Nieuwe ontwikkelingen in de
ICD – technologie

Albert Bürger
In
voorafgaande artikelen in dit blad heeft u kunnen lezen, dat in
1980 in
de Verenigde Staten de eerste ICD in een mens werd
geïmplanteerd.
In Europa werd deze nieuwe techniek in 1982 voor
het
eerst uitgeprobeerd, gevolgd door de eerste Nederlandse
implantatie
in 1985 in het Academisch Ziekenhuis te Utrecht.
Toentertijd
was het een zeer belastende operatie, waarbij de borstkas
van de
patiënt geopend moest worden voor het plaatsen van de
elektrodes
en de ICD, vanwege zijn (grote) afmetin gen, nog in de
buik
werd geïmplanteerd. En dan hadden die eerste ICD's ook nog
maar
een levensduur van ongeveer een jaar. Kortom, hoewel we
pas een
goede twintig jaar onderweg zijn met de ontwikkeling
van
deze techniek, is er toch reeds enorm veel bereikt .
Maar
ter vergelijking: aan de verbetering van auto's werkt
men al
meer dan een eeuw(!) en aan de verdere ontwikkeling
van
zoiets futuristisch als een ruimteraket wordt ook al meer dan
50 jaar
gewerkt. Alleen al daarom kunnen we verwachten,
dat er
op ICD‑gebied nog vele nieuwe ontwikkelingen zullen volgen.
Twee
van die ontwikkelingen zijn de ICD's die naast hartritmestoornissen
in de
kamer ook stoornissen in de boezem van het hart kunnen behandelen
en
ICD's die behalve aan de 'rechterkant' van het hart ook iets aan de
problemen
van de linkerhartkamer kunnen doen.
ICD's die ook (shock)therapie aan de boezem
kunnen afgeven
Ritmestoornissen
van de boezem komen betrekkelijk veelvuldig voor,
van 1 %
bij de vijftigers tot mogelijk wel zo'n 10% van de
bevolking
van 70 jaar en ouder. Boezemritmestoornissen
zijn in
tegenstelling tot de meeste kamerritmestoornissen relatief onschuldig;
aan de
directe gevolgen ervan zal niemand overlijden.
Toch
kunnen mensen zich er erg onprettig en vermoeid
door
voelen en bijvoorbeeld door de bijverschijnselen
(stolselvorming,
trombose) ernstig ziek worden. Er wordt dan ook al lang
onderzoek
gedaan naar een goede behandeling van de
boezemritmestoornissen
en dat heeft natuurlijk reeds vele behandelmethoden
opgeleverd.
Meestal begint de arts met geneesmiddelen die de vorming
van de
"verkeerde prikkels" in de boezem moeten onderdrukken.
Omdat
dit echter niet altijd afdoende is, of vanwege de bijwerkingen
van
deze middelen, worden er ook andere oplossingen geprobeerd.
Soms
kan een klein stukje van de hartspier waar die "verkeerde prikkels"
ontstaan,
worden weggebrand met een catheterisatie; we noemen dat dan
ablatie.
Tot slot zijn er patiënten die, als ze last hebben van een
boezemritmestoornis,
naar het ziekenhuis moeten voor een cardioversie:
onder
lichte narcose wordt er van buitenaf met een externe
defibrillator
een shock aan de boezems afgegeven om de stoornis te beëindigen.
Dit is
natuurlijk voor patiënten die regelmatig een boezemritmestoornis
hebben
een flinke belasting. Hoewel er nog veel problemen opgelost moeten
worden,
zijn er inmiddels ICD's die de boezemshocks min of meer automatisch
kunnen
afgeven, soms via een speciaal voor deze toepassing in het hart
geplaatste
extra elektrode. Maar belangrijker is misschien wel,
dat
deze ICD's met kleine maar slimme prikkels proberen de boezems
weer in
het gareel te brengen, zodat een shock niet nodig is.
Deze
speciale ICD's zullen de komende jaren ongetwijfeld nog verder
verbeterd
worden en (daarom) ook steeds meer worden toegepast.
ICD's met een extra elektrode voor de linker
hartkamer
Deze ICD's
hebben een pacemaker ingebouwd die in drie van de vier
hartkamers
een elektrische prikkel kan afgeven: de rechter boezem,
de
rechterkamer èn de linker hartkamer. Deze apparaten worden
geïmplanteerd
bij patiënten die lijden aan bepaalde vormen van hartfalen.
Hartfalen
is een ziekte waarbij de pompkracht van het hart te wensen
overlaat
doordat de linker en rechter hartkamer onvoldoende op elkaar
afgestemd
samentrekken. Doordat de pacemaker in de ICD gelijktijdig
een
puisje afgeeft aan de linker en rechter hartkamer trekken
deze
kamers weer synchroon samen, en verbetert de
pompfunctie
van het hart. We noemen dit "biventriculaire‑" of
"resynchronisatie‑"
therapie. Sommige patiënten met hartfalen
hebben
meer kans op ritmestoornissen, daarom wordt deze "driedubbele"
pacemaker
vaak samengevoegd met de bekende ICD‑technologie,
uiteraard
in één behuizing. Hartfalen staat de laatste tijd erg in de belangstelling.
Door de
hoogwaardige zorg na bijvoorbeeld een hartinfarct overlijden
er
minder patiënten maar komen er meer ouderen met een relatief
beschadigd
hart (dat dus minder goed kan pompen). De Nederlandse
Hartstichting
is dan ook recent gestart met een grote campagne
om deze
ziekte en haar gevolgen onder de aandacht van het
Nederlandse
publiek te brengen l). Omdat Europese en zeker ook
Nederlandse
artsen bij het toepassen van deze technologie een
echte
voortrekkersrol vervullen.
tel 030-6025555
Of