De cardioloog heeft door een ECG (hartfilm) vastgesteld dat uw hartritme
onregelmatig is of u heeft uw klachten zelf gemeld. In
overleg heeft u besloten tot een cardioversie
behandeling. In deze folder leest u wat de behandeling inhoudt; veelgestelde
vragen over een cardioversie worden beantwoord. Heeft u na het lezen nog vragen, stel ze dan aan de
verpleegkundige of de arts. 
Wat is cardioversie?
Cardioversie betekent het
omkeren van een onregelmatig hartritme naar een regelmatig hartritme. Dit
gebeurt door een stroomstootje. Het onregelmatige hartritme wordt ook wel
boezemfibrilleren (atriumfibrilleren) of boezemflutter (atriumflutter)
genoemd. U kunt het vergelijken met een orkest waarvan de muzikanten door
elkaar spelen; het stroomstootje is de dirigent die stilte eist. Slaagt de cardioversie, dan zal het hart met een regelmatig ritme
starten; het orkest speelt weer in de maat.
Oorzaken van onregelmatig hartritme
Uw cardioloog kan u meestal
vertellen wat bij u de oorzaak is van het
onregelmatige hartritme.
Veelvoorkomende oorzaken zijn: langdurige hoge bloeddruk, hartklepgebreken, chronisch hartfalen of een schildklierziekte. Ook in de
eerste weken na een hartoperatie kan het voorkomen. Daarnaast kunnen leefgewoonten
zoals roken en het overmatig gebruik van koffie en/of
alcohol onregelmatige hartritme bevorderen.
Risico’s bij onregelmatig hartritme
Normaal zorgt een soort
bougie in het hart, de sinusknoop, voor het
regelmatig afgeven van een prikkel om het hart te laten samentrekken.
Bij een onregelmatig hartritme trekken de boezems niet actief samen. Ze trillen
alleen. Het bloed stroomt daardoor trager naar de hartkamers. Hierdoor kunt u hartkloppingen voelen, kortademig worden en kan uw
conditie verminderen.
Door de langzamere bloedstroming kan trombose ontstaan. Trombosen
zijn
ongewenste bloedstolseltjes. Deze kunnen van de boezemwand
loslaten en in enkele gevallen problemen veroorzaken in andere organen.
Bijvoorbeeld in de hersenen uit zich dit als een beroerte. Om dit risico te
beperken schrijft de cardioloog antistolling-medicijnen
voor, Sintrommitis of
Marcoumar om het bloed minder snel te laten stollen.
Pas na vier weken kan worden gestart met de cardioversie
behandeling. Deze wachttijd is nodig om voldoende effect te bereiken met de antistolling-medicijnen.
Controle van de antistolling gebeurt door de plaatselijke Trombosedienst. In
overleg met hen is eventueel zelfcontrole mogelijk.
Voorbereiding
Na plaatsing op de
wachtlijst ontvangt u telefonisch en per post een
bericht over de datum van de dagopname en de voorbereiding.
De voorbereiding houdt voor u in:
De behandeling
U wordt opgenomen op
afdeling . Na kennismaking met de verpleegkundige wordt een ECG gemaakt en een
infuusnaald ingebracht. Contactlenzen moet u voor de behandeling uitdoen en
ringen afdoen.
Tijdens de behandeling wordt uw bloeddruk, hartritme en zuurstofgehalte bewaakt
met een monitor. De anesthesist laat u door een kapje over mond en neus
zuurstof inademen. Het narcosemiddel wordt via het infuus gegeven. Zodra u in
slaap bent, geeft de hartbewakingsverpleegkundige of de cardioloog u door de
borstkas (en daarmee door het hart) met een electrisch
apparaat, de zogenaamde defribrillator) enkele
stroomstootjes. Slaagt de cardioversie, dan zal het
hart na korte tijd met een regelmatig ritme starten.
Tijdens de behandeling bent u tien minuten onder narcose.
Zodra u wakker bent vertelt de cardioloog u het resultaat van de behandeling.
Risico's en complicaties
Er is een laag
narcoserisico. De complicatiekans op een beroerte is na
voorbehandeling met antistollingmedicijnen klein.
Naar huis
Op de verpleegafdeling cardiologie vindt controle plaats
van de bloeddruk en het hartritme. Als u goed wakker bent,
mag u weer eten en drinken en kunt u rondlopen op de afdeling.
Enkele uren na de behandeling mag u naar huis. Vanwege de narcose kunt u de eerste 24 uur na de cardioversie
behandeling niet zelf autorijden.
De medicijnen veranderen meestal niet meteen na de cardioversie.
Blijft het hartritme langere tijd regelmatig dan kan de cardioloog besluiten
medicijnen te minderen of te stoppen.
Verdere behandeling
Slaagt de cardioversie niet, dan kan de behandeling eventueel worden
herhaald. De medicijnen worden dan meestal aangepast.
In uitzonderlijke situaties zijn speciale behandelingen mogelijk zoals bijvoorbeeld het plaatsen van een speciale pacemaker
die de ritmestoornis kan beëindigen of uitschakeling van het gebied dat de
ritmestoornis veroorzaakt met een speciale katheter (radio frequentie ablatie).
Heeft (herhaalde) cardioversie geen resultaat dan zal
de cardioloog voorstellen het onregelmatige ritme te accepteren. U krijgt dan
medicijnen om de te hoge snelheid van het ritme af te remmen. De antistollingmedicijnen blijft u levenslang gebruiken.