Een bijzondere ervaring
Toen mijn buurman en
ik afgelopen zomer een rondje Friesland deden,
was dat het begin van een erg
aardig verhaal.
Toen we namelijk tijdens die bewuste
tocht Lemmer binnenreden viel ons oog ter hoogte van de stoplichten op een
damestas die op de weg lag. Na de inhoud bekeken te hebben bleek dat de tas
niet gestolen was daar er bankpasjes, een mobile telefoon en een portemonnee
met 300 euro in zaten.De eigenares was een mevrouw uit Denekamp. Helaas geen
telefoonnummer te vinden en het plaatselijke politiebureau was al gesloten Na
enig overleg hebben we maar besloten om de tas mee naar huis te nemen om ons te
beraden op de te nemen stappen Thuis ontdekte ik in de tas iets dat mijn
aandacht trok. Tussen de vele papieren zag ik namelijk een donorcodicil en
omdat ik in 1995 een harttransplantatie heb onder gaan was mijn belangstelling
gewekt. Immers, zonder donor was ik er nu niet meer geweest, Op het codicil
stond een telefoonnummer en dat bracht mij in contact met de moeder van de
vrouw die de tas verloren had. Zij vertelde me dat haar dochter niet meer thuis
woonde en dat zij al op zeer jonge leeftijd het codicil had ingevuld. Ook wist
ze dat haar dochter met man en vrienden een dagje naar Friesland zou gaan. Zij
zou haar dochter bellen en haar geruststellen over de verloren tas.
’s Avonds
laat belde ze al. De reactie van mevr. Morsink haar echte naam was er één van
grote opluchting. Ze wilde de volgende ochtend meteen langskomen om haar tas te
halen. Tijdens dat bezoek kwamen onder het koffie drinken, de verhalen 1os.
Naast haar persoonlijke bezittingen zat er bij het codicil een gedicht. Meneer
Morsink vertelde dat het zijn vrouw vooral zou spijten als ze dàt zou zijn
kwijt geraakt. Wij mochten het lezen en het sprak ons bij zonder aan. Toen ik
mijn verhaal deed over de transplantatie en over sporten met lotgenoten tijdens
de ‘Spelen’ in Noorwegen en Oostenrijk, en de daar behaalde successen, viel de
Denekamper familie van de ene verbazing in de andere. Meneer Morsink had geen
codicil en had daar eigenlijk ook nooit zo bij stil gestaan maar na al mijn
verhalen begon hij hier toch wat ander’s over te denken. Veertien dagen na dit
bezoek kregen we een kaartje uit Berlijn:
Even een kaartje uit Berlijn. Ik pas nu
goed op mijn tas!! Gerd is nu ook donor Goed hè! Heb ik jaren over gedaan en
sommigen lukt het in een uurtje. Nogmaals bedankt en tot ziens in Denekamp.
Gerd en Angelin Morsink’
Dit was een bijzondere ervaring voor ons. We
hadden een donor gewonnen en vrienden erbij gekregen.
R.B. Hoornsterzwaag
Geplaatst met mede weten betrokkenen
Wachtlijsten
kunnen korter
Donorregistratie is van
levensbelang
In
het voorjaar van 1998 kreeg iedere Nederlander van achttien jaar en ouder een
brief van de overheid. Hierin werd gevraagd of men zich al dan niet wilde laten
registreren als organen /of weefseldonor. Hoewel ruim eenderde van de 12,2
miljoen mensen het registratieformulier destijds terugstuurde, bestaan de
wachtlijsten voor orgaandonaties nog steeds. Dat moet anders. De Stichting
Donorvoorlichting wil daarom, samen met het Ministerie voor VWS, meer aandacht
vragen voor dit probleem.
Wel
of niet donor worden: voor de meeste mensen is dit een lastige keuze.
Nadenken
over wat er na je dood gebeurt, is erg beladen.
Het
liefst zou je er helemaal niet bij stilstaan dat het leven eindig is.
Wanneer je helemaal gezond bent, lijkt er ook geen
noodzaak te bestaan om veel aandacht aan dat onderwerp te besteden. Maar vele
duizenden mensen in Nederland zijn voor hun geluk, of zelfs hun leven,
afhankelijk van donoren. Van mensen die toestemming hebben gegeven om organen
en lof weefsels na overlijden te schenken aan patiënten voor wie een gezonde
nier of hart de enige kans is. Of voor wie een hoornvlies. Of
huidtransplantatie een wereld van verschil maakt.
Donorregister
Tot 1998 droeg iedereen die besloot na overlijden
zijn organen of weefsels ter beschikking te stellen. een codicil bij zich.
Deze potentiële donoren stonden echter nergens geregistreerd. Het gebeurde
nogal eens dat een codicildrager kwam te overlijden en het bewuste papiertje
niet (op tijd) werd gevonden. Daardoor werden nabestaanden geconfronteerd met
een lastig dilemma: wat wilde de overledene?
Verdeling
De
introductie van het Donorregister op 1 maart 1998 moest aan deze
onduidelijkheid een einde maken. Iedereen van twaalf jaar of ouder kan nu
centraal en eenduidig laten vastleggen of hij of zij wel of juist geen donor
wil worden. Op het registratieformulier staan vier keuzemogelijkheden:
1)
Ja, mijn weefsels en/of organen mogen na mijn dood voor transplantatie
en lof onderzoeksdoeleinden worden gebruikt
2)
2) Nee, dat mag niet.
3)
3) Ik laat mijn nabestaanden hierover beslissen na mijn dood.
4) 4) IK laat een specifieke persoon hier
over beslissen na mijn dood
Iets
meer dan eenderde (36%) van de 12,2 miljoen mensen die het
donorregistratieformulier ontvingen, stuurde het terug. Hiervan koos 55% voor
de eerste optie (ja), 35% voor de tweede optie (nee), 10% voor optie 3
(nabestaanden) en minder dan 1 % wees een specifiek persoon aan.
Wachtlijsten
Sinds
deze grote landelijke campagne is het aantal geregistreerde ongeveer gelijk
gebleven. Jaarlijks krijgt iedereen die in het vooraf~ gaande jaar achttien is
geworden, persoonlijk een brief met een registratieformulier thuisgestuurd. Ook
hierop reageert ongeveer eenderde van de aangeschreven personen. Dat er toch
nog steeds wachtlijsten voor donororganen en ‑weefsels bestaan, komt
vooral door het feit dat ruim driekwart van de nabestaanden van niet‑
geregistreerde geen toestemming verleent. De Stichting Donorvoorlichting (SDV)
vermoedt dat niet‑registratie door veel nabestaanden wordt uitgelegd als
een principiële keuze van de overledene tegen het donorschap. Dit hoeft lang
niet altijd zo te zijn.
Twijfels
Uit verschillende
onderzoeken blijkt namelijk dat het voornemen om zich te laten registreren vaak
blijft hangen op twijfel over de gang van zaken na overlijden. Wat gebeurt er
dan precies? In welke gevallen ben ik wel of juist niet geschikt als donor? Is
het niet heel belastend voor de nabestaanden? Samen met organisaties als de
Nierstichting Nederland en de Stichting Transplantatie Nu, wil de SDV deze
onzekerheden wegnemen door voorlichting over de noodzaak van orgaan‑ en
weefseldonatie en registratie.
Discussie
Nadenken
over donatie is en blijft moeilijk. Het is heel begrijpelijk dat mensen zich
eigenlijk liever niet met een dergelijk vraagstuk bezighouden. Kern van de hete
discussie is dat door donor te worden, andere mensen enorm kunnen worden geholpen.
Donororganen kunnen zelfs levens redden.
Maar
donor worden kan zelfs voortkomen uit eigenbelang. Want iedereen kan
natuurlijk op een dergelijk wachtlijst terecht komen... Voor wie wacht op een
geschikt donororgaan of ‑ weefsel, is ieder ' ja ' van levensbelang.