u behandeling
nodig heeft die, indien nodig, gegeven wordt. Voor de behandeling wordt antitachycardie-stimulatie, cardioversie
of defibrillatie gebruikt, afhankelijk van het hartritme dat door het
apparaatwoord geregistreerd. Wanneer het AICD-systeem
een ritme registreert dat sneller, langzamer of anders is dan normaal, gaat het
na of het een ritme is dat moet worden behandeld. Het apparaat geeft therapie
af, als dat moet, volgens de door de arts geprogrammeerde instellingen. 2) De gegeven behandeling kan van enkele seconde tot
minuten duren. Hoe lang de behandeling duurt hangt af
van het soort ritme dat is waargenomen en hou dit ritme zich verhoudt tot de
geprogrammeerde instellingen. U hoort van de arts welk soort therapie uw AICD-systeem aan u afgeeft.
2) de afgegeven therapie hangt af van met type apparaat en
het soort ritmestoornis dat u heeft
Hoe therapie bij afgifte aanvoelt
. Antiachyccardiestimulatie
Als u een regelmatige maar snelle
ritmestoornis heeft, geeft het AICD-systeem een
reeks lichte, snelle, elektrische stimulatiepulsen af. Deze worden gebruikt om
de ritmestoornis te stoppen en het normale hartritme te herstellen. U hoeft de
stimulatietherapie niet te voelen wanneer die aan uw hart wordt afgegeven, of u
kunt een ‘fladderend’ gevoel in uw borst ervaren De meeste patiënten die
stimulatietherapie krijgen zeggen dat het pijnloos is.
. Cardioversie
Als u een
regelmatige maar snelle ritmestoornis heeft, geeft het AICD-systeem een lage-energie
shock af. Hiermee kan
de ritmestoornis gestopt worden en keert het normale ritme terug. Deze lage-energie shocks zijn krachtiger dan de stimulatie-pulsen. Veel patiënten vinden cardioversie onprettig,
Vergelijkbaar met een stomp op de borst.
. Defibrillatie
Bij zeer snelle en onregelmatige
ritmestoornissen kunnen hoge-energie shocks worden
gebruikt om de ritmestoornis af te breken. Daarna kan uw hart terugkeren naar
het normale ritme. Veel mensen vallen flauw bij een snelle VT- of VF-episode of raken bewusteloos. In zo’n
geval voelt men de hoge-energie shock niet. Wie niet
flauw valt, beschrijft de shock als een trap tegen de borst. Meestal komt de
shock onverwacht en het gevoel duurt maar een moment. Veel mensen vinden de
shock een geruststelling. Anderen mensen zijn na de shock even van streek. De
meeste AICD-systeem stimuleren
een compartiment van uw hart met een normale frequentie. Sommige AICD-systeem detecteren en stimuleren twee hart
compartimenten. Bij veel patiënten zijn de elektrische signalen van het hart
van nature te traag.Verder kan de elektrische bundel
naar het lagere gedeelte van het hart geheel of gedeeltelijk geblokkeerd zijn. Met stimulatie kan
dan het normale hartritme worden hersteld. Sommige AICD-systeem
kunnen zodanig geprogrammeerd worden dat ze de
frequentie waarmee gestimuleerd wordt aanpassen aan de mate van uw lichamelijke
inspanning. Deze “ferquentie-adapterende” apparaten
met maken gebruik van een speciale sensor in de pulsgenerator voor de
veranderingen in uw inspanningsniveau. Dit zijn lage-energie
pulsen. De patiënt merkt hier gewoonlijk niets van. Als u een AICD-systeem hebt dat zich aanpast aan uw inspanningsniveau,
dan kunt u merken dat het hartritme versnelt naarmate u uw inspanning opvoert.
De implantatie van uw AICD-systeem

In de meeste gevallen
duurt het implanteren ongeveer een uur. Meestal brengt de arts de elektrode in
een bloedvat (vene),
meestal via een kleine opening in de buurt van het sleutelbeen. Vervolgens
wordt de elektrode door de vene naar uw hart opgeschoven, het uiteinde van de
elektrode (of lead) komt direct tegen de binnenkant
van de hartwand te liggen. Sommige patiënten hebben een extra elektrode nodig,
Deze elektrode kan
via een kleine opening een de linkerkant van uw borstkas vlak onder de huid
worden geplaatst.Indien uw arts heeft besloten dat in
uw geval stimulatie van beide hartcompartimenten nodig is, en de ene elektrode
in uw rechterboezem (atrium) geplaatst, en de andere in uw kamer (ventrikel).
Wanneer uw arts heeft vastgesteld dat uw aandoening behandeling van het atrium behoeft, wordt er mogelijk nog een lead
tussen de atria en de ventrikels van uw hart geplaatst.Tijdens
de operatie wordt het AICD-systeem getest. Hiervoor
wekt de arts in uw hart met opzet een ritmestoornis op, om het apparaat ritme
te laten detecteren en de geprogrammeerde behandeling te laten afgeven.
Soms wordt er na de
implantatie nog een onderzoek uitgevoerd,de
inspanningstest. Hiermee kan de arts uw hartritme bekijken en controleren hoe
uw AICD-systeem werkt.
3.WEER NAAR HUIS
Wat gebeurt er verder
Als u na de ingreep
hersteld bent en weer naar huis gaat, zult u merken dat u dank zij de AICD-systeem weer een normaal, actief leven kunt leiden.
Met inachtneming van
de volgende adviezen.
Na de operatie
Het kan
best even duren – van weken tot maanden
– voordat u zich weer helemaal
goed voelt. Het beste is het als u zelf actief aan uw herstel meewerkt en zich
aan de adviezen van uw arts houd:
.
Waarschuw de arts als uw huid op de
operatieplaats(en) rood wordt of
op zwelt, of als
er wondvocht wordt gevormd.
.
U mag niets zwaar tillen totdat de arts zegt
dat tillen weer mag.
.
Neem voldoende
lichaamsbeweging en was u zelf
. Draag geen
strakke kleren die de huid boven de pulsgenerator kunnen
irriteren.
.
Als uw arts
dat zegt, moet u armbewegingen die een negatief effect
kunnen hebben op
de elektrode – systeem, zoveel mogelijk vermijden.
.
Doe geen
sporten waarbij u klappen kunt krijgen op de plaats
van
Implantatie.
.
Vergeet niet
uw andere artsen, tandarts en eerste Hulp
- personeel te
zeggen dat u een AICD-systeem heeft.
Activiteiten en lichaamsbeweging
Uw arts help u bij beslissing wanneer u uw normale leven weer kunt
hervatten zonder dat u bang hoeft te zijn dat u zichzelf of uw AICD-systeem hiermee schade zult aandoen. Die bezigheden zijn
onder meer:
. Weer
aan het werk
. Reizen
. Seksualiteit
. Uw hobby’s
Het hangt van de ernst
van uw aandoening af welke activiteiten uw arts u zal
afraden, zodat u zichzelf of andere mensen met een korte bewusteloosheid in
gevaar kunt brengen. Voorbeelden zijn: autorijden, zonder anderen in de buurt
gaan zwemmen of varen, of op ladders klimmen.
Autorijden
De verkeerswetgeving
en de aard en de ernst van uw klachten zijn vaak de beslissende factoren bij de
vraag of u al dan niet mag autorijden.
Uw arts adviseert wat
voor u zelf en voor anderen het veiligst is.
AICD-indentificatiekaart
Zorg dat u de AICD
– identificatiekaart bij u heeft waarin staat dat u
een geïmplanteerd AICD – apparaat heeft.
Op uw AICD –
identificatiekaart staan vermeld: u naam, adres en telefoonnummer, naam, adres,
en telefoonnummer van uw arts, en de modelnummer van
de elektroden en pulsgenerator. Er moet ook op wat er op de Eerste Hulp moet
gebeuren als u behandeld moet worden.
Zorg via uw arts voor
een nieuwe AICD – identificatiekaart als
u verhuist of een andere arts krijgt.
Op reis
Neem contact op met uw arts voordat u op reis
gaat.En:
.
Vraag aan uw arts met wie u in noodgevallen contact moet opnemen.
. Toon uw AICD
– veiligheidscontrole – kaart altijd aan mensen van de
. bewakingdienst op
het vliegveld. (Zie ook de paragraaf wat u moet
vermijden.)
. Als u langer dan twee maanden op reis gaat vraag uw
ars dan de naam
van een arts naar
wie u toe kunt gaan voor controle.
. Vraag uw arts wat u moet doen als uw AICD –
therapie afgeeft.
4 BELANGRIJKE FEITEN OVER
UW AICD – SYSTEEM
Het gebruik van
huishoudelijke apparaten en gereedschap
AICD–SYSTEEM
heeft een aantal ingebouwde beveiligingen tegen de
Meeste
storingen door elektrische apparatuur.
. Magnetrons
.
Televisies,
AM/FM radio’s en videorecorders
.
Keukenapparatuur
zoals broodroosters, mixers, elektrische messen
en elektrische blikopeners
. Scheerapparaten
en handfohns
.
Elektrische
dekens
.
Wasmachines, drogers
en elektrische kachels
.
Motoren met
een bougie – ontsteking, zoals grasmaaier of
ander elektrische
tuingereedschap
.
Elektrische
schrijfmachines en kopieermachines
.
Personae
computers
.
Elektrisch
gereedschap, bijvoorbeeld boren en zaagmachines
Wat u moet vermijden
De meeste
apparaten waarmee u dagelijks omgaat zijn niet van invloed op uw AICD–systeem.
Wel is het systeem gevoelig voor sterke elektrische of magnetische velden.
Blijf met uw AICD–pulsgenerator ten minsten
.
Stereo –
speakers in grote stereo – apparatuur, transistor – radio’s. “boom”
boxen, etc
.
Sterke
magneten
.
Magnetische
controle – apparatuur op luchthavens, “bingo” – spelen, etc
.
Industriële
apparatuur zoals generatoren, booglasapparatuur en
industriële motoren
Draadloos gereedschap zoals
schroevendraaiers, boormachines. Etc
Hang nooit
boven een draaiende elektrische motor, bijvoorbeeld een dynamo van een auto.
Deze hebben vaak ingebouwde magneten. Blijf ook niet in de buurt van
antidiefstal apparatuur bij de ingang van warenhuizen en openbare bibliotheken.
U kunt er wel in een normaal door tempo langs lopen.
Overleg
met uw arts over het gebruik van bepaalde radio - afstandsbediening voor
speelgoedauto’s en vliegtuigen. Sommige AICD-pulsgenerator
zijn daar gevoelig voor. Als u te dicht in de buurt
van een magneet komt geeft uw systeem ( als hij aan staat) een piepend geluid
af (als de batterij leeg dreigt te raken(ongeveer eens
per seconde) of een continue toon laten horen. Ga onmiddellijk bij het
betreffende voorwerp vandaan en neem contact op met u arts.
Mobiele telefoons
In sommige
gevallen beïnvloed een mobiele telefoon de werking van uw
AICD-systeem, namelijk als deze minder dan 15cm bij de pulsgenerator
vandaan wordt gehouden. Volg, om interacties zo veel mogelijk uit te sluiten,
de volgende adviezen op:
. Zorg voor een afstand van ten minsten 15cm tussen de
mobiele telefoon
en uw AICD-pulsgenerator. Houd een afstand van 30cm aan voor
telefoons die meer dan 3 watt uitzenden.
.
Houd de
mobiele telefoon niet aan de kant van uw lichaam waar de AICD-pulsgenerator
geïmplanteerd is.
. draag de mobiele telefoon niet
in uw borstzak of aan de riem waarbij de telefoon minder dan 15cm bij uw AICD-pulsgenerator vandaan is.
Deze
voorzorgen betreffen uitsluitend mobiele telefoons en geen draadloze telefoon
in huis. Maar houdt ook een gewone draadloze telefoon niet boven uw AICD-pulsgenerator. Neem bij twijfel over bepaalde
situaties of apparatuur altijd contact op met uw arts.
Luchthavenbeveiliging
Uw AICD
raakt niet beschadigt in een röntgenpoortje. De handdetector van
bewakingspersoneel kan echter uw apparaat uitschakelen wanneer de detector wat
langer boven de AICD wordt gehouden. Laat uw AICD-indentificatiekaart
en uw AICD-veiligheidskaart aan de
bewakingspersoneel
Zien(deze
kaarten zijn via uw arts verkrijgbaar). Controle met een handdetector moet
worden vermeden. Vraag om handmatige fouillering in plaats van controle met de
handdetector. Als de handdetector toch moet worden gebruikt benadruk dan dat
het bewakingspersoneel de controle snel moet uitvoeren. Zeg dat de magneet niet
boven uw AICD-systeem mag worden stilgehouden. Neem
over vragen betreffende de beveiliging op luchthavens contact op met uw arts.
Bezoeken aan de tandarts en arts
Al het
medische personeel moet weten dat u een AICD hebt. Er zijn enkele medische
procedures die het AICD- systeem kunnen beïnvloeden. Magneticresonance
imaging (MRI, ofwel
magnetische kernspinresonantie) is een diagnostisch onderzoek waarbij een
krachtig elektromagnetisch veld wordt gebruikt. Dit onderzoek moet worden
vermeden. Mri-apparatuur staat in ziekenhuisruimte
waarop aangegeven is dat zich daar magneten bevinden.
Ga daar
niet naar Binnen. Bij diathermie wordt een elektrisch veld gebruikt
Bij
warmtebehandeling van lichaamweefsels, dit moet worden vermeden.
Elektronchirurgie
wordt tijdens operaties gebruikt om bloedingen uit bloedvaten te stelpen en mag
alleen worden toegepast als u apparaat uitgeschakeld is. Uw AICD ondervindt
geen hinder van boor - en gebitsreiningingsapparatuur
van de tandarts.
De werkomgeving
Als u niet
zeker weet of uw werkomgeving veilig is, kan uw arts laten nagaan of u werk
doet dat al dan niet van invloed is op de werking van uw AICD-systeem.
4
Leven met uw AICD-systeem
Uw eigen verantwoordelijkheid.
Houd u aan de
instructies van uw arts en kom op de afgesproken tijden
terug voor
controle. En verder is het belangrijk dat u:
.
Uw arts alles
vraagt wat u over uw AICD-systeem wilt weten.
.
Uw
geneesmiddelen volgen voorschrift inneemt.
.
Altijd uw
Amictidentificatiebewijzen bij u heeft.
.
Uw huisarts,
tandarts en ander medisch personeel laat weten dat u een AICD heeft.
Wanneer moet u de arts roepen??
Uw arts
vertelt u wanneer u hem/haar moet waarschuwen. In het
algemeen geldt dat de cardioloog moet worden gewaarschuwd als u:
.
Therapie
krijgt van uw AICD-systeem en de arts gezegd heeft
dat u
hem/haar dan moet
waarschuwen.
.
Voelt dat u
een hartritmestoornis heeft en u gezegd is dat u dan moet
Waarschuwen.
.
Zwelling,
roodheid of verlies van vocht opmerkt rond of uit de
Operatiewond.
.
Vragen heeft
over de AICD-apparaat, uw hartritme, of de medicijnen
die
U gebruikt.
.
Op reis wilt of gaat verhuizen.
.
Hoort dat uw
systeem pieptonen geeft.
.
Iets
onverwachts of ongewoons opmerkt, zoals een onbekend
symptoom, of een
symptoom dat u kent uit de tijd dat u nog geen
AICD-systeem
had.
Wat moet u doen als u een shock krijgt ??
Noteer
relevante telefoonnummers en de geneesmiddelen die u moet
gebruiken.
Bewaar
alle gegevens bij uw telefoon.
Binnen
enkele seconden nadat uw hart te snel gaat kloppen, zal uw AICD-systeem
therapie afgeven. Doorgaans heeft u dan niet veel tijd
meer
Om nog
iets te doen.
Wat moet u doenbij een shock krijgt.
1. blijf
kalm en ga ergens zitten of liggen.
2.zorg,
indien mogelijk, dat er tijdens het voorval iemand bij u in de buurt
blijft die, mocht
het nodig zijn reanimatie (CPR) kan toepassen.
3.Laat iemand een
ziekenwagen bellen wanneer u langer dan 1 minuut
bewusteloos zou
zijn.
4.Als u weer
bijgekomen bent maar zich niet goed voelt na de shock, laat
dan uw arts
waarschuwen. Houd u aan zijn/haar instructies.
5.Als u zich na de
therapie weer goed voelt en geen klachten meer heeft, is
het niet perse
nodig direct een arts in te schakelen; houdt u echter aan de
instructies die u
hiervoor van uw arts heeft gekregen.als de shock
bijvoorbeeld ’s
nachts plaats vind, kan het zijn dat de arts wil dat u dat de
volgende ochtend
laat weten. Als u belt kunt u de volgen de vragen
verwachten:
Wat deed u vlak voor de shock?
Wat
warenden symptomen voor de shock?
Hoe voelde u zich vlak na de shock
Hoe laat vond de shock plaats?
U mag mogelijk zelf de regie voeren over de behandeling van uw
atriale aritmie. In dat geval
zal uw arts u meer informatie daarover geven.
Symptomen zonder shocks
Soms komt het voor dat
u symptomen voelt, maar dat u geen therapie krijgt.
Dat heeft te maken met
de manier waarop uw AICD-systeem is geprogrammeerd.
Soms wordt u kortademig of duizelig doordat u zich inspant.Of
krijgt u een licht gevoel in uw hoofd. Op andere momenten
krijgt u misschien wel klachten bij een
hartritmestoornis, maar is de stoornis niet snel genoeg voor uw AICD-systeem om therapie te gaan afgeven.
Als de klachten
ernstig zijn of langer duren dan een minuut, moet u
onmiddellijk een arts waarschuwen.
Terugkomen voor controle
Uw arts
zal om de twee`a drie maanden een controleafspraak voor u
maken. Een
controle onderzoek duurt meestal zo’n 20 minuten. Er
kunnen dan verschillende testen worden uitgevoerd zoals:
. Het uitprinten van informatie over hoe uw apparaat sedert uw laatste bezoek
heeft gewerkt.
. Indien nodig, het aan passen van de programmering
van uw apparaat.
. De batterij controleren om na te gaan hoe veel
energie er nog over is.
Als de batterij bijna leeg is zal de
pulsgenerator moeten worden
vervangen.
Vervanging van de AICD
Net als
andere batterijen raakt de in een AICD-systeem na
verloop
van tijd leeg.
De AICD-pulsgenerator moet dan worden vervangen.
Hoe lang
uw AICD-pulsgenerator meegaat, hangt af van de
programmering en van de aantal malen dat er therapie
wordt afgegeven. Uw arts koppelt de oude pulsgenerator los van de leads. De leads worden gecontroleerd om er zeker van te zijn dat ze
nog goed functioneren. Daarna worden de leads aangesloten op de nieuwe AICD-pulsgenerator. Tot slot wordt er een test uitgevoerd
om te controleren of het nieuwe systeem goed werkt.
Reacties van de familie en vrienden
Het AICD-systeem moet u, maar ook uw vrienden en familie, een
gevoel van zekerheid geven. Denk er op die manier aan en probeer dat gevoel
over te dragen op anderen. Dat geeft vertrouwen als u weer thuis bent.
Misschien heeft u vrienden of familie die reanimatie
(CPR) willen leren. Zij kunnen voor meer informatie contact op nemen met de
plaatselijke afdeling van het
Rode
Kruis.
Begrijpen van uw gevoelens
Natuurlijk
zijn de patiënt en de familie in het begin angstig. Gevoelens als ontkenning,
verdriet en boosheid zijn heel normaal. U heeft iets
heel ernstigs meegemaakt: een levensbedreigende situatie die al uw gedachten en
gevoelens over uw gezondheid heeft veranderd. En ofschoon het positief is dat u
een AICD-systeem heeft, omdat daarmee uw
ritmestoornissen behandeld kunnen worden, vinden sommige mensen het een
onprettig idee dat zij voortaan afhankelijk zijn van een geïmplanteerd apparaat.
Het is goed te weten dat dit soort gevoelens meestal na een paar maanden
verdwijnen.
Waar kunt u terecht voor hulp
In de
periode dat u met uw AICD leert omgaan is het vaak goed om met andere ICD-patiënten te praten. Zij kunnen waardevolle adviezen
geven
over hoe zij
met hun AICD-apparaat hebben leren leven. Vraag uw
arts o verpleegkundige of er een lokale AICD-patientengroep
bestaat.
Aantekeningen
Gebruik
deze bladzij om vragen te noteren die u aan uw arts wilt stellen of om
aantekeningen te maken als uw AICD therapie afgeeft. Zaken die voor uw arts van
belang zijn.
. Datum en tijdstip
waarop u de therapie kreeg.
.
Wat u deed
vlak voor en na afgifte van therapie.
.
Wat u
lichamelijk voelde vlak voor en na de afgifte van therapie.
Het AICD-systeem en
Persoonlijke gegevens
Vraag aan de arts of iemand de
verpleging of hij/zij de informatie
op deze
bladzijde voor u invult voordat u het ziekenhuis verlaat
AICD Model
#:-------------------------------Serie#:--------------------------------
Lead Model
#:-------------------------------------Serie#:---------------------------Implantatiedatum:---------------------------------------------------------------------
Waarschuw uw arts of de AICD-technicus
als er iets niet in orde is met uw
AICD-apparaat
Naam van de eletrofysioloog:-------------------------------------------------------
Telefoonnummer van de eletrofysioloog:----------------------------------------
Naam van de ICD-technicus:-------------------------------------------------------
Telefoonnummer ICD-technicus:--------------------------------------------------
Naam van de Cardioloog:-----------------------------------------------------------
Telefoonnummer: van de Cardioloog:--------------------------------------------
Verklarende woordenlijst
Adaptieve frequentie: Het vermogen van de pulsgenerator zijn
frequentie aan te passen aan de mate waarin u zich fysiek inspant.
Atria: de twee bovenste compartimenten (de boezems) van het hart, ofwel het
rechter en linker atria. Het instromende bloed wordt daar verzameld en van
daaruit worden de twee onderste compartimenten (de kamers of ventrikels) van
het hart met bloed gevuld.
Atriumfibrilleren: (AF) een snelle hartslag of trillen van het hart door onregelmatige signalen in
de hartboezems. AF is niet direct levensbedreigend maar kan vermoeidheid of een
licht gevoel in het hoofd veroorzaken.
Dradycardie: een trage
hartslag, doorgaans minder dan 60 slagen per minuut. Bradycardie
Kan het gevolg zijn van een slecht functionerende sinusknoop of een
aandoening die hartblok wordt genoemd.
Cardioversie: het beëindigen van een te snelle
hartslag door een elektrische impuls
die gelijk met een hartslag wordt afgegeven. Het normale hartritme wordt met
niet al te veel energie hersteld.
Defibrillator: inwendig of uitwendig apparaat dat
een elektrische shock kan afgeven om een te snelle, onregelmatige hartslag te
stoppen en het normale hartritme te herstellen.
Defibrilleren: het beëindigen van veel te snelle
hartslag door afgifte van een elektrische shock met hoge energie, om het
normale hartritme te herstellen.
ECG (elektrocardiogram): een methode die het hartritme op papier
zichtbaar maakt. Het elektrocardiogram toont hou de
elektrische prikkels door uw hart gaan. De arts ziet aan uw ECG welk hartritme
u heeft
Elektrode: een elektrisch geïsoleerde draad die het
hartsignaal naar de pulsgenerator overbrengt en de energie vanuit de
pulsgenerator naar het hart. De elektrode zijn op het
oppervlak van het hart geplaatst, of via de venen (aders). in het hart
aangebracht.
Elektrofysiologische test of onderzoek
(EFO) een
onderzoek waarbij draden in uw hart worden gebracht om de signalen van uw hart
te onderzoeken. Aan de hand van de uitslagen kan de arts de aard van uw
hartritmestoornis vaststellen, en zo de werking van de medicijnen die uw
gebruikt controleren, en voor u de juiste behandeling kiezen. Zo’n test kan ook
worden gebruikt om na te gaan hoe goed uw AICD-systeem
werkt tijdens een ritmestoornis.
Elektromagnetisch veld: onzichtbare krachtlijnen die tot stand
komen bij gebruik van elektriciteit bij alle apparatuur die op het lichtnet
moet worden aangesloten of die op batterijen loopt.
Elektromagnetische interferentie
(storing) (EMI): storing die ontstaan door een Elektromagnetisch veld. Sterke storing kan de
werking van een AICD-steem belemmeren. Dit gebeurt
slechts bij hoge uitzondering
Hartaanval: ook wel myocardinfarct
(MI) of hartinfarct genoemd. Vind plaats al zich een afsluiting voordoet in een
bloedvat dat het hart van bloed voorziet. Hierdoor worden sommige delen van het
hart niet voorzien en sterft een deel van het hartweefsel af. Symptomen bij een
hartaanval zijn misselijkheid, benauwdheid, pijn op de borst, soms uitstralen
in de arm of de nek.
Hartritme: Een ander woord voor hartslag. U hoort
uw arts misschien het woord ritmestoornis gebruiken: bat wil zeggen dat er een afwijking van het ritme is.
Een normale hartfrequentie varieert in rust 60 tot 100 slagen per minuut.
Hartstilstand: het hart klopt zeer snel of helemaal
niet meer, zodat er geen bloed meer door het lichaam wordt gepompt.
Pectoraal: in de borststreek, ofwel bovenste deel
van de thorax.
Programmeerapparaart: een soort computer die met de
pulsgenerator kan communiceren. Levert informatie tijdens testen en
controleonderzoek. De arts gebruikt het Programmeerapparaart
om de pulsgenerator zodanig in te stellen dat deze de ritmestoornissen in uw
hart waarneemt en behandelt. De arts gebruikt het Programmeerapparaart
ook om na te
gaan wanneer de pulsgenerator moet worden vervangen.
Pulsgenerator: het deel van het AICD-steem
met de elektronica en de batterij; het wordt onderhuids geimplanteerd,
in de buikstreek of in de borststreek.
Ritmestoornis: ieder hartritme dat vlugger of
langzamer is dan normaal of onregelmatig.
Sinusknoop: het gebiedje in de bovenste rechter
compartiment van uw hart dat normaal en elektrische impuls opwekt. Deze impuls
loopt door het hart en zorgt er voor dat het hart slaat.
Ventriculaire tachycardie (vt): een snelle hartslag veroorzaakt door abnormale impulsen afkomstig uit een
gebied van het ventrikel. De snelle hartslag van 120 – 250 slagen per minuut leid mogelijk tot duizeligheid, slappe, gedeeltelijke uitval
van het gezichtsvermogen en uiteindelijk tot bewusteloosheid.
Ventrikel: een van de twee onderste
compartimenten van het hart, ofwel de ‘kamers’. De
rechterventrikel stuurt bloed naar de longen, de linkerventrikel stuurt
zuurstofrijk bloed naar de rest van het lichaam.
Ventrikelfibrillern (VF): een zeer snelle, onregelmatige hartslag teweeggebracht door abnormale
impulsen vanuit verschillende plaatsen in de
ventrikel. Het hart slaat zo snel dat het geen bloed meer dor het lichaam kan
pompen. Een hart dat fibrilleert slaat soms wel meer dan 300 keer per minuut.
Bij Ventrikelfibrillern verliest de patiënt het
bewustzijn en is er onmiddellijk medische hulp geboden.
Uit een uitgave van Guidant