Het ritme van het gezonde
hart
Het hart is een spier die als een pomp werkt. Het
bestaat uit vier holtes:twee boezems en twee kamers, verdeeld in rechts en links. Een
boezem heet ook wel atrium, een kamer ventrikel. Doordat de vier holtes gedurende een
hartslag steeds vol bloed lopen en het daarna weer wegpersen blijft de
bloedsomloop aan de gang. In normale toestand gebeurt dit zo'n 60 tot 70 keer
per minuut; bij inspanning kan dit wel 160 tot 180 keer per minuut zijn. om de holtes samen te knijpen krijgt het
hart een elektrische prikkel uit de sinusknoop, een klein regelcentrum in de
rechterboezem. Die elektrische prikkel gaat eerst naar de boezems en daarna via
de atrioventriculaire knoop (AV‑knoop)
en het geleidingssysteem door naar de kamers.
.jpg)
Ritmestoornissen
De sinusknoop is niet de enige plek waar een
elektrische prikkel kan ontstaan. Soms gebeurt dat ook op een andere plaats in
het hart en in een verkeerd tempo.Een snelle opeenvolging (boven 100 keer per
minuut) van elektrische prikkels die in de kamers ontstaan noemen we een kamertachycardie.Men kan een (relatief) langzame en een snelle kamertachycardie
hebben. Een chaotische prikkelvorming in beide kamers noemen we kamerfibrilleren. ondanks al die activiteit pompt het hart dan niet meer. Zowel een
snelle kamertachycardie
als kamerfibrilleren zijn levensgevaarlijk omdat de bloedsomloop stilvalt en
het lichaam geen zuurstof meer krijgt. De patiënt wordt duizelig, raakt
bewusteloos en krijgt een hartstilstand. Alleen bij een langzame kamertachycardie hoeft het niet zo ver
te komen. Een elektrische schok is een effectief middel om de normale hartslag
weer te herstellen. Bij spoedbehandelingen, meestal uitgevoerd door
ambulancepersoneel, gebeurt dit met een uitwendige defibrillator met 'paddles' die men op
de borstkas plaatst. Een inwendige defibrillator of ICD, zoals hij meestal
wordt genoemd, heeft als voordeel dat hij vrijwel onmiddellijk zo'n elektrische
schok geeft als een tachycardie of fibrilleren optreedt. De bloedsomloop is dan
nauwelijks verstoord en het lichaam krijgt geen zuurstofgebrek. Als andere
middelen (medicijnen of een hartoperatie) niet helpen of niet mogelijk zijn, is
een ICD een uitkomst, vooral voor mensen bij wie een hartritmestoornis niet
voorkomen kan worden.
Wat is een ICD precies?
Een ICD is eigenlijk een klein
computertje met een batterijtje, een' pulsgenerator' en één of meer
geleidingsdraden. De industrie maakt de apparaatjes steeds kleiner en lichter
(nu nog maar

Eventueel met tussenpozen van tien á vijftien seconden
nog een paar keer tot het hartritme weer normaal is. Meestal is het hartritme
echter na één of twee schokken al weer normaal. Bij een langzame
kamertachycardie probeert de ICD het langzame hartritme met kleinere
elektrische prikkels te herstellen. Als de stoornis daar niet op reageert of
erger wordt, geeft de ICD alsnog een flinke schok.
Iedereen heeft een
ander ritme
De ICD wordt bij elke patiënt individueel ingesteld.
We hebben allemaal een eigen hartritme (in rust en bij inspanning), dus als u
een ICD krijgt voert men die gegevens in het geheugen in. Pas als het hartritme
daar sterk van af gaat wijken, hebt u een hartritmestoornis en gaat de ICD
reageren. Nadat de ritmestoornis voorbij is en het hartritme weer normaal is
geworden, gaat de ICD weer terug op zijn normale waakstand: klaar om opnieuw in
te grijpen mocht dat nodig zijn. in het geheugen van de ICD is alles
geregistreerd, zodat de cardioloog later precies kan zien wat er gebeurdis.
Wat voelt u als het
apparaat een schok afgeeft?
Omdat u door de snelle kamertachycardie of het
kamerfibrilleren heel snel buiten bewustzijn raakt, voelt u de schok zelf
meestal niet. Achteraf kunt u een onaangenaam gevoel hebben. Er zijn zelfs
mensen die er niets van merken en die als ze weer bij bewustzijn zijn gekomen,
gewoon verder gaan met waar ze mee bezig waren. Als u bij bewustzijn bent
gebleven (dus ook als u een langzame kamertachycardie kreeg die niet overging),
voelt u de schok als een flinke klap op de borst of als een echte elektrische
schok zoals wanneer je een draad vastpakt waar stroom op staat. Dit duurt
enkele seconden. Als de ICD bij u een langzame kamertachycardie kon herstellen
door kleine elektrische prikkels, voelt u dat niet of nauwelijks. De emotionele
verwerking van een schok is een ander verhaal. Door het herstellen van de
ritmestoornis heeft de ICD immers voorkomen dat u zou overlijden. Aan de ene
kant is er dus de opluchting: het heeft zin gehad om een ICD te dragen en hij
heeft goed gewerkt. Aan de andere kant staan veel mensen door een schok van hun
ICD weer eens stil bij de sterfelijkheid.
De plaatsing van de
ICD
In veel gevallen is er sprake van plaatsing van een
ICD, als u een aanval van snelle kamertachycardie of kamerfibrilleren door
reanimatie of uitwendige defibrillatie hebt overleefd en in het ziekenhuis bent
opgenomen. In het ziekenhuis zal men een aantal onderzoeken bij u doen:
bloedonderzoek, fiets- of looptest, röntgenfoto van de borst, cardiogram en
hartritme-onderzoek of EFO (elektrofysiologisch onderzoek). Zonodig vindt ook
een hartkatheterisatie plaats om de pompfunctie van het hart en de
kransslagaders te onderzoeken. Als men dan samen met u tot plaatsing van een
ICD besluit, gebeurt dit meestal binnen een week. Vóór de operatie wordt uw
hartritme meestal met een monitor bewaakt. Dit geeft u waarschijnlijk een
veilig gevoel, maar het beperkt ook uw bewegingsvrijheid. Onder het sleutelbeen
De implantatie van de ICD gebeurt onder gedeeltelijke of volledige narcose.
Tegenwoordig zet men het apparaatje meestal onder het sleutelbeen. Dit wordt
pectorale implantatie genoemd. Via de sleutelbeenader en de grote holle ader
schuift men de elektrode(s) naar het hart. Degene die de operatie uitvoert -
dit kan een chirurg of een cardioloog zijn - plaatst de ICD onder het linker
sleutelbeen. U zult hem daar natuurlijk wel voelen zitten, vooral als u uw arm
naar boven of naar achteren strekt. Bij uitzondering kan de ICD ook onder het
rechter sleutelbeen worden geplaatst, bijvoorbeeld bij mensen die juist hun
linkerarm veel gebruiken. U kunt dit het beste van tevoren met uw arts
bespreken.

in de buikholte
Heel soms plaatst men de ICD in de buik, vlak onder de
huid of buikspieren. In dat geval leidt de chirurg of cardioloog de
elektrode(s) onder de huid naar het sleutelbeen en daarna door de
sleutelbeenader en de grote holle ader naar het hart, tot in de punt van de
rechterkamer. Tijdens de operatie test men of het apparaatje goed werkt en of
de elektrode(s) precies op de goede plek zit(ten). Daarom wekt men kunstmatig
kamerfibrilleren op om te toetsen of de ICD de stoornis herkent en het
hartritme goed herstelt. U krijgt daarvoor een lichte narcose zodat u de schok
niet voelt.
Vragen over de
implantatie
Aarzel niet om alle vragen waar u mee zit, nog vóór de
operatie aan uw cardioloog te stellen. Neem voor zo'n gesprek uw partner of een
naaste mee. Misschien hebben zij zelf ook vragen die de cardioloog dan meteen
kan beantwoorden.Mensen die al een ICD hebben, willen u graag over hun
ervaringen vertellen. U kunt wellicht via uw eigen cardioloog met iemand in
contact komen of u kunt dit vragen aan de commissie
“ICD-dragers/hartklepaandoening/hartritmestoornissen en pacemakers" van Hartezorg,
vereniging van hartpatiënten.

Het aanzetten van
de ICD
Vrijwel altijd zal men de ICD meteen bij de operatie
in werking stellen. Dit gebeurt met een apart apparaat dat draadloos verbinding
met uw ICD maakt. Vóór u het ziekenhuis verlaat zal men de instelling en de
werking nog een keer controleren. Als men dan nog een keer een schok met de ICD
wil uittesten, zal men u eerst opnieuw licht verdoven.
Na de operatie
Nazorg in het ziekenhuis
Na een implantatie gaat u meestal direct naar de
verpleegafdeling. omdat u pijn in de borstkast en in de bovenbuik kunt hebben,
krijgt u pijnstillers. in het begin ligt u nog aan de monitor. Men let goed op
uw ademhaling, omdat diep ademhalen pijnlijk voor u kan zijn. Zodra uw
lichamelijke toestand het een beetje toelaat, mag u weer uit bed, zodat u snel
weer op de been bent. Vanwege de ligging van de elektrode mag u met de arm aan
de kant van de ICD geen heftige strekkende bewegingen maken (dus ook niet tennissen,
volleyballen e.d.) De cardioloog en verpleegkundige bespreken met u wat u weer
wel allemaal zonder problemen gerust kunt doen.
Infectie
Heel zelden treedt er rond de defibrillator of de
elektroden een bacteriële infectie op. Zo'n infectie kan zelfs na enkele jaren
nog ontstaan. Mogelijk moet de ICD dan weer verwijderd worden.
ICD-identiteitskaart

U krijgt van het ziekenhuis een ICD-identiteitskaart met informatie over uw ICD en de naam en telefoonnummer van uw behandelend arts. Draag deze kaart steeds bij u. Als u het bewustzijn verliest, weten de mensen die u helpen dankzij deze kaart dat u een ICD draagt en met wie ze eventueel contact moeten opnemen. U kunt ook een SOS Talisman dragen en daarin verwijzen naar uw identiteitskaart. U kunt de Talisman telefonisch bestellen bij het bureau indentificatie,telefoon: 030 2292505 of via de website: http://www.bureau-identificatie.nl/Ook is er de mogelijkheid om uw persoons-en medische gegevens te laten registreren bij de Stichting Witte Kruis en een internationale alarmpenning (halsketting of armband) aan te vragen. Voor informatie over kosten en jaarlijkse bijdrage kunt u bellen of de website raadplegen, telefoon: 070 31104 86, website: http://www.whitecrossfoundation.org/nl/index.html
Hartritmestoornissen na de implantatie
Als u merkt dat u een ritmestoornis krijgt of als u
plotseling duizelig wordt, probeer dan rustig te gaan zitten of liggen, en doe
dat zeker als u uit ervaring weet dat u bewusteloos raakt door een
ritmestoornis. Vertel de mensen om u heen waarom u dat doet en wacht af wat er
gaat gebeuren. Als het goed is, komt u enkele minuten na het ingrijpen van de
ICD "met de schrik vrij". Als u buiten bewustzijn raakt en de ICD
geeft géén schok, moeten degenen die bij u zijn voor u een ambulance bellen
(112) en u proberen te reanimeren. Noteer voor de zekerheid naderhand de datum
en het tijdstip vat hartritmestoornissen en het aantal schokken dat de ICD gaf.
Deze notities kunt u bij uw volgende controlebezoek afgeven. Als uw ICD een
schok heeft afgegeven, dient u zo snel mogelijk contact met uw arts op te
nemen. De implantatiecentra zijn 24 uur per dag te bereiken.
Wanneer moet u
contact opnemen met uw cardioloog?
- Als het apparaat een schok heeft afgegeven.
- Als u een ernstige ritmestoornis bemerkt of als u
buiten bewustzijr bent geraakt.
- Als het apparaat pieptonen geeft, ten teken dat de
batterijen opraken.
- Bij ontstekingsverschijnselen in de borst of de buik
en rond het litt, (als de huid rood en opgezwollen is en pijn doet bij
aanraking).
- Als u de medicijnen niet goed meer verdraagt en uw
huisarts u ande wil geven.
- Als men u een ultrakortegolf (UKG)-behandeling,
bestraling, onder, met een magneetscanner (MRI) of een grote medische ingreep
of een ingreep onder algehele narcose wil laten ondergaan.
De controle van uw
ICD
Tenminste twee keer perjaar moet u naar het ziekenhuis
om uw ICD laten controleren. in sommige gevallen - afhankelijk van het type ICD
uw leeftijd ~ moet u vaker op controle. Als u zelf twijfelt, kunt u altijd voor
een tussentijdse controle een afspraak met het ziekenhuis maker Bij elke
controle test men opnieuw of de batterij van uw ICD voor de komende periode nog
voldoende stroom heeft. Ook controleert men, soms aan de hand van
röntgenfoto's, de ligging en toestand van de elektrode(s). De gegevens uit het
geheugen van uw ICD worden vastgelegd. De cardioloog kan daaraan zien of u in
de voorafgaande periode hartritmestoornissen hebt gehad en welke reactie de ICD
daarop heeft gegeven om het hartritme te normaliseren, en dus ook of de ICD het
goed doet. Het technische deel van de controle gebeurt door een ICDtechnicus.
De controle is pijnloos. Als u vragen hebt, dan kunt u deze stellen aan de
ICD-technicus.
Medicijnen
Soms schrijft uw arts ook medicijnen voor die het
hartritme vertragen of die de kans op hartritmestoornissen verkleinen. De kans
dat de ICD een keer een schok moet toedienen, wordt daardoor ook kleiner. Het
gebruik van de medicijnen is verschillend al naar gelang de oorzaak van de
hartritmestoornissen. De arts bepaalt voor u persoonlijk de aard en de dosering
van het medicijn. Veel van deze medicijnen kunnen bijwerkingen
hebben. Bespreek met uw arts of in uw geval een ander
medicijn mogelijk is, of dat u de bijwerkingen moet accepteren.
Houdt u altijd aan het voorschrift van uw arts.

Leven met een ICD
'Hoe leef ik verder met een ICD?' vraagt u zich
misschien af. Na zo'n ingrijpende ziekenhuisperiode is het thuis wel weer wennen,
zowel voor u als voor de mensen in uw omgeving. De meeste mensen ervaren hun
ICD positief. Ze voelen zich weer vrij om te doen en te laten wat ze willen en
ze gaan weer aan de toekomst denken. Maar u kunt de ICD niet helemaal negeren.
in het begin zult u het apparaatje goed voelen, en soms kan men het zien zitten
als u strakke kleren of een zwempak draagt. De operatiewond blijft vaak nog
enige tijd gevoelig. Draag in het begin losse kleding waardoor het litteken
rustig kan herstellen. Raadpleeg onmiddellijk uw arts als het litteken gaat
ontsteken. De huid is dan rood en gezwollen en doet pijn als u de plek
aanraakt.
Belangrijk is verder dat u beseft dat u wel degelijk
bepaalde risico's loopt. U kunt immers nog steeds een hartritmestoornis krijgen
en bewusteloos raken. Als u dan ergens ongelukkig zou vallen, helpt de ICD wel
uw hart maar niet uw gebroken been of erger. Ook zwemmen zonder dat er iemand
in de buurt is, is niet zonder risico. En als er iets met uw ICD aan de hand is
en u bent vér weg van een ziekenhuis waar men uw type ICD kan controleren, is
dat ook een probleem. Uw cardioloog kan u hierin alleen adviseren; uw doen en
laten zijn uw eigen verantwoordelijkheid.
Angst en
onzekerheid
De zin van de ICD is dat hij uw hartritmestoornis
beëindigt en u daarvoor een schok bezorgt op het moment dat uw hart die nodig
heeft. Dat kan onaangenaam zijn en u zelfs bang maken, hoewel dat nu juist niet
de bedoeling is. Maar misschien ging het al zolang goed dat u zich geen patiënt
meer voelde, en dan herinnert de schok u eraan dat u dat nog steeds bent.
Gemiddeld krijgen mensen die een ICD kregen nadat ze een aanval van
kamertachycardie of kamerfibrilleren hebben gehad één keer per drie jaar een
schok. Bij mensen die uit voorzorg een ICD krijgen (vanwege hartinfarct of
langzame kamertachycardie), komen schokken nog minder voor. Waar u in ieder
geval niet bang voor hoeft te zijn, is dat uw ICD het niet meer doet vanwege
een lege batterij. Door de regelmatige controle is dit praktisch uitgesloten.
De ICD mag u eigenlijk zowel fysiek als psychologisch niet echt hinderen. Het
risico dat u een schok krijgt waar andere mensen bij zijn, is zo gering dat u
sociale contacten niet om die reden mag vermijden. integendeel: voor weinig
mensen is sociaal isolement een gezonde toestand. Zoals bij alle angsten en
onzekerheden, kan het ook goed zijn om zo af en toe met anderen over uw
ritmestoornissen en uw ICD te praten. Met uw partner, vrienden, familieleden,
kennissen, collega's. Met uw arts, met lotgenoten. De commissie "ICD/hartklepaandoening/hartritmestoornissen
en pacemakers" van Hartezorg, vereniging van hartpatiënten, organiseert
elk jaar regionale contactbijeenkomsten voor dragers van een ICD Sommige mensen
gaan Is nachts liggen piekeren. Ontspanningsoefeningen kunnen dan helpen om in
slaap te vallen. Misschien hebt u behoefte aan professionele hulp. Uw arts kan
u doorverwijzen naar een psycholoog of maatschappelijk werker die ervaring
heeft met dragers van een ICD.

Magnetische velden
U moet oppassen met magneten in de buurt, want die
kunnen de werking van het apparaat beïnvloeden, hoewel ICD's daartegen steeds
beter beveiligd zijn. Thuis kunnen dat bijvoorbeeld grote luidsprekerboxen zijn
waar grote magneten in zitten. Verder ontstaan er rond draaiende elektromotoren
- in boormachines, elektrische zagen, de dynamo van een auto - sterke
magnetische velden die uw ICD kunnen ontregelen of zelfs uitschakelen. Neem in
zulke gevallen direct contact op met een arts die uw ICD kan controleren. Moderne
ICD's waarschuwen vaak met een pieptoon dat u in een magnetisch veld bent. Uw
mobieltje moet u op tenminste
Lichamelijke
inspanning

De ICD zal u in de meeste van uw fysieke mogelijkheden
niet beperken. Overleg met uw arts welke lichamelijke inspanningen u beter wel
of niet kunt doen. Vraag met name of zware lichamelijke activiteiten zoals
joggen of langlaufen goed voor u zijn. Sporten (bergbeklimmen, skiën) of
werkzaamheden waarbij u ongelukkig kunt vallen (op daken, steigers enzovoort)
houden een risico in omdat u door de hartritmestoornis buiten bewustzijn kunt
raken. Ook wordt afgeraden alleen te gaan zwemmen: als u buiten bewustzijn
raakt, kunt u verdrinken. In veel plaatsen zijn sport- en spelgroepen actief
van de Stichting Hart in Beweging (HIB). Deskundige begeleiding ziet erop toe
dat u zich niet teveel, maar ook niet te weinig inspant. Het adres van HIB
vindt u achterin deze brochure.
![]()
Seksualiteit
Als drager van een ICD kunt u in seksueel opzicht een
normaal leven leiden. In het onwaarschijnlijke geval dat u tijdens het vrijen
een schok van de ICD krijgt, dan is dat voor uw partner volstrekt ongevaarlijk.
Zwangerschap
Overweegt u als vrouw met een ICD kinderen te krijgen?
Overleg dan met uw arts of dat in uw geval mogelijk is.
Autorijden
Autorijden na implantatie van een inwendige
defibrillator is onder bepaalde voorwaarden toegestaan. in ieder geval mag u
gedurende een observatieperiode van twee maanden na implantatie niet
autorijden. u krijgt van het Centraal Bureau Rijvaardigheidsbewijzen (CBR) pas
een nieuwe vergunning als uw cardioloog eerst een schriftelijke verklaring
heeft ondertekend na een cardiologische controle die tenminste 2 maanden na
implantatie plaats vindt. onder bepaalde voorwaarden kan er ook beperkt
beroepsmatig gebruik worden gemaakt van het rijbewijs (groep l).

ICD-dragers zijn in alle gevallen ongeschikt voor het
groot rijbewijs (groCP 2). Meer informatie over autorijden met een ICD kunt u
krijgen bij de commissie "ICD/hartklepaandoening/hartritmestoornissen en
pacemakers" van Hartezorg, vereniging van hartpatiënten, en op mijn site
onder code 100
Werkhervatting
De terugkeer naar het werk levert voor sommige
patiënten problemen op, bijvoorbeeld omdat zij veel moeten autorijden, zwaar
lichamelijk werk doen of moeten werken met bepaalde apparatuur. Denk hierbij
aan bouwkranen, lasapparatuur, inductietransformatoren, sterke
elektromagnetische motoren, radarapparatuur, inductieovens en sterke
elektrische geleiders of sterke elektromagnetische velden. U dient dus samen
met uw cardioloog en uw Arbo-arts te bekijken of u uw oude werkzaamheden kunt
hervatten.
Medische
onderzoeken
Raadpleeg uw arts als u binnenkort een van de volgende
onderzoeken of behandelingen moet ondergaan: - met een magneetscanner (MRI); -
ultrakortegolf (UKG)-behandeling; - bestraling; - een gal- of niersteen
vergruizen; - een ingreep onder algehele narcose; - een andere grote medische
ingreep. Men zal uw ICD waarschijnlijk tijdelijk moeten uitschakelen. Andere
(paramedische) behandelingen Vertel ook uw fysiotherapeut, uw tandarts en uw
schoonheidsspecialist dat u een ICD draagt. Zij gebruiken apparaten met
elektromagnetische velden waarmee ze niet in de buurt van uw ICD mogen komen.
Op vakantie
Ook in het buitenland zijn centra waar u in geval van
een schok of problemen met uw defibrillator terecht kunt. Het type apparaat
bepaalt waar u terecht kunt. De fabrikant van uw ICD heeft de meest recente
lijst van ziekenhuizen in de directe omgeving van uw vakantieadres. U vindt de
adressen van alle ICD-fabrikanten op mijn site onder vakantie
Verblijf op eilanden zonder ziekenhuizen is een
risico. Op vliegvelden kunt u het beste meteen aan de beveiligingsbeambte
vragen of men u wil fouilleren, omdat de opsporingsapparatuur vrijwel zeker op
uw ICD zal reageren. Vaak zal dit geen probleem zijn, zeker niet als u uw
ICD-identiteitskaart laat zien. op mijn
website vindt u onder' vakantie 'nuttige informatie voor als u op
vakantie gaat: Ook vindt u daar een brief waarin in diverse talen staat dat u
ICD-drager bent. U kunt deze brief downloaden of aanvragen.

Werkhervatting
De terugkeer naar het werk levert voor sommige
patiënten problemen op, bijvoorbeeld omdat zij veel moeten autorijden, zwaar
lichamelijk werk doen of moeten werken met bepaalde apparatuur. Denk hierbij
aan bouwkranen, lasapparatuur, inductietransformatoren, sterke
elektromagnetische motoren, radarapparatuur, inductieovens en sterke
elektrische geleiders of sterke elektromagnetische velden. U dient dus samen
met uw cardioloog en
uw Arbo-arts te bekijken of u uw oude werkzaamheden
kunt hervatten
Medische
onderzoeken
Raadpleeg uw arts als u binnenkort een van de volgende
onderzoeken of behandelingen moet ondergaan: - met een magneetscanner (MRI); -
ultrakortegolf (UKG)-behandeling; - bestraling; - een gal- of niersteen
vergruizen; - een ingreep onder algehele narcose; - een andere grote medische
ingreep. Men zal uw ICD waarschijnlijk tijdelijk moeten uitschakelen.
Begraven en
cremeren
Als u na uw overlijden wordt gecremeerd, moet men uw
ICD voor de crematie verwijderen. Als u wordt begraven, is dit vanwege het
milieu wenselijk. Eventueel dienen uw nabestaanden de begrafenisondernemer erop
te wijzen dat u een ICD draagt.
En hoe staat het
met uw partner, uw naasten?
Tijdens de opnameperiode en bij thuiskomst gaat vaak
alle aandacht naar de patiënt. Zelden of nooit vraagt men hoe de partner er
voor staat. Maar die heeft óók een periode vol spanning achter de rug. Terwijl
de patiënt bezig is aan een nieuw begin, heeft de partner het soms juist heel
moeilijk. Sommige partners vinden het onjuist om aandacht voor zichzelf te
vragen. De patiënt moet immers centraal staan, met diens zorgbehoefte,
financiële problemen, enzovoort. Uit deze onevenwichtigheid kunnen irritaties
en psychische problemen groeien. ook de kinderen, als die er zijn, kunnen te
lijden hebben onder een gebrek aan aandacht. Als u zulke thuisproblemen aan
ziet komen, vraag uw huisarts, de maatschappelijk werker of de
wijkverpleegkundige om steun en begeleiding. Cijfer uzelf als partner niet weg.
ook u hebt recht op een eigen leven. Wanneer mensen hulp aanbieden, neem die
dan aan. Zorg voor ontspanning, ga er af en toe even tussenuit. Een dagje
dingen doen die u leuk vindt, kan wonderen doen. Spreek met uw partner af dat
hij of zij u altijd vertelt wanneer er iets aan de hand is. Maakt u zich
ongerust als uw partner alleen thuis is? Misschien helpt dan een alarmsysteem.
Informeer bij uw gemeente over de mogelijkheden. Neem
uw mobieltje mee als u op pad gaat! Praat veel met elkaar. Praat ook met andere
mensen die u vertrouwt over uw ervaringen en gevoelens. Via de commissie
"ICD/hartklepaandoening/hartritmestoornissen en pacemakers" van
Hartezorg, en mijn site kunt u in contact komen met partners van ICD-dragers.
Reanimeerlessen
Omdat een snelle reanimatie uw leven (of de kwaliteit
van uw leven) kan redden, wordt sterk aanbevolen dat uw naasten leren
reanimeren als ze daar fysiek nog toe in staat zijn (reanimeren vereist
kracht). De Nederlandse Hartstichting organiseert in het hele land
reanimatielessen. meer informatie over reanimatie vindt u op www.6minuten.nl Voor een cursusadres bij u in de buurt kunt u
terecht op www.reanimatiepartner.nl ook kunt u bellen met de Informatielijn van
de Nederlandse Hartstichting: 0900 3000 300 (van maandag t/m vrijdag van 10.00
tot 16.00 uur, lokaal tarief).
Hoe te handelen als
de patiënt een schok krijgt
Wat moet u doen als de patiënt een schok krijgt? Als
de patiënt onwel wordt, kunt u het beste eerst twee schokken van de ICD
afwachten. Als het goed is komt de patiënt dan weer bij. Komen er binnen een
minuut geen schokken, wacht dan niet langer af, zeker niet als de patiënt
bewusteloos wordt. Als u kunt reanimeren, start dan onmiddellijk met de
reanimatie en bel Met 112 of laat iemand anders dit doen.
Als u niet kunt reanimeren en de patiënt blijft
bewusteloos, bel dan altijd 112 en vraag om een ambulance. Als u de patiënt
reanimeert, krijgt u geen schok. U voelt alleen een lichte tinteling. Als er
een AED (een automatische externe defibrillator) in de buurt is, vraag dan
altijd of iemand deze ophaalt, of haal de AED zelf op als u alleen bent. Twee
dingen zijn daarbij belangrijk:
1. Een
AED-elektrode mag niet op de ICD geplakt worden, maar enige centimeters er
naast of er onder.
2. Vertel het ambulancepersoneel dat de patiënt een
ICD heeft en (toch) met een AED is behandeld.
Vervanging van de
ICD
Omdat uw ICD altijd aan staat, is de batterij op een
gegeven moment op. Uw ICD is na een j aar of zes aan vervanging toe. De cardioloog
bepaalt wanneer uw ICD vervangen moet worden. meestal wordt alleen het
apparaatje vervangen en laat men de elektrode(s) zitten als die nog goed zijn.
De cardioloog of chirurg opereert u dan op de plaats van het apparaat onder de
huid of de spieren, haalt het oude apparaatje weg en sluit de elektrodes op de
nieuwe ICD aan. Van deze ingreep hebt u meestal weinig last.
De biventriculaire
defibrillator
Ook hartfalenpatiënten kunnen hartritmestoornissen
krijgen. Het hart van iemand met hartfalen kan het bloed niet meer goed door
het lichaam pompen. Bij sommige hartfalenpatiënten trekken de beide hartkamers
(ventrikels) niet meer tegelijkertijd samen, waardoor het bloed nog minder goed
door het lichaam wordt gepompt. Door de twee hartkamers gelijktijdig te
stimuleren, kan het hart weer beter pompen. Hiervoor bestaat tegenwoordig een
gecombineerde hartfalen-ICD, de biventriculaire defibrillator, waarbij een
tweede kamerdraad aan de defibrillator wordt aangesloten.
Meer informatie
In deze brochure hebt u veel kunnen lezen over dingen
waarmee u - of uw naasten - te maken kunt krijgen als u een ICD krijgt. Als er
nog onbeantwoorde vragen zijn, stelt u die dan aan de arts, een verpleegkundige
of de ICD-technicus van het ziekenhuis waar de implantatie plaats zal vinden of
al plaatsgevonden heeft. Voor vragen over hart- en vaatziekten en een gezonde
leefstijl kunt u bellen met de Informatielijn van de Nederlandse Hartstichting:
0900 3000 300 van maandag t/m vrijdag van l0.00 tot 16.00 uur (lokaal tarief).
De Nederlandse Hartstichting geeft gratis brochures
uit over gezonde leefstijl, hoge bloeddruk, te hoog cholesterol, overgewicht,
diabetes en over diverse hart- en vaatziekten en geneesmiddelen. U kunt deze
brochures bestellen of downloaden via de website: www.hartstichting.nl . ook kunt u ze
schriftelijk aanvragen: Nederlandse Hartstichting, Afdeling Bestellingen,
Postbus 300, 2501 CH Den Haag
Patiëntenverenigingen
Hartezorg, vereniging van hartpatiënten, behartigt de
belangen van hartpatiënten en hun naasten en u kunt er terecht voor
lotgenotencontact.
Voor informatie en telefoonnummers van regionale
contact personen kunt u contact opnemen met:
Hartezorg p/a Stichting Hoofd Hart en Vaten Postbus
132,
De Stichting hartpatienten.nl Zwartbroekstraat 19, 6041 JL in Roermond
telefoon: 0475-317272 e-mail: roermond@hartpatienten.nl
http://www.hartpatienten.nl
De Stichting ICD-dragers Nederland (STIN) is een
belangenorganisatie voor ICD-dragers, hun partners en direct betrokkenen. Voor
informatie, advies en lotgenotencontact kunt u contact opnemen met:
STIN Postbus 48,3620 AA Breukelen e-mail: info@stin.nl , website: www.stin.nl
De stichting Hart in Beweging (HIB) is een landelijk
samenwerkingsverband van ongeveer 200 plaatselijke spel- en sportgroepen voor
(ex-)hartpatiënten. Voor informatie en regionale adressen kunt u contact
opnemen met:
HIB p/a Stichting Hoofd Hart en Vaten Postbus
e-mail: info.hib@shhv.nl , website: www.hartinbeweging.nl