Door Jan van Overveld

De kennis over hartritmestoornissen is in Nederland fors onder de maat.
Niet alleen onder patiënten en het algemene
Publiek, ook artsen realiseren zich vaak onvoldoende wanneer zij te maken hebben
met iemand met een verhoogd risico op deze hartklacht.
“De voornaamste behandeling, het implanteren van een defibrillator,
wordt bovendien maar mondjesmaat toegepast in Nederland. Dat stelt dr. M. Schalij, chef-de-clinique van de afdeling cardiologie van het Leidse Universitair
Medisch Centrum (LUMC) in een vraaggesprek met de wetenschapbijlage
“Over Morgen” van het dagblad Telegraaf.
Doktor Schalij komt tot zijn oordeel op basis van de meeste recente onderzoeken naar hartritmestoornissen en het effect van een implanteerbare cardioverter-defibrillator’
( een ICD) bij hartpatiënten.
Schalij voorzag de afgelopen jaren talloze hartpatiënten van een dergelijk apparaatje,
dat er simpel gezegd
voor zorgt dat het hart bij een plotselinge ritmestoornis een flinke stroomstoot krijgt.
De shock moet ervoor zorgen dat het hart weer in het gareel komt.
In
totaal kregen vanaf
“ Met de nieuwe richtlijnen, die eerder dit jaar werden gepubliceerd, en waarbij ruimere
indicatiemogelijkheden werden afgesproken, heeft het Leidse ziekenhuis besloten het aantal
Behandelingen verder te verhogen tot 160 per jaar”, zegt de arts.
Naast het Leidse centrum, voeren in ons land nog vijf andere academische ziekenhuizen
en drie streekziekenhuizen de ingreep uit.
Doktor Schalij: “Van de patiënten die een defibrillator geïmplanteerd krijgen,
deed zich bij 30 tot 40 procent na verloop van tijd een stroomstoot voor.
Met andere woorden: bij deze mensen trad een hartritmestoornis op, maar de ICD corrigeerde de situatie.
Zonder dit implantaat zouden deze mensen nu vrijwel dood zijn geweest.”
En Schalij vervolgt in het interview: “Talloze internationale onderzoeken laten zien dat mensen die na een hartinfarct last hadden van ritmestoornissen – en bij wie een ICD werd geplaatst – betere
Overlevingskansen hadden dan hartpatiënten zonder dit apparaatje.
Als je daarnaast bedenkt dat in ons land jaarlijks 30 - tot 40.000 mensen sterven aan een
plotselinge hartdood – iets dat in de meeste gevallen het gevolg is van ritmestoornissen van het hart – dan zouden dus theoretisch gezien duizenden mensenlevens kunnen worden gered met zo’n defibrillator.”
De cardioloog benadrukt dat het er niet om gaat dat zijn beroepsgroep zo graag van die ICD’s
wil implanteren: “Nee, het gaat er om dat er mensen zijn – wellicht honderden – die
plotseling kunnen doodgaan, terwijl dat ons inziens volstrekt onnodig is.
Belangrijk vind ik dat mensen zich bewust worden van de eventuele risico’s die zij lopen.
Het is toch vreemd dat Nederlanders feilloos weten hoe hoog hun cholesterol is en moet zijn – en dat daar ook tabletjes tegen bestaan -, terwijl ze nog nooit hebben gehoord van het fenomeen hartritmestoornissen!”
Om onmiddellijk te vervolgen: “In Amerika is dat trouwens heel anders…..
mensen zijn daar veel beter op de hoogte van dit soort medische aangelegenheden.
Ook het gebruik van ICD’s ligt daar vele keren hoger dan hier.
Wanneer loop je nu eigenlijk risico op hartritmestoornissen en
wanneer is het dragen van een ICD gewenst?
“Hartritmestoornissen komen voor bij mensen die een hartinfarct hebben gehad.
Niet iedereen die een hartaanval heeft doorgemaakt, krijgt automatisch last van deze verstoring van het hartritme.
De risicopatiënt is echter wel te definiëren.
Ook bij mensen met `angina pectoris’, dat is een beklemmende pijn op de borst ten gevolge
van vernauwing in de kransvaten, komt de aandoening voor.
Daarnaast zijn er ook mensen met een aangeboren hartafwijking.”
Doktor Schalij wijst verder op het verschil tussen ritmestoornissen in de boezems van het hart en in de kamers.
Met name ritmeproblemen in de kamers zijn gevaarlijk.
Het zijn deze stoornissen die in aanmerking komen voor een implanteerbare defibrillator.
Overigens gaan patiënten zelf soms opmerkelijk nonchalant om met het gegeven dat zij hartritmestoornissen hebben,
Merkt doktor Schalij op: “ Wanneer de mogelijk van een defibrillator ter sprake komt, en patiënten worden gewezen op de beperkingen, vinden sommigen het ineens niet meer zo belangrijk.
De consequentie van het dragen van een ICD is bijvoorbeeld dat je het eerste half jaar geen auto mag rijden.
Maar als mensen in die tijd geen stroomstoot hebben gehad mogen ze daarna weer gewoon rijden.”
Er bestaan ook veel misverstanden: “Je zou met een ICD in je borstkast niet meer door een winkelpoortje kunnen lopen, geen seks meer kunnen hebben, niet langer mogen fietsen of mogen “inductie-koken’.
Onzin. Het apparaatje is enigszins gevoelig voor magnetische velden, maar mensen kunnen in
Principe gewoon nog alles doen.”
Prof. Dr. R. Hauer, hoogleraar klinische elektronfysiologie aan de Universiteit van Utrecht en werkzaam in het Universitair
Medisch
Centrum te Utrecht (hij implanteerde in
Onderschrijft het betoog van zijn collega Schalij in de krant.
Maar hij voegt daar wel aan toe: We hebben het hier natuurlijk steeds over de risico-patiënt
En de mogelijkheden om hem of haar te beschermen.
Bij de meeste mensen bij wie zich een hartritmestoornis voordoet, zijn de risico’s van tevoren echter niet bekend.
Denk maar eens aan jongeren of goed getrainde sporters die zo maar overlijden.
Hoe vang je die op? Professor Hauer wijst dan ook op het grote belang van een ruimere toegankelijkheid
Van de externe defibrillator, die in openbare ruimte aanwezig dient te zijn in geval van acute nood.
Uit: hartbrug.