
Implantatie van een ICD (Defibrillator)
1.
Hoe kan ik mij voorbereiden op een implantatie van een
defibrillator?
Uw arts of de verpleegkundige geeft specifieke
aanwijzingen over hoe u zich op de implantatie van de ICD moet voorbereiden. Meestal
zullen deze aanwijzingen bestaan uit het al dan niet voortzetten van het
gebruik van bepaalde medicijnen, het al dan niet nuchter blijven voor uw
operatie en de procedures voor opname in het ziekenhuis.
2.
Hoe verloopt de behandeling?
De ingreep voor het implanteren van een ICD is in de
loop der jaren sterk vereenvoudigd en duurt in de meeste gevallen niet langer
dan ongeveer een uur. Tijdens de operatie bent u aangesloten op verschillende
monitoren. U krijgt medicijnen toegediend waardoor u zich ontspannen en
slaperig gaat voelen.
3.
Plaatsbepaling van de implantatie
Het ICD- systeem kan in de borst of de buik worden
geïmplanteerd. De arts beslist wat bij u de beste manier is om de
pulsgenerator te implanteren. Daarbij wordt rekening gehouden met uw leeftijd
en de omvang van uw hart. Als reeds eerder een
operatie in uw borst is uitgevoerd, dan wordt ook daar rekening mee gehouden.
Uw bezigheden en uw manier van leven kunnen mede bepalend zijn voor de plaats
waar de ICD wordt geïmplanteerd. Er wordt altijd gekozen voor de methode
die voor u de veiligste is.
Net zoals voor iedere patiënt individueel de
beste plaats voor de pulsgenerator wordt vastgesteld, wordt ook de plaats van
de geleidedraad op ieders individuele behoefte afgestemd. Sommige
patiënten hebben een extra geleidedraad nodig om te snelle hartritmen te
behandelen. Deze geleidedraad kan via een kleine incisie in de linkerzij direct
naast de ribben onder de huid worden geplaatst. Soms wordt er een extra
geleidedraad op de buitenkant van het hart geplaatst. Deze maatregelen worden
genomen om ervoor te zorgen dat het ICD- systeem levensbedreigende
ritmestoornissen goed kan waarnemen en die met de juiste hoeveelheid energie
kan behandelen.
4.
Plaatsen van de pulsgenerator en geleidedraden
|
|
Nadat de plek van de implantatie is verdoofd, zal de
arts een klein zakje maken onder de huid voor de pulsgenerator en worden er een
of twee geleidingsdraden geplaatst. Bij de meeste patiënten zullen de
geleidedraden in het hart worden geplaatst. De arts zal een ader openen,
meestal via een kleine incisie bij het sleutelbeen. De geleidedraad zal via
deze incisie naar de hartkamer geleid worden. Het uiteinde van deze draad komt
daarbij tegen de hartwand te liggen.
Als u vanwege uw hartconditie een tweekamer-
pacingsysteem nodig hebt, zal er een extra geleidedraad in de rechterboezem
(atrium) van het hart worden geplaatst. Dankzij dit tweekamer- geleidesysteem
kan de pulsgenerator het hart bewaken en behandelen op de gebieden waarvan uw
arts vindt dat deze extra bewaking nodig hebben.
5.
Het systeem testen
Als de geleidedraden geplaatst zijn, worden ze getest
om te zien of ze de hartsignalen kunnen opvangen. De geleidedraad wordt aan het
omringende weefsel gehecht zodat de draad op zijn plaats blijft. De
geleidedraden worden dan aangesloten op de pulsgenerator.
Tijdens de operatie zal het hele ICD- systeem getest
worden om te zien of alles naar behoren functioneert. Hiervoor zal uw arts een
aritmie opwekken. Het ICD- systeem zal dan het ritme opvangen en behandelen
volgens het voorgeschreven programma.
6.
Wat gebeurt er na de behandeling?
Na de operatie zult u een tot twee dagen in het
ziekenhuis blijven. De artsen en verpleegkundigen kunnen uw hartritme
controleren en registeren met een ECG- apparaat. Zodra u aangesterkt bent, mag
u naar huis.
7.
Uw ICD testen
Voor u ontslagen wordt uit het ziekenhuis zal uw arts
uw ICD nogmaals testen. Voor deze test wordt u niet
onder narcose gebracht, maar misschien krijgt u wel medicijnen om te
ontspannen. Als u bij bewustzijn blijft, kunt u een aritmie opmerken en voelen
hoe de behandeling in zijn werk gaat.
Hoe u de ICD- behandeling ervaart, zal even uniek
zijn als u zelf bent. Mensen met een afwijkend hartritme kunnen een ongewoon
gevoel krijgen tijdens hun aritmieën, hoewel niet iedereen de
aritmieën ook voelt. Uw ICD- systeem zal elektrische prikkels afleveren op
basis van de eigen waarneming, ook al voelt u geen symptomen. U zult tijdens de
behandeling wel iets voelen. Dit gevoel wordt op vele verschillende manieren
omschreven.
Anti- tachycardie pacemaker – U zult
waarschijnlijk niet voelen wanneer er stimulerende prikkels naar uw hart worden
gezonden. U zult een trilling voelen in uw borst. De meeste mensen met een ATP-
behandeling ervaren dit als pijnloos.
Cardioversie – Deze lichte elektrische schokken
zijn sterker dan de stimulerende prikkels. De meeste patiënten ervaren
Cardioversie als lichtelijk oncomfortabel. Het voelt als een klap op de borst.
Defibrilleren – Veel patiënten vallen
flauw of raken buiten bewustzijn als hun hartritme versnelt na een
ventriculaire tachycardie (VT) of na ventrikelfibrilleren (VF). Ze voelen
daarom de zwaardere elektrische schokken niet. Patiënten die wel bij
bewustzijn waren, omschrijven de schok als een trap tegen de borst. Meestal
komt de schok plotseling. Het gevoel duurt slechts een seconde. De meesten
ervaren dit als geruststellend, maar sommigen zijn na de therapie toch erg van
streek.
Bradycardiën pacemaker – Dit zijn lichte
elektrische prikkels die patiënten meestal niet eens voelen.
Sommige patiënten krijgen nog een conditietest
met een lopende band. Uw arts controleert uw hartritme terwijl u bent
aangesloten op een ECG- monitor. Zo kan hij zien of uw ICD naar behoren werkt.
8.
OPMERKING:
Deze informatie is niet bedoeld om een
medische diagnose te stellen of om te dienen als behandeling of als vervanging van
deskundig medisch advies. Individuele symptomen, situaties en omstandigheden
kunnen afwijken. Raadpleeg uw huisarts of een andere deskundige in de
gezondheidszorg voor uw aandoening en de desbetreffende medische behandeling.