Openhartoperatie.
Het team bij een openhartoperatie
bestaat uit zeven tot negen personen.

Apparatuur en
instrumenten
A Aan de voeten van de patiënten
staan twee tafels, waarvan er op de foto een zichtbaar
Is.
Op die tafels liggen de
Instrumenten die nodig zijn voor de operatie
B aan het hoofdeinde van de patiënt
staan de bewaking en beademingsapparatuur
en een echo- apparaat opgesteld
Aan de ene kant (B1) staat het echo - apparaat.
Daarmee wordt (via de slokdarm)de functie
van het hart in de gaten gehouden.
Aan de andere kant (B2) bevind zich de bewaking - en beademingsapparatuur.
De beademingsapparatuur neemt
tijdens de ingreep de ademhaling van de patiënt over.
C De hart – longmachine staat pal achter de chirurg.
Tijdens de ingreep wordt het hart
stilgelegd.
De werking van hart en longen wordt
overgenomen door de hart- longmachine.
WAT GEBEURT ER
TIJDENS EEN OPENHARTOPERATIE?
Met een speciale zaag wordt de
borstkas opengemaakt,
meestal om bij een of meerdere bloedvaten
een omleiding (bypass) te maken.
Daarvoor worden aders of slagaders elders uit het lichaam, uit een been of arm, gebruikt.
De nieuwe bloedvaten worden op de
bestaande bloedvaten aangesloten op zo‘n manier
dat de verstopping wordt omzeild.
Verder kunnen tijdens een openhartoperatie
hartkleppen worden vervangen
door metalen of kunststof kleppen.
Thoraxchirurgen zijn ook in staat operaties aan longen te verrichten,
bijvoorbeeld in geval van
longkanker.
Dotteren
Een dotterteam
bestaat uit drie tot vier personen.
1 Een
interventiecardioloog,
Hij verricht
de dotterbehandeling
2 Een hartfunctielaborant, die de instrumenten en de stent (een buisje) aangeeft.
Verder zorgt hij voor de bediening
van de ballonpomp en dient de contrastvloeistof toe.
3 Een hartfunctielaborant, die de pols- en hartslag van de
patiënt bewaakt,
de pomp met de contrastvloeistof
instelt, en de beelden en gegevens
van de behandeling (op cd) opslaat.
4 Een
hartfunctielaborant,
die assisteert.

WAT GEBEURT ER TIJDENS EEN DOTTERBEHANDELING?
Tijdens een dotterbehandeling wordt
geprobeerd de vernauwing van een bloedvat op te heffen
door de ader met een ballon onder hoge
druk op te rekken en eventueel met een buisje
(een stent) open te houden.
Vanuit de lies:of
de pols wordt een metalen voerdraad via de slagader naar de plek gebracht
waar de vernauwing is ontdekt.
Over de eerste draad wordt een
ballon geschoven, waarop de stent vast zit.
Die wordt op de plaats van de
vernauwing vastgezet. Het hele proces wordt via röntgenbeelden gevolgd.
Rondom de operatietafel zitten
bogen met röntgenapparatuur,
zodat van alle kanten kan worden bekeken
hoe de metalen draad door de slagader gaat.
Met joysticks en pedalen bedient de
interventiecardioloog de röntgenmachine.
Loden schermen en loden schorten
beschermen
de interventiecardioloog en
hartfunctielaboranten tegen de straling.
Uit
Tubantia