De geneesmiddelen en hun bijwerkingen

Digoxine 

 

Van oudsher is vingerhoedskruid (Digitalis) een belangrijke bron van digoxine.

Nu komt digoxine uit de fabriek. Het belang­rijkste effect van digoxine is de versterkende

invloed op de pomp­functie van het hart. Het vergroot de kracht waarmee het hart zich

samentrekt en het verlaagt tegelijkertijd het hartritme bij patiën­ten met een te snel ritme.

Het gevolg daarvan is dat het hart rusti­ger en krachtiger gaat werken.

Het middel zorgt er ook voor dat het hart als het vergroot en verdikt is, weer kleiner wordt.

Bij hartfalen (decompensatio cordis) is het een veel gebruikt middel.

Ook bij boezemfibrilleren en boezemfladderen (snelle slag van de boezem)

wordt digoxine gegeven. Met name om te voorko­men dat de hartkamer het snellere ritme

van de boezem gaat over­nemen. Oudere mensen hebben minder digoxine nodig dan

jongere mensen. Daarom moet van tijd tot tijd worden bekeken of de dosis kan worden

verminderd of zelfs volledig kan worden gestopt met het gebruik van digoxine.

 

Bijwerkingen:

 

Bij een te hoge dosis digoxine kunt u last krijgen van ver­minderde eetlust, misselijkheid,

pijn in de onderbuik en diarree. Ook komen vermoeidheid, langzame of onregelmatige hartslag,

wazig zien of gekleurde ringen (halo's) zien rond voorwerpen, sla­perigheid,

verwardheid, rusteloosheid of een depressief gevoel voor.

Raadpleeg uw arts als u last heeft van één van deze verschijnselen.

 

            Preparaten                                           In de handel als

 

           Digoxine                                        Digoxine; Digoxinum; Lanoxin

 

Nitraten

 

Nitraten en nitrieten verslappen de spieren van de bloed­vaten,

waardoor deze zich verwijden en meer bloed doorlaten.

Daardoor daalt de bloeddruk. Vooral bij hartkramp (angina pecto­ris) worden

nitraten gebruikt om het zuurstofverbruik van het hart te verminderen.

Door snelle verwijding van de bloedvaten wordt er tijdelijk minder bloed

aan het hart aangeboden. Dit ontlast het hart en vermindert de druk op de borst.

Ook mensen met hartfalen (decompensatio cordis) die niet vol­doende reageren op

een behandeling met digoxine en plasmidde­len krijgen soms nitraten voorgeschreven.

 

Bijwerkingen:

 

In het begin van de behandeling kan duizeligheid een snelle polsslag, blozen,

hoofdpijn, misselijkheid en rusteloosheid optre­den.

Bij het gebruik van nitraat bevattende pleisters kan de huid pijnlijk en rood worden.

Deze bijwerkingen verdwijnen meestal als uw lichaam gewend raakt aan het geneesmiddel.

Een enkele keer komt het voor dat mensen kort nadat zij een nitraattablet onder de tong

gelegd hebben flauwvallen. Deze bijwerking is, hoewel zeer hinderlijk en

schrikaanjagend, niet ernstig. Overleg met uw arts wat te doen.

 

Preparaten                                          In de handel als

 

lsosorbidedinitraat                    Cedocard; Dinizell; Isordil;

                                                  Prodicard; lsosorbidedinitraat;

                                                  lsosorbidi dinitras

 

Isosorbide-5-mononitraat          lsmo; lsosorbidemononitraat;

                                                  lsosorbidi mononitras; Monocedocard;

                                                  Mono Mack; Prornocard

 

Nicorandil                                lkorel

 

Nitroglycerine                          Deponit-pleister; Minitran-pleister;

                                                 Nitrobaat; Nitro-Dur-pleis­ter;

                                                 Nitroglycerine; Nitro­ glycerinum;

                                                 Nitrolingual; Nitrostat; Nitrozell; Probucard;

                                                 Transiderm-Nitro-pleister; Trinipatch-pleister

 

Ace-remmers

 

Angiotensine Converterend Enzym (ACE)-remmers verlagen de bloeddruk door een

verwijding van de bloedvaten in de uitein­den van het lichaam zoals de bloedvaten in armen,

benen, vingers en tenen. Naast bloeddrukpatiënten kunnen ook mensen met hartfalen

(decompensatio cordis) ACE-remmers voorgeschreven krijgen.

Sinds kort worden ACE-remmers ook voorgeschreven ter voorkoming van hartfalen

na een hartinfarct.Angiotensine Il antagonisten werken iets anders dan ACE­ remmers.

Ze hebben een vaatverwijdend effect en worden voor­geschreven bij hoge bloeddruk.

 

Bijwerkingen:

 

In het begin van de behandeling kunt u last krijgen van kriebelhoest, smaakverlies,

diarree, hoofdpijn, misselijkheid en vermoeidheid.

Deze bijwerkingen verdwijnen meestal als uw lichaam gewend raakt aan het geneesmiddel.

Raadpleeg uw arts als u last krijgt van koorts of koude rillin­gen, huiduitslag,

opgezwollen gezicht, handen of voeten of als u plotseling moeilijk kunt slikken of ademen.

 

Preparaten                             In de handel als

 

Benazepril                           Cibacen; Cibadrex *

 

Captopril                            Aceplus*; Capoten; Capozide*;

                                           Captopril

 

Cilazapril                           Vascase; Vascase plus*

 

Enalapril                            Co-Renitec*; Renitec

 

Sinopril                              Newace

 

Lisinopril                           Novatec; Novazyd*; Zestoretic*;

                                           Zestril

 

losartan***                        Cozaar;Hyzaar*

 

Moëxipril                          Fempres

 

Perindopril                        Coversyl

 

Quinapril                          Acupril; Acuzide*

 

Ramipril                           Tritace; Ramace; Tritazide

 

Trandolapril                     Gopten; Tarka** *

 

Dit preparaat bevat zowel een ACE-remmer als een plasmiddel.

** Dit preparaat bevat zowel een ACE-remmer als een calcium-antagonist.

*** Angiotensine 11 antagonist

 

Calcium-antagonisten

 

Calcium speelt een rol bij de samentrekking van spiercellen in de bloedvaten.

Stoffen die de werking van calcium remmen, de zogenaamde

calcium-antagonisten, zorgen ervoor dat calcium moeilijk deze spiercellen binnen

kan komen.Sommige calcium­antagonisten werken sterk op het hart en verlagen

daar het hart­ritme en de kracht van de hartslag.

Andere werken juist sterk op de spieren in de bloedvaten, wat tot verwijding

van bloedvaten leidt. De calcium-antagonisten worden voorgeschreven bij hart­kramp

(angina pectoris), bij hoge bloeddruk en bij hartritmestoor­nissen.

 

Bijwerkingen:

 

In het begin van de behandeling kunt u last krijgen van obstipatie

(verstopping), diarree, duizeligheid, blozen of opvlie­gers, hoofdpijn,

misselijkheid of vermoeidheid. Deze bijwerkingen verdwijnen meestal

als uw lichaam gewend raakt aan het geneesmiddel.

Raadpleeg uw arts als u last krijgt van ademhalingsproble­men, huiduitslag,

opgezwollen enkels, voeten of onderbenen of een ongewone hartslag.

 

Preparaten                               In de handel als

 

Amiodipine                             Norvasc

Diltiazem                                Diloc; Diltiazem HCI;

                                               Diltiazemi hydrochioridum;

                                               Surazem; Tildiem

 

Felodipine                              Plendil; Renedil

 

Isradipine                               Lornir

 

Lacidipine                              Motens

 

Nicardipine                           Cardene

 

Nifedipine                             Adalat; Beta-adalat*; Nifedipine;

                                              Nifedipinum; Niften*

 

Nisoldipine                            Sular; Syscor

 

Nitrendipine                           Baypress

 

Verapamil                              Geangin; Isoptin; Tarka**;

                                              Verapamil HCL; Verapamili HCL;

                                              Verapamili Hydrochioridum;

                                              Verapamilum

 

*  Preparaat dat zowel een calcium-antagonist als een bèta-blokker bevat.

**Preparaat dat zowel een calcium-antagonist als een ACE-remmer bevat.

 

Anti-arrhythmica

(= middelen tegen hartritmestoornissen) 4V

 

Bij hartritmestoornissen kan een groot aantal verschillende medicijnen gebruikt worden.

Elk daarvan beïnvloedt de prikkelge­leiding in het hart, of de

prikkelbaarheid van de hartspiercellen. Omdat er verschillende oorzaken van

ritmestoornissen zijn, kan geen algemeen recept voor het gebruik van de diverse

medicijnen gegeven worden. Een arts zal voor iedereen afzonderlijk de aard en

de dosering van het medicijn moeten bepalen. Sommige van de voorgeschreven

medicijnen doen meer dan alleen het hartritme reguleren.

Ze werken bijvoorbeeld ook op de spiercellen in de bloedvaten en het maagdarmkanaal.

 

Bijwerkingen:

 

Amiodaron In het begin van de behandeling kunt u last krijgen van obstipatie (verstopping),

hoofdpijn, verminderde eetlust, misse­lijkheid of een bittere of metaalachtige smaak.

Deze bijwerkingen verdwijnen meestal als uw lichaam gewend raakt aan het genees­middel.

Neem contact op met uw arts als u last krijgt van kort­ademigheid, koorts, ongevoelige

of tintelende vingers of tenen, trillende handen, overgevoeligheid voor zonlicht of

blauwgrijze verkleuring van gezicht, nek en armen.

 

Aprindine

 

In het begin van de behandeling kunt u last krijgen van maagdarmstoornissen of galstuwing.

Deze bijwerkingen verdwij­nen meestal als uw lichaam gewend raakt aan het geneesmiddel.

Neem contact op met uw arts als u last krijgt van duizelig­heid, onregelmatige hartslag,

trillen van de handen, koorts (hoger dan 38 oC), keelpijn of blaasjes in de mond.

 

Disopyramide

 

In het begin van de behandeling kunt u last krijgen van een droge mond of keel,

obstipatie (verstopping) of wazig zien. Deze klachten verdwijnen meestal als

uw lichaam gewend raakt aan het geneesmiddel. Neem contact op met uw arts

als u moeilijk kunt plassen of last krijgt van pijn op de borst, duizeligheid

of flauwvallen, ongewone hartslag, kortademigheid, opgezwollen voeten of

onder­benen of een snelle gewichtstoename.

 

Fenytoïne

 

In het begin van de behandeling kunt u last krijgen van obstipatie (verstopping),

duizeligheid, slaperigheid of ongewoon sterke haargroei op lichaam en gezicht.

Deze bijwerkingen verdwijnen meestal als uw lichaam gewend raakt aan het geneesmiddel.

Neem contact op met uw arts als u last krijgt van pijnlijk of opgezwollen tandvlees,

verwardheid, ongecontroleerde oogbewegingen, opgezette klieren in nek of oksels,

stemmingsveranderingen, huiduitslag of jeuk, gebrabbel of gestotter, trillen of beven.

 

 Flecaïnide

 

In het begin van de behandeling kunt u last krijgen van wazig zien,

het zien van puntjes of duizeligheid. Deze bijwerkingen verdwijnen meestal

als uw lichaam gewend raakt aan het geneesmiddel.

Neem contact op met uw arts als u last krijgt van pijn op de borst,

onregelmatige hartslag, kortademigheid, opgezwollen

voeten of onderbenen, trillen of beven.

 

Kinidine

 

In het begin van de behandeling kunt u last krijgen van een bittere smaak,

diarree, huiduitslag met jeuk, verminderde eetlust, misselijkheid of maagpijn.

Deze bijwerkingen verdwijnen meestal als uw lichaam gewend

raakt aan het geneesmiddel. Neem contact op met uw arts als u slecht gaat

zien of last krijgt van duizeligheid of flauwvallen, ernstige hoofdpijn,

oorsuizingen of gehoorverlies of problemen met ademhalen.

 

Mexiletine

 

In het begin van de behandeling kunt u last krijgen van duizeligheid,

hoofdpijn, brandend maagzuur, misselijkheid, nervositeit, verwardheid,

slaapstoornissen, huiduitslag, trillende handen of moeite met lopen.

Deze bijwerkingen verdwijnen meestal als uw lichaam gewend raakt aan het geneesmiddel.

Neem contact op met uw arts als u last krijgt van pijn

op de borst, ongewone hartslag of kortademigheid.

 

Procaïnamide

 

In het begin van de behandeling kunt u last krijgen van diarree, verminderde

eetlust of duizeligheid. Deze bijwerkingen verdwijnen meestal als uw

lichaam gewend raakt aan het genees­middel.

Neem contact op met uw arts als u last krijgt van koorts of oude rillingen,

 opgezwollen of pijnlijk gewrichten, pijnlijke ademhaling, huiduitslag of jeuk.

 

 Propafenon

 

In het begin van de behandeling kunt u last krijgen van een bittere of metaalachtige

smaak, duizeligheid, droge mond, hoofd­pijn, misselijkheid of huiduitslag,

Deze bijwerkingen verdwijnen meestal als uw lichaam gewend raakt aan het geneesmiddel.

Neem contact op met uw arts als u last krijgt van een onregelmatige hartslag,

pijn op de borst, kortademigheid of opge­zwollen voeten of onderbenen.

 

Tocaïnide

 

In het begin van de behandeling kunt u last krijgen van duizeligheid,

verminderde eetlust, wazig zien, hoofdpijn, doof­heid, een intelend gevoel in

vingers of tenen, huiduitslag of bra­ken. Deze bijwerkingen verdwijnen

meestal als uw lichaam gewend raakt aan het geneesmiddel.

Neem contact op met uw arts als u last krijgt van beverigheid,

blaren op de huid, onregelmatige hartslag, blaasjes in de mond

of ongewone bloedingen of blauwe plekken.

 

Preparaten                                     In de handel als

 

Amiodaron                                     Amiodaron; Cordarone

 

Aprindine                                       Fiboran

 

Disopyramide                                Dirytmin; Disopyramide; Disopyramidi

                                                      Phosphas; Disopyramidum;

                                                      Ritmoforine; Rythmodan

 

Fenytoïne                                       Diphantoïne; Fenytoïne; Phenytoinum;

                                                      Fenytoïne Natrium;

                                                      Phenytoinum Natricum

 

Flecaïnide                                     Tambocor

 

Kinidine                                        Cardioquin; Chinidini sulfas;

                                                      Kiditard; Kinidine; Kinidinesulfaat

 

Mexiletine                                     Mexitil

 

Procaïnamide                               Procaïnamide; Procaïnamide­ hydrochloride;

                                                     Procaïnamidi Hydrochioridum; Pronestyl

 

Propafenon                                   Rytmonorm

 

Tocaïnide                                     Tonocard

 

Twee calcium-antagonisten werken ook anti-arrhytmisch:

 

Diltiazem                                      Diloc; Diltjazem HCI;

                                                     Diltiazemi hydrochloridium;

                                                     Surazem; Tildiem

 

Verapamil                                    Geangin,- Isoptin; Verapami 1 HCL;

                                                    Verapamili HCL; Verapamili

                                                    Hydrochloridum; Verapamilum

 

Een bèta-blokker met een anti-arrhytmische werking:

 

Sotaloi                                        Sotacor; Sotalex; Sotalol HCI;

                                                   Sotaloii Hydrochloridum

 

Bèta-blokkers

 

Beta-blokkers blokkeren de werking van de zogeheten bèta­ adrenerge receptoren.

Deze bèta-receptoren zitten voornamelijk opde cellen van het hart en in de

bloedvaatjes in spieren, longen en baarmoeder. Door het blokkeren van deze

beta-receptoren kunnen de stress­ hormonen waaronder adrenaline hun werk niet

meer doen en wordt het hartritme verlaagd en worden de pompkracht en de

hoeveelheid bloed die het hart verpompt verminderd.

Bèta-blokkers worden daarnaast veel gebruikt na een hartinfarct, bij hart­ kramp

(angina pectoris), bij hoge bloeddruk en bij sommige hartritmestoornissen.

 

Bijwerkingen:

 

In het begin van de behandeling kunt u last krijgen van duizeligheid,

lichte slaperigheid, koude handen en voeten, onrusti­ge slaap, vermoeidheid

of minder zin in seks. Deze bijwerkingen verdwijnen meestal als uw

lichaam gewend raakt aan het genees­middel.

Neem contact op met uw arts als u last krijgt van kortade­migheid,

flauwvallen, verwardheid, hallucinaties, nachtmerries,

huiduitslag, ongewoon langzame hartslag of opgezwollen enkels,

voeten of onderbenen.

 

Preparaten                              In de handel als

 

Acebutoloi                             Acebutolol; Acebutotolum;

                                              Prent; Secadrex*; Sectral

 

Alprenolol                             Aptine

 

Atenolol                                Atenoloi Atenoloi; Beta-adalat**;

                                              Ateno­ lol/Chloortalidon*; Atenololum;

                                              Atenololum/Chloortalidonum*;

                                              Hykaten*; Niften**; Tenoretic*;

                                              Tenormin; Unibloc

 

Betaxolol                               Kerlon

 

Bevantolol                             Ranestol; Ranezide*

 

Bisoprolol                              Bisobloc; Erncor; Emcoretic*

 

Carvediloi                             Gucardic

 

Celiproloi                              Dilanorm

 

Labetaloi                               Labetalol HCI; Labetaloii HCI;

                                              Trandate

 

Metoproloi                            Logroton*; Lopresor;

                                              Metropoloi; Metoproloii tartras;

                                              Metoproloitartraat; Selokeen;

                                              Selokomb*; Selozoc; Selozok

 

Oxprenolol                            Oxprenolol; Oxprenoloii HCI;

                                              Trasicor

 

Pindoloi                                 Pindoloi; Pindoloium; Viskaldix*;

                                               Viskeen

 

Propranoloi                           Inderal; Inderetic*; Propanolol;

                                              Propranolol HCI; Propranoloii HCI;

                                              Propranoloi hydrochioridum;

 

Sotalol                                   Sotacor; Sotalex; Sotalol HCI;

                                              Sotaloii hydrochioridum

 

Tertatolol                             Artex

 

Timolol                                Blocadren; Moducren*; Prestim*;

                                             Timoloii maleas

 

*  Preparaten die behalve een bèta-blokker ook een plasmiddel bevatten.

**Preparaat dat behalve een bèta-blokker ook een calcium-antagonist bevat

 

Plasmiddelen (= diuretica)

 

Door gebruik van plasmiddelen verliest men extra vocht.

Plasmiddelen zijn werkzaam in de nieren. Door het verlies van extra vocht

met de urine wordt het bloedvatensysteem minder 'gevuld'.

De bloeddruk gaat daardoor omlaag. Bovendien wordt het hart enigszins

ontlast doordat het niet zoveel bloed hoeft rond te pompen.

Er zijn verschillende soorten plasmiddelen: de zwakwerken­de plasmiddelen

(thiaziden), de sterkwerkende plasmiddelen en de kaliumsparende plasmiddelen.

De zwakwerkende plasmiddelen hebben slechts een gering ontwaterend effect en

worden gebruikt bij hoge bloeddruk en chronisch hartfalen (decompensatio cordis).

De sterk werkende plasmiddelen hebben een snelle en krachtige werking.

Ze worden daarom vaak voor korte tijd gebruikt.

De kalium­sparende plasmiddelen hebben slechts een beperkt ontwaterend effect.

Deze groep is belangrijk als in het lichaam een te laag kaliumgehalte dreigt te ontstaan.

Ze worden vrijwel altijd in combinatie met een ander plasmiddel gegeven.

 

1 De zwakwerkende plasmiddelen (thiaziden)

 

Bijwerkingen: In het begin van de behandeling kunt u last krijgen van duizeligheid,

verminderde eetlust, maagpijn, diarree en minder zin in seks.

Deze bijwerkingen verdwijnen meestal als uw lichaam gewend raakt aan het geneesmiddel.

Neem contact op met uw arts als u last krijgt van pijnlijk of moeilijk plassen,

teerachtige ontlasting, bloed in urine of ontlas­ting, koorts of koude rillingen,

gewrichtspijn, pijn onder in de rug of in de zij, huiduitslag,

ernstige maagpijn met misselijkheid en braken, ongewone bloeding

of blauwe plekken, gele ogen of huid, spierkramp.

 

Preparaten                                    in de handel als

 

Bendroflumethiazide                    lnderetic***; Prestim***

 

Chloortalidon                              Atenolol/Chloortalidon***;

                                                    Atenololum/Chlortalidonum***;

                                                    Chloortalidon; Chlortalidonum;

                                                   Hygroton; Logroton***;

                                                  Tenoretic***

 

Chloorthiazide                            Chlorthiazidurn; Chiotride

 

Clopamide                                 Brinerdin; Viskaldix***

 

Epitizide                                    Dyta-Urese*; Epitriam*;

                                                  Triarntereen / Epitizide*;

                                                   Triamterenum / Epitizidurn*

Hydrochloorthiazide                   Aceplus**; Acuzide**; Amiloride comp.*;

                                                   Amiloride HCI 1 Hydro­ chloorthiazide*;

                                                   Amiloridurncomp.*; Capozide**; Cibadrex**;

                                                   Co-Renitec**; Dichlotride; Dyazide*;

                                                    Dytenzide*; Erncoretic***;

                                                    Esidrex; Hydrochloorthiazide

                                                    Amiloride HCI*; Hydrochloorthiazide;

                                                    Hydrochloorthiazide / Triamtereen;

                                                   Hydrochiorothiazidum; Hydromet,

                                                   Hykaten***; Moducren***~ Modu­ retic*;

                                                   Novazyd**; Ranezide***; Secadrex***;

                                                   Selokomb***; Triamtereen / Hydrochloor

                                                   thiazide*; Triamtere-num /

                                                    Hydro­ chiorothiazidum*; Zestoretic**

 

Indapamide                                  Fludex; Indapamide; Indapamidum­

 

Mefruside Baycaron

 

*   Preparaten die behalve een plasmiddel uit deze groep ook een plasmiddel

uit een andere groep bevatten.

** Preparaten die behalve een plasmiddel ook een ACE-remmer bevatten

***Preparaten die behalve een plasmiddel ook een bèta-blokker bevatten

 

2 De sterkwerkende plasmiddelen

 

Bijwerkingen:

 

In het begin van de behandeling kunt u last krijgen van duizeligheid, hoofdpijn

Hoofd of buikpijn. Deze bijwerkingen verdwijnen meestal als uw lichaam gewend

raakt aan het geneesmiddel. Neem contact op met uw arts als u last krijgt van

teerachtige ontlasting, bloed in urine of ontlasting, koorts of koude rillingen,

gewrichtspijn, pijn onder in rug of in de zij, pijnlijk of moeilijk plassen,

oorsuizingen of gehoorverlies, huiduitslag, ernstige maag­pijn met

misselijkheid en braken, ongewone bloedingen of blauwe plekken,

gele ogen of huid, spierkramp.

 

Preparaten                                  In de handel als

 

Bumetanide                                Burinex

 

Etacrynezuur                              Edecrin

 

Furosemide                                 Elkin*; Furosemide; Furosemidum;

                                                   Fusid; Lasiletten; Lasix; Vesix

 

Piretanide                                   Arefix

 

*Preparaten die behalve een plasmiddel uit deze groep ook een kaliumsparend

plasmiddel bevatten.

 

3 De kaliumsparende plasmiddelen

 

Kaliumsparende plasmiddelen, of 'kaliumspaarders' voor­komen dat het

kaliumgehalte in het bloed te laag wordt. Dat is bijvoorbeeld ongewenst

als u ook digoxine slikt. Bij een te lage kaliumspiegel is

de kans op bijwerkingen van digoxine namelijk groter.

 

Bijwerkingen:

 

In het begin van de behandeling kunt u last krijgen van misselijkheid,

buikkrampen, diarree en hoofdpijn. Canrenoïnezuur en spironolacton

remmen het hormoon aldoste­ron. Bij vrouwen kan dit pijnlijke borsten,

verlaging van de stem, snellere haargroei, onregelmatige menstruatie

en zweten veroor­zaken. Bij mannen kan dit vergrote borsten en impotentie

tot gevolg hebben. Deze verschijnselen verdwijnen meestal als uw lichaam

aan het geneesmiddel gewend raakt.

Neem contact op met uw arts als u last krijgt van huid­uitslag of jeuk,

koorts of koude rillingen, pijn onder in de rug of in de zij, pijnlijk of moeilijk plassen.

 

Gebruikt u triamtereen? Dan kunt u last krijgen van teer­achtige ontlasting,

bloed in urine of ontlasting, een branderig gevoel in de tong, kapotte

mondhoeken, kleine rode vlekjes op de huid, ongewone bloedingen

of blauwe plekken. Raadpleeg uw arts wanneer één van deze bijwerkingen optreedt.

 

Preparaten                                 in de handel als

 

 Amiloride                               Amiloridi Hydrochloridum;

                                                Arni­loridecomp.*; Amiloride HCI / 

                                                Hydrochioorthiazide*; Amiloridum comp.*;

                                                Elkin*; Hydrochloorthiazide / Amiloride HCI*;

                                                Hykaten*; Midarnor;

                                                Moducren**; Moduretic*

 

Spironolacton                         Aldactone; Spironolacton;

                                               Spironolactonum

 

Triamtereen                            Dyazide*; Dytac; Dyta-Urese*;

                                               Dytenzide*; Epitriam*; Hydrochtorothiazidum

                                               Triamterenum*; Triamtereen; Triarntereen /

                                                Epitizide*; Triamterenum; Triamtereen

                                                hydrochloorthiazide*; Triamterenum 1 Epitizidurn*;

                                               Triamterenum 1 hydrochiorothia­zidum*

 

*Preparaten die behalve een plasmiddel uit deze groep ook een

plasmiddel uit een andere groep bevatten.

 

**Preparaten die behalve een plasmiddel uit deze groep

ook een plasmiddel uit een andere groep en een bèta-blokker bevatten.

 

Bloedverdunners (= anti-coaguiantia)

 

De ingeburgerde naam bloedverdunners is feitelijk niet juist, want

deze middelen verdunnen het bloed niet. Wel zorgen de anti­coagulantia

ervoor dat het bloed minder snel stolt. De anti-coagu­lantia

(letterlijk: anti-klontermiddelen) onderdrukken de diverse

stollingsmechanismen in het bloed, ook wel stollingsfactoren genaamd,

zodat minder gemakkelijk bloedpropjes ontstaan.

De anti-coagulantia worden gebruikt na een hartinfarct om te

voorkomen dat nieuwe afsluitingen ontstaan en bij bepaalde

vormen van hartkramp (instabiele angina pectoris).

Ook bij boezemflbrilleren worden wel anti-coagulantia voorgeschreven

om te voorkomen dat er bloedpropjes ontstaan die in de hersenen terecht

kunnen komen. Na chirurgische ingrepen aan de bloed­vaten en bij bepaalde

vormen van vaatziekten kan de arts bloed­verdunners voorschrijven.

Buiten het ziekenhuis worden alleen de zogenaamde cumarines gebruikt.

Het duurt even voor het effect van deze medicijnen merkbaar wordt.

Ook nadat met de medicijnen gestopt is duurt het nog enkele

dagen tot weken voordat ze uitgewerkt zijn.

 

Bijwerkingen:

 

Als u cumarines gebruikt staat u onder regelmatige controle van de

Trombosedienst. Neem contact op met deze dienst of met uw huisarts

als u last krijgt van onverklaarbare blauwe plekken of ongewone bloedingen.

Bijvoorbeeld een bloedneus, een wond die blijft bloeden, hevige of

onverwachte menstruatie, bloed in de urine of de ontlasting, ophoesten

of uitbraken van bloed of iets dat er uit ziet als koffiedik.

Soms komen verstopping, teerachtige ontlasting, buikpijn, maag­pijn, misselijkheid

of huiduitslag voor. De werking van cumarines kan worden versterkt

door alco­hol en door een aantal geneesmiddelen.

De Trombosedienst heeft daarover een folder.

 

Preparaten                                     In de handel als

 

Acenocoumarol                           Acenocournarolurn; Sintrom (Mitis)

 

Fenprocournon                             Marcournar

 

Plaatjesremmers (= trombocyten-aggregatieremmers)

 

De plaatjesremmers zorgen ervoor dat de bloedplaatjes (trombocyten)

die verantwoordelijk zijn voor het klonteren van bloed minder goed werken.

Doordat ze niet goed meer samen klonteren, of doordat de bloedplaatjes

zich niet meer goed aan de wand van de bloedvaten kunnen hechten, treedt

minder snel ongewenste stolling in de vorm van trombose of embolie op.

De plaatjesremmers worden voorgeschreven na een hartinfarct

om de kans op een tweede hartinfarct te verkleinen.

Ook na een herseninfarct (beroerte) kan de arts die middelen voorschrijven.

Bij bepaalde vormen van hartkramp (instabiele angina pectoris)

en bij boezemfibrilleren worden soms plaatjesremmers gebruikt.

In Nederland worden acetylsalicylzuur (aspirine) en

carbasalaat­calcium als plaatjesremmers gebruikt.

Carbasalaatcalcium is een vorm van acetylsalicylzuur die beter in water oplost.

 

Bijwerkingen:

 

Er is slechts een kleine hoeveelheid acetylsalicylzuur of car­basalaat nodig

voor remming van de klontering van bloedplaatjes.

Daarom komen bijwerkingen weinig voor. Soms treden buikpijn of maagpijn,

brandend maagzuur of misselijkheid op.

Bij astma­patiënten kan benauwdheid voorkomen.

Neem dan contact op met uw huisarts.

 

Preparaten                                  In de handel als

 

Acetyisalicylzuur                      Acetylsalicylzuur; Acidum

                                                  acetylsa­licylicum; Aspirine;

                                                 Aspro Cardio; Pulveres Acetosali; Cardegic

 

Carbasalaatcalcium                  Ascal; Ascal Cardio; Carbasalaatcalcium;

                                                  Pulveres carbasalati cal­cici

 

Bloedvetverlagende middelen

 

Om de te hoge hoeveelheid bloedvetten (cholesterol en tri­glyceriden)

e verlagen kunnen bloedvetverlagende middelen wor­den gebruikt.

Deze middelen worden meestal pas voorgeschreven als het volgen van

een dieet onvoldoende effect heeft. Bij te veel cholesterol komen in aanmerking:

de galzuurbindende harsen en de cholesterolsyntheseremmers.

Galzuurbindende harsen binden cholesterol in de darm.

Hierdoor verlaat cholesterol het lichaam via de ontlasting.

Cholesterolsyntheseremmers hebben invloed op de werking van de lever

zodat deze minder cholesterol aanmaakt. Bij een te hoog triglyceridengehalte

komen in aanmer­king de flbraten, acipimox, nicotinylalcohol en probucol.

 

Bijwerkingen:

 

Cholesterolsyntheseremmers

 

In het begin van de behandeling kunt u last krijgen van obstipatie (verstopping),

diarree, brandend maagzuur, duizelig­heid, hoofdpijn, misselijkheid of huiduitslag.

Deze bijwerkingen verdwijnen meestal als uw lichaam gewend raakt aan het geneesmiddel.

Neem contact op met uw arts bij koorts, spierkrampen,

wazig zien, ongewone vermoeidheid of zwakheid.

 

Galzuurbindende harsen

 

In het begin van de behandeling kunt u last krijgen van oprispingen (boeren),

opgeblazen gevoel, verstopping, diarree, duizeligheid, hoofdpijn, misselijkheid,

braken of maagpijn. Deze klachten verdwijnen meestal als uw lichaam

gewend raakt aan het geneesmiddel.

Neem contact op met uw arts bij zwarte teerachtige ontlas­ting, hevige maagpijn

en bij plotseling gewichtsverlies. Ook bij huiduitslag of irritatie

van de tong en het gebied rond de anus.

 

Fibraten

 

In het begin van de behandeling kunt u last krijgen van diarree, winderigheid,

brandend maagzuur, misselijkheid of buik­pijn. Deze klachten verdwijnen

meestal als uw lichaam gewend raakt aan het geneesmiddel.

Neem contact op met uw arts bij koorts of koude rillingen, pijn op de

borst-, rug- of zij-, onregelmatige hartslag, kortademig­heid en bij hoest of heesheid.

 

Acipimox

 

In het begin van de behandeling kunt u last krijgen van een rode huid, blozen,

hoofdpijn, misselijkheid en buikpijn. Deze klachten verdwijnen meestal als uw

lichaam gewend raakt aan het geneesmiddel.

Neem contact op met uw arts bij huiduitslag, jeuk of plotselin­ge

kortademigheid of plaatselijke zwelling van keel, lippen of gezicht.

 

Nicotinylalcohol

 

In het begin van de behandeling kunt u last krijgen van blozen of een

warm of tintelend gevoel. Deze klachten verdwijnen meestal als uw

lichaam gewend raakt aan het geneesmiddel.

Neem contact op met uw arts bij opgezwollen voeten of onderbenen, gele ogen of huid.

 

Probucol

 

In het begin van de behandeling kunt u last krijgen van oprispingen (boeren),

diarree, misselijkheid en braken, maagpijn.

Deze klachten verdwijnen meestal als uw lichaam gewend raakt aan het geneesmiddel.

Neem contact op met uw arts bij duizeligheid of flauwvallen.

 

Preparaten                             in de handel als

 

Fluvastatine                             Lescol; Canef

 

Pravastatine                             Selektine

 

Simvastatine                            Zocor

 

Colestipol                                Colestid

 

Colestyramine                         Colestyramine; Colestyraminum;

                                                Questran

 

Bezafibraat                              Bezalip

 

Ciprofibraat                             Modalim

 

Clofibraat                                Clofibraat; Clofibratum

 

Gemfibrozil                               Lopid

 

Acipirnox                                 Nedios

 

Nicotinylalcohol                       Ronicol

 

Meer informatie? Met vragen over uw medicijnen kunt u terecht bij uw eigen arts of apotheker.

Voor algemene vragen over medicijnen kunt u ook de

Geneesmiddel-Infolijn bellen.

Op werkdagen van 10.00 tot 16.00 uur te bereiken

op nummer: 06-0998877 (gratis).

Wilt u meer weten over hart- en vaatziekten, bel dan tijdens

kantooruren met de Informatielijn van de

Nederlandse Hartstichting in Den Haag: o800-3000300 (gratis). I

informatielijn 0800-3000300 voor hart en vaatpatienten en hun omgeving

 

Home