Stamcel – transplantatie        

 

LUMC start met stamceltransplantaties

            in het hart                     


Hulp naar je hart                                                                               

 

Goed, in Boston zijn ze al begonnen, maar het Leids Universitair Medisch

Centrum volgt de Amerikanen op de voet. Voor het einde van het jaar wil

cardioloog dr. Douwe Atsma beginnen met stamceltransplantaties in de

hartspier van patiënten die een infarct achter de rug hebben.

De stamcellen, die uit het eigen beenmerg van de patiënt komen,

vormen nieuwe bloedvaten en spiercellen in het zieke hart.

'Het is een grote, maar logische volgende stap.'

 

Eveline Hendriksen

 

'Het wachten is op toestemming van de medisch ethische commissie van het

LUMC', vertelt dr. Douwe Atsma, cardioloog in het Leidse universiteitsziekenhuis.

Hij heeft goede hoop. In de hematologie, de bestrijding van bloedziekten,

bestaat de stamceltherapie namelijk al jaren. Jonge mensen met leukemie

krijgen een transplantatie met eigen beenmergcellen, of cellen van familieleden.

'Wij willen het eigen beenmerg van de patiënt gebruiken', legt Atsma uit.

'Dat beenmerg bevat zogenaamde stamcellen, die de potentie hebben om

onder andere bot‑, vet‑ en h rtspiercellen worden. Of cellen die een

bloedvat vormen.' Atsma hoopt voor het einde van het jaar te kunnen

beginnen met de behandeling van de zogenaamde 'no‑option patients.

' Dat zijn mensen die last hebben van vernauwde bloedvaten rond het hart,

of die een hartinfarct hebben doorstaan, en die niet in aanmerking komen

voor een dotterbehandeling of een bypass‑operatie. 'We halen wat beenmerg

uit de heup', legt Atsma uit. 'Een injectiespuit vol, dat zijn ongeveer 400 miljoen

stamcellen. Die cellen filteren we en spuiten we direct in de beschadigde hartspier.


Atsma past hierbij de zogenaamde NOGA‑methode toe.

Via de liesslagader wordt een speciale katheter opgevoerd tot in de

linker hartkamer. 'In de katheter zit een sensor, die precies meet waar je zit in

de hartspier, hoeveel beweging er is op die plek en of er nog sprake is van

elektriciteit. Ik ben op zoek naar plaatsen waar wel elektrische spanning is,

 maar geen beweging: dat is hartspierweefsel in nood.Daar spuit ik de stamcellen in.

' En dan gebeurt er iets wonderlijks: een stamcel die in de hartspier wordt ingespoten

'weet' dat hij hartspiercel moet worden. 'Hoe dat komt, snappen we niet',

zegt Atsma. 'Kennelijk zijn er in de beschadigde hartspier signaalstoffen

aanwezig die de stamcel opsporen en doorgeven: word maar hartspiercel

of bloedvat, dat hebben we hier nodig.' De behandeling kent veel voordelen:

omdat de cardiologen met patiënteigen beenmerg werken, is het gevaar

van afstoting nihil. Bovendien is er geen ingrijpende operatie nodig.

De ingreep via de lies duurt anderhalf uur en kan in principe meerdere

keren achter elkaar worden uitgevoerd. En er lijken weinig ethische bezwaren

aan de stamceltransplantaties te zitten. 'We maken geen gebruik van andere

bronnen van stamcellen, zoals foetussen of navelstrengbloed', aldus Atsma.

Ondanks de eerdere toepassing van stamceltransplantatie in de hematologie

moeten veel mensen nog wennen aan het gebruik van deze methode in de

cardiologie. 'Omdat we de cellen direct in het hart spuiten', denkt Atsma.

'In de hematologie krijgt een patiënt een infuus met beenmergmateriaal.

De stamcellen vinden dan hun eigen weg in het lichaam.

Nu brengen we direct naar de plaats waar ze nodig zijn.'

 

Voorsprong Amerikanen

 

In Amerika zijn de stamceltransplantaties waarschijnlijk recent van start gegaan.

'Ze lijken ons helaas net een stapje voor te zijn, hoewel ze dat uit

competitieoverwegingen niet zullen zeggen', aldus Atsma. 'De Amerikanen zijn

ook al wat langer bezig.' Atsma heeft een lijstje klaarliggen met patiënten die

aan het onderzoek willen meewerken. 'Stamcellen zijn momenteel "hot" in de

medische wetenschap en patiënten verwachten er veel van. Ze begrijpen wel

dat de stamceltransplantatie nog geen behandelmethode is, maar zich in de

onderzoeksfase bevindt.' De cardioloog blaakt van enthousiasme. 'De resultaten

in diermodellen zijn veelbelovend, nu zullen we zien hoe mensen op de

stamceltransplantaties reageren.' De afdeling cardiologie doet het onderzoek niet

alleen, ook de vakgroepen anatomie & embryologie, hematologie en de sectie

gentherapie, afdeling moleculaire celbiologie participeren. 'Er zijn verschillende

promovendi voor ons aan het werk. Zo onderzoekt iemand of wij humane stamcellen

in hartspiercellen kunnen veranderen zonder dat er een hart in de buurt is.

Een ander bekijkt hoe de functie van het hart van muizen die een infarct hebben

gehad, verandert na een stamceltransplantatie. Moeten we alle stamcellen in een

keer inspuiten, of in verschillende fasen? Is het nog effectiever om de stamcellen

buiten het lichaam al te stimuleren om hartspiercel te worden, met behulp van

signaalstoffen?' Daar komt meteen het grootste eventuele probleem"óm de hoek

kijken. De stamcel die in de hartspier wordt gespoten, moet wel contact maken met

zijn buren en in hetzelfde ritme gaan meekloppen. Hoewel dat tot nu toe nog niet is

gevonden, zou het kunnen zijn dat hun elektrische signaal hartritmestoornissen

veroorzaakt. 'Het zou dus handig kunnen zijn als je die stamcellen vóór

transplantatie door middel van genetische technieken wat extra informatie kunt

meegeven', vertelt Atsma. 'Om te zorgen dat ze net . es meemarcheren met de

 


andere hartspiercellen. 'Als alles volgens plan verloopt, behoren dotterbehandelingen

en bypasses dan binnenkort tot het verleden? 'Nee', aldus Atsma. 'Die ingrepen

hebben hun werking al bewezen. Wel kunnen we waarschijnlijk met deze methode

mensen helpen die niet meer in aanmerking komen voor dotteren of een bypass.

Ook patiënten die op de wachtlijst staan voor een harttransplantatie kun je met

deze stamcelmethode misschien wel langer in redelijke gezonde toestand houden.

De periode op die lijst is kommer en kwel, een stamceltransplantatie kan het wachten

misschien iets makkelijker maken.' Atsma heeft hoge verwachtingen van het onderzoek.

We hebben een fantastische onderzoeksgroep, de klinische en pre‑klinische afdelingen

werken intensief samen. Het LUMC en de raad van bestuur steunen het onderzoek

onderzoek waar ze kunnen. Dat komt ook omdat we niet met luchtfietserij bezig zijn,

de stamceltransplantaties zijn een grote, maar logische volgende stap.'

 

Bron: LUMC‑Leiden

Commotie om Stamcellen

 

 

 

 

 

Home