INDICATIES VOOR EEN ICD

 

Tenminste 1 keer VT of VF met collaps gehad (niet in de acute fase van het infarct)

Als conventionele therapie geen of onzekere bescherming biedt.

 Medicamententeuze therapie is niet mogelijk bijvoorbeeld door falen of bijwerking van

medicatie.

De patiënt heeft ernstige bijwerking van de medicijnen die hij/zij gebruikt.

Ablatie niet mogelijk is.

Chirurgie onmogelijk door onvoldoende restfunctie van de linker ventrikel.

Een doorgemaakte hartstilstand  waarbij de patiënt als gevolg van ernstige ritmestoornis bewusteloos is geraakt.

Regelmatig terugkerende episodes waarin uw hart zo snel klopt dat u er door zou kunnen overlijden.

Preventief: als de patiënt een risicopatiënt is( bijvoorbeeld erfelijke factoren: lange QT tijd).

Verder zijn er nog andere aspecten. De cardioloog zal onder anderen lichamelijke en geestelijke conditie onderzoeken en bekijken of er andere ziekten zijn die de overleving kunnen beïnvloeden.

                                                              CONTRA-INDICATIES VOOR EEN ICD

 

Aanwezigheid van frequente VT/VF, die zal leiden tot een snelle uitputting van het elektrisch vermogen van de ICD.

Een levensverwachting na implantatie van minder dan een jaar, ongeacht de oorzaak.

Hoge leeftijd (een exacte grens wordt niet meer gehanteerd).

 

 

                                       DE ICD IMPLANTATIE

 

De ICD werd vroeger in de buik geïmplanteerd.

Tegenwoordig wordt de ICD onder de huid geïmplanteerd

ter hoogte van het sleutelbeen.

De ICD is door middel van 1 of meer geïsoleerde geleiders

via een ader verbonden met het hart.

De manier waarop de implantatie plaats vindt is afhankelijk van het ziekenhuis.

De patiënt krijgt een plaatselijke verdoving of een algehele narcose.

Via een snede in de huid zoekt de chirurg een holle ader op en

maakt een ruimte (pocket) in de vetlagen onder de huid of dieper

tussen de spieren. Door de holle ader wordt een draad (lead) opgevoerd naar het hart. De positie van de tip van de draad wordt gecontroleerd door de pacemaker / ICD technicus. De tip van de lead moet goed vast tegen het hart liggen.

 

Meestal wordt een kamerritmestoornis opgewekt en wordt gecontroleerd of de ICD deze kan

beëindigden en zo ja, hoeveel energie de ICD daarvoor minimaal nodig heeft.Als deze procedure

niet mogelijk is wordt een andere plaats voor de tip gezocht.

Wanneer alles in orde is wordt de lead aangesloten op de ICD, waarna opnieuw gecontroleerd

wordt of de aansluitingen naar behoren functioneren, en vervolgens de ICD in de

pocket wordt geplaatst en vastgehecht.Vlak na de implantatie kan de wond die gemaakt is

om de ICD te plaatsen nog pijnlijk zijn.

Chronische pijn rondom de geïmplanteerde ICD is ongebruikelijk. Vlak na de implantatie zou het

ook mogelijk zijn dat de draden losschieten en daarom wordt ook aangeraden vlak na de implantatie de arm aan de zijde waar de ICD is geplaatst een aantal dagen in een  mitella te dragen om zo de draden de kans te geven om zich in de wand van het hart te hechten.

Daarna is de kans zeer klein dat de draden los zullen gaan zitten. 

 

 

 

Home