Het ritme van het gezonde hart

 

Het hart is een spier die als een pomp werkt. Het bestaat uit vier holtes:twee boezems en twee kamers, verdeeld in rechts en links. Een boezem heet ook wel atrium, een kamer ventrikel. Doordat de vier holtes gedurende een hartslag steeds vol bloed lopen en het daarna weer wegpersen blijft de bloedsomloop aan de gang. In normale toestand gebeurt dit zo'n 60 tot 70 keer per minuut; bij inspanning kan dit wel 160 tot 180 keer per minuut zijn. om de holtes samen te knijpen krijgt het hart een elektrische prikkel uit de sinusknoop, een klein regelcentrum in de rechterboezem. Die elektrische prikkel gaat eerst naar de boezems en daarna via de atrioventriculaire knoop (AV‑knoop) en het geleidingssysteem door naar de kamers.

 

Ritmestoornissen

 

De sinusknoop is niet de enige plek waar een elektrische prikkel kan ontstaan. Soms gebeurt dat ook op een andere plaats in het hart en in een verkeerd tempo.Een snelle opeenvolging (boven 100 keer per minuut) van elektrische prikkels die in de kamers ontstaan noemen we een kamertachycardie.Men kan een (relatief) langzame en een snelle kamertachycardie hebben. Een chaotische prikkelvorming in beide kamers noemen we kamerfibrilleren. ondanks al die activiteit pompt het hart dan niet meer. Zowel een snelle kamertachycardie als kamerfibrilleren zijn levensgevaarlijk omdat de bloedsomloop stilvalt en het lichaam geen zuurstof meer krijgt. De patiënt wordt duizelig, raakt bewusteloos en krijgt een hartstilstand. Alleen bij een langzame kamertachycardie hoeft het niet zo ver te komen. Een elektrische schok is een effectief middel om de normale hartslag weer te herstellen. Bij spoedbehandelingen, meestal uitgevoerd door ambulancepersoneel, gebeurt dit met een uitwendige defibrillator met 'paddles' die men op de borstkas plaatst. Een inwendige defibrillator of ICD, zoals hij meestal wordt genoemd, heeft als voordeel dat hij vrijwel onmiddellijk zo'n elektrische schok geeft als een tachycardie of fibrilleren optreedt. De bloedsomloop is dan nauwelijks verstoord en het lichaam krijgt geen zuurstofgebrek. Als andere middelen (medicijnen of een hartoperatie) niet helpen of niet mogelijk zijn, is een ICD een uitkomst, vooral voor mensen bij wie een hartritmestoornis niet voorkomen kan worden.

 

 

Wat is een ICD precies?

 

Een ICD is eigenlijk een klein computertje met een batterijtje, een' pulsgenerator' en één of meer geleidingsdraden. De industrie maakt de apparaatjes steeds kleiner en lichter (nu nog maar 85 gram). Bij het implanteren wordt een ICD onder de huid of achter de spier bij het sleutelbeen geplaatst. Een ICD van tegenwoordig is na een jaar of zes aan vervanging toe. De ICD werkt zelfstandig, maar in het ziekenhuis heeft men een apparaat waarmee men de ICD van buitenaf kan bedienen en controleren. Ook kan met dit apparaat het geheugen van de ICD worden gelezen. De ICDs van verschillende fabrikanten (merken) werken niet hetzelfde. Voor controles moet u dus met uw ICD altijd naar een ziekenhuis waar de juiste apparatuur beschikbaar is om uw ICD te kunnen bedienen. De draad (of de draden) van de ICD wordt door de holle aders naar de hartsholten geschoven en blijft daar zitten. De draad (of de draden) bevat elektroden die de elektrische prikkels van het hart aan de ICD doorgeven. De ICD controleert zo voortdurend of het hartritme goed is. Als de patiënt een snelle kamertachycardie of kamerfibrilleren krijgt, geeft de ICD binnen vijftien seconden een schok af en herhaalt dit

 

 

 

 

 

Eventueel met tussenpozen van tien á vijftien seconden nog een paar keer tot het hartritme weer normaal is. Meestal is het hartritme echter na één of twee schokken al weer normaal. Bij een langzame kamertachycardie probeert de ICD het langzame hartritme met kleinere elektrische prikkels te herstellen. Als de stoornis daar niet op reageert of erger wordt, geeft de ICD alsnog een flinke schok.

 

Iedereen heeft een ander ritme

 

De ICD wordt bij elke patiënt individueel ingesteld. We hebben allemaal een eigen hartritme (in rust en bij inspanning), dus als u een ICD krijgt voert men die gegevens in het geheugen in. Pas als het hartritme daar sterk van af gaat wijken, hebt u een hartritmestoornis en gaat de ICD reageren. Nadat de ritmestoornis voorbij is en het hartritme weer normaal is geworden, gaat de ICD weer terug op zijn normale waakstand: klaar om opnieuw in te grijpen mocht dat nodig zijn. in het geheugen van de ICD is alles geregistreerd, zodat de cardioloog later precies kan zien wat er gebeurdis.

 

Wat voelt u als het apparaat een schok afgeeft?

 

Omdat u door de snelle kamertachycardie of het kamerfibrilleren heel snel buiten bewustzijn raakt, voelt u de schok zelf meestal niet. Achteraf kunt u een onaangenaam gevoel hebben. Er zijn zelfs mensen die er niets van merken en die als ze weer bij bewustzijn zijn gekomen, gewoon verder gaan met waar ze mee bezig waren. Als u bij bewustzijn bent gebleven (dus ook als u een langzame kamertachycardie kreeg die niet overging), voelt u de schok als een flinke klap op de borst of als een echte elektrische schok zoals wanneer je een draad vastpakt waar stroom op staat. Dit duurt enkele seconden. Als de ICD bij u een langzame kamertachycardie kon herstellen door kleine elektrische prikkels, voelt u dat niet of nauwelijks. De emotionele verwerking van een schok is een ander verhaal. Door het herstellen van de ritmestoornis heeft de ICD immers voorkomen dat u zou overlijden. Aan de ene kant is er dus de opluchting: het heeft zin gehad om een ICD te dragen en hij heeft goed gewerkt. Aan de andere kant staan veel mensen door een schok van hun ICD weer eens stil bij de sterfelijkheid.

 

De plaatsing van de ICD

 

In veel gevallen is er sprake van plaatsing van een ICD, als u een aanval van snelle kamertachycardie of kamerfibrilleren door reanimatie of uitwendige defibrillatie hebt overleefd en in het ziekenhuis bent opgenomen. In het ziekenhuis zal men een aantal onderzoeken bij u doen: bloedonderzoek, fiets- of looptest, röntgenfoto van de borst, cardiogram en hartritme-onderzoek of EFO (elektrofysiologisch onderzoek). Zonodig vindt ook een hartkatheterisatie plaats om de pompfunctie van het hart en de kransslagaders te onderzoeken. Als men dan samen met u tot plaatsing van een ICD besluit, gebeurt dit meestal binnen een week. Vóór de operatie wordt uw hartritme meestal met een monitor bewaakt. Dit geeft u waarschijnlijk een veilig gevoel, maar het beperkt ook uw bewegingsvrijheid. Onder het sleutelbeen De implantatie van de ICD gebeurt onder gedeeltelijke of volledige narcose. Tegenwoordig zet men het apparaatje meestal onder het sleutelbeen. Dit wordt pectorale implantatie genoemd. Via de sleutelbeenader en de grote holle ader schuift men de elektrode(s) naar het hart. Degene die de operatie uitvoert - dit kan een chirurg of een cardioloog zijn - plaatst de ICD onder het linker sleutelbeen. U zult hem daar natuurlijk wel voelen zitten, vooral als u uw arm naar boven of naar achteren strekt. Bij uitzondering kan de ICD ook onder het rechter sleutelbeen worden geplaatst, bijvoorbeeld bij mensen die juist hun linkerarm veel gebruiken. U kunt dit het beste van tevoren met uw arts bespreken.

 

                                                                                                        in de buikholte

 

Heel soms plaatst men de ICD in de buik, vlak onder de huid of buikspieren. In dat geval leidt de chirurg of cardioloog de elektrode(s) onder de huid naar het sleutelbeen en daarna door de sleutelbeenader en de grote holle ader naar het hart, tot in de punt van de rechterkamer. Tijdens de operatie test men of het apparaatje goed werkt en of de elektrode(s) precies op de goede plek zit(ten). Daarom wekt men kunstmatig kamerfibrilleren op om te toetsen of de ICD de stoornis herkent en het hartritme goed herstelt. U krijgt daarvoor een lichte narcose zodat u de schok niet voelt.

 

 

Vragen over de implantatie

 

Aarzel niet om alle vragen waar u mee zit, nog vóór de operatie aan uw cardioloog te stellen. Neem voor zo'n gesprek uw partner of een naaste mee. Misschien hebben zij zelf ook vragen die de cardioloog dan meteen kan beantwoorden.Mensen die al een ICD hebben, willen u graag over hun ervaringen vertellen. U kunt wellicht via uw eigen cardioloog met iemand in contact komen of u kunt dit vragen aan de commissie “ICD-dragers/hartklepaandoening/hartritmestoornissen en pacemakers" van Hartezorg, vereniging van hartpatiënten.

 

 

Het aanzetten van de ICD

 

Vrijwel altijd zal men de ICD meteen bij de operatie in werking stellen. Dit gebeurt met een apart apparaat dat draadloos verbinding met uw ICD maakt. Vóór u het ziekenhuis verlaat zal men de instelling en de werking nog een keer controleren. Als men dan nog een keer een schok met de ICD wil uittesten, zal men u eerst opnieuw licht verdoven.

 

Na de operatie

 

Nazorg in het ziekenhuis

 

Na een implantatie gaat u meestal direct naar de verpleegafdeling. omdat u pijn in de borstkast en in de bovenbuik kunt hebben, krijgt u pijnstillers. in het begin ligt u nog aan de monitor. Men let goed op uw ademhaling, omdat diep ademhalen pijnlijk voor u kan zijn. Zodra uw lichamelijke toestand het een beetje toelaat, mag u weer uit bed, zodat u snel weer op de been bent. Vanwege de ligging van de elektrode mag u met de arm aan de kant van de ICD geen heftige strekkende bewegingen maken (dus ook niet tennissen, volleyballen e.d.) De cardioloog en verpleegkundige bespreken met u wat u weer wel allemaal zonder problemen gerust kunt doen.

 

 

Infectie

 

Heel zelden treedt er rond de defibrillator of de elektroden een bacteriële infectie op. Zo'n infectie kan zelfs na enkele jaren nog ontstaan. Mogelijk moet de ICD dan weer verwijderd worden.

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

ICD-identiteitskaart

U krijgt van het ziekenhuis een ICD-identiteitskaart met informatie over uw ICD en de naam en telefoonnummer van uw behandelend arts. Draag deze kaart steeds bij u. Als u het bewustzijn verliest, weten de mensen die u helpen dankzij deze kaart dat u een ICD draagt en met wie ze eventueel contact moeten opnemen. U kunt ook een SOS Talisman dragen en daarin verwijzen naar uw identiteitskaart. U kunt de Talisman telefonisch bestellen bij   het bureau indentificatie,telefoon: 030 2292505 of via de website:  http://www.bureau-identificatie.nl/Ook is er de mogelijkheid om uw persoons-en medische gegevens te laten registreren bij de Stichting Witte Kruis en een internationale alarmpenning (halsketting of armband) aan te vragen. Voor informatie over kosten en jaarlijkse bijdrage kunt u bellen of de website raadplegen, telefoon: 070 31104 86, website: http://www.whitecrossfoundation.org/nl/index.html

 

 

     Hartritmestoornissen na de implantatie

 

 

Als u merkt dat u een ritmestoornis krijgt of als u plotseling duizelig wordt, probeer dan rustig te gaan zitten of liggen, en doe dat zeker als u uit ervaring weet dat u bewusteloos raakt door een ritmestoornis. Vertel de mensen om u heen waarom u dat doet en wacht af wat er gaat gebeuren. Als het goed is, komt u enkele minuten na het ingrijpen van de ICD "met de schrik vrij". Als u buiten bewustzijn raakt en de ICD geeft géén schok, moeten degenen die bij u zijn voor u een ambulance bellen (112) en u proberen te reanimeren. Noteer voor de zekerheid naderhand de datum en het tijdstip vat hartritmestoornissen en het aantal schokken dat de ICD gaf. Deze notities kunt u bij uw volgende controlebezoek afgeven. Als uw ICD een schok heeft afgegeven, dient u zo snel mogelijk contact met uw arts op te nemen. De implantatiecentra zijn 24 uur per dag te bereiken.

 

Wanneer moet u contact opnemen met uw cardioloog?

 

- Als het apparaat een schok heeft afgegeven.

- Als u een ernstige ritmestoornis bemerkt of als u buiten bewustzijr bent geraakt.

- Als het apparaat pieptonen geeft, ten teken dat de batterijen opraken.

- Bij ontstekingsverschijnselen in de borst of de buik en rond het litt, (als de huid rood en opgezwollen is en pijn doet bij aanraking).

- Als u de medicijnen niet goed meer verdraagt en uw huisarts u ande wil geven.

- Als men u een ultrakortegolf (UKG)-behandeling, bestraling, onder, met een magneetscanner (MRI) of een grote medische ingreep of een ingreep onder algehele narcose wil laten ondergaan.

 

De controle van uw ICD

 

Tenminste twee keer perjaar moet u naar het ziekenhuis om uw ICD laten controleren. in sommige gevallen - afhankelijk van het type ICD uw leeftijd ~ moet u vaker op controle. Als u zelf twijfelt, kunt u altijd voor een tussentijdse controle een afspraak met het ziekenhuis maker Bij elke controle test men opnieuw of de batterij van uw ICD voor de komende periode nog voldoende stroom heeft. Ook controleert men, soms aan de hand van röntgenfoto's, de ligging en toestand van de elektrode(s). De gegevens uit het geheugen van uw ICD worden vastgelegd. De cardioloog kan daaraan zien of u in de voorafgaande periode hartritmestoornissen hebt gehad en welke reactie de ICD daarop heeft gegeven om het hartritme te normaliseren, en dus ook of de ICD het goed doet. Het technische deel van de controle gebeurt door een ICDtechnicus. De controle is pijnloos. Als u vragen hebt, dan kunt u deze stellen aan de ICD-technicus.

 

 

Medicijnen

 

Soms schrijft uw arts ook medicijnen voor die het hartritme vertragen of die de kans op hartritmestoornissen verkleinen. De kans dat de ICD een keer een schok moet toedienen, wordt daardoor ook kleiner. Het gebruik van de medicijnen is verschillend al naar gelang de oorzaak van de hartritmestoornissen. De arts bepaalt voor u persoonlijk de aard en de dosering van het medicijn. Veel van deze medicijnen kunnen bijwerkingen

hebben. Bespreek met uw arts of in uw geval een ander medicijn mogelijk is, of dat u de bijwerkingen moet accepteren.

Houdt u altijd aan het voorschrift van uw arts.

 

 

Leven met een ICD

 

'Hoe leef ik verder met een ICD?' vraagt u zich misschien af. Na zo'n ingrijpende ziekenhuisperiode is het thuis wel weer wennen, zowel voor u als voor de mensen in uw omgeving. De meeste mensen ervaren hun ICD positief. Ze voelen zich weer vrij om te doen en te laten wat ze willen en ze gaan weer aan de toekomst denken. Maar u kunt de ICD niet helemaal negeren. in het begin zult u het apparaatje goed voelen, en soms kan men het zien zitten als u strakke kleren of een zwempak draagt. De operatiewond blijft vaak nog enige tijd gevoelig. Draag in het begin losse kleding waardoor het litteken rustig kan herstellen. Raadpleeg onmiddellijk uw arts als het litteken gaat ontsteken. De huid is dan rood en gezwollen en doet pijn als u de plek aanraakt.

Belangrijk is verder dat u beseft dat u wel degelijk bepaalde risico's loopt. U kunt immers nog steeds een hartritmestoornis krijgen en bewusteloos raken. Als u dan ergens ongelukkig zou vallen, helpt de ICD wel uw hart maar niet uw gebroken been of erger. Ook zwemmen zonder dat er iemand in de buurt is, is niet zonder risico. En als er iets met uw ICD aan de hand is en u bent vér weg van een ziekenhuis waar men uw type ICD kan controleren, is dat ook een probleem. Uw cardioloog kan u hierin alleen adviseren; uw doen en laten zijn uw eigen verantwoordelijkheid.

 

Angst en onzekerheid

 

De zin van de ICD is dat hij uw hartritmestoornis beëindigt en u daarvoor een schok bezorgt op het moment dat uw hart die nodig heeft. Dat kan onaangenaam zijn en u zelfs bang maken, hoewel dat nu juist niet de bedoeling is. Maar misschien ging het al zolang goed dat u zich geen patiënt meer voelde, en dan herinnert de schok u eraan dat u dat nog steeds bent. Gemiddeld krijgen mensen die een ICD kregen nadat ze een aanval van kamertachycardie of kamerfibrilleren hebben gehad één keer per drie jaar een schok. Bij mensen die uit voorzorg een ICD krijgen (vanwege hartinfarct of langzame kamertachycardie), komen schokken nog minder voor. Waar u in ieder geval niet bang voor hoeft te zijn, is dat uw ICD het niet meer doet vanwege een lege batterij. Door de regelmatige controle is dit praktisch uitgesloten. De ICD mag u eigenlijk zowel fysiek als psychologisch niet echt hinderen. Het risico dat u een schok krijgt waar andere mensen bij zijn, is zo gering dat u sociale contacten niet om die reden mag vermijden. integendeel: voor weinig mensen is sociaal isolement een gezonde toestand. Zoals bij alle angsten en onzekerheden, kan het ook goed zijn om zo af en toe met anderen over uw ritmestoornissen en uw ICD te praten. Met uw partner, vrienden, familieleden, kennissen, collega's. Met uw arts, met lotgenoten. De commissie "ICD/hartklepaandoening/hartritmestoornissen en pacemakers" van Hartezorg, vereniging van hartpatiënten, organiseert elk jaar regionale contactbijeenkomsten voor dragers van een ICD Sommige mensen gaan Is nachts liggen piekeren. Ontspanningsoefeningen kunnen dan helpen om in slaap te vallen. Misschien hebt u behoefte aan professionele hulp. Uw arts kan u doorverwijzen naar een psycholoog of maatschappelijk werker die ervaring heeft met dragers van een ICD.

 

Magnetische velden

 

U moet oppassen met magneten in de buurt, want die kunnen de werking van het apparaat beïnvloeden, hoewel ICD's daartegen steeds beter beveiligd zijn. Thuis kunnen dat bijvoorbeeld grote luidsprekerboxen zijn waar grote magneten in zitten. Verder ontstaan er rond draaiende elektromotoren - in boormachines, elektrische zagen, de dynamo van een auto - sterke magnetische velden die uw ICD kunnen ontregelen of zelfs uitschakelen. Neem in zulke gevallen direct contact op met een arts die uw ICD kan controleren. Moderne ICD's waarschuwen vaak met een pieptoon dat u in een magnetisch veld bent. Uw mobieltje moet u op tenminste 15 centimeter afstand van uw ICD houden; bel ermee aan uw "andere" oor. De televisie, de magnetron en andere huishoudelijke apparaten vormen normaal gesproken geen gevaar. U kunt anti-diefstalpoortj es in winkels zonder problemen passeren, maar loop er wel vlot doorheen! Bij twijfel kunt u uw ICD-technicus of ICD-verpleegkundige raadplegen. Ook kunt u kijken op de website van de fabrikant van uw ICD.

 

 

Lichamelijke inspanning

 

 

De ICD zal u in de meeste van uw fysieke mogelijkheden niet beperken. Overleg met uw arts welke lichamelijke inspanningen u beter wel of niet kunt doen. Vraag met name of zware lichamelijke activiteiten zoals joggen of langlaufen goed voor u zijn. Sporten (bergbeklimmen, skiën) of werkzaamheden waarbij u ongelukkig kunt vallen (op daken, steigers enzovoort) houden een risico in omdat u door de hartritmestoornis buiten bewustzijn kunt raken. Ook wordt afgeraden alleen te gaan zwemmen: als u buiten bewustzijn raakt, kunt u verdrinken. In veel plaatsen zijn sport- en spelgroepen actief van de Stichting Hart in Beweging (HIB). Deskundige begeleiding ziet erop toe dat u zich niet teveel, maar ook niet te weinig inspant. Het adres van HIB vindt u achterin deze brochure.

Seksualiteit

 

Als drager van een ICD kunt u in seksueel opzicht een normaal leven leiden. In het onwaarschijnlijke geval dat u tijdens het vrijen een schok van de ICD krijgt, dan is dat voor uw partner volstrekt ongevaarlijk.

 

 

 

 

Zwangerschap

 

Overweegt u als vrouw met een ICD kinderen te krijgen? Overleg dan met uw arts of dat in uw geval mogelijk is.

 

 

Autorijden

 

Autorijden na implantatie van een inwendige defibrillator is onder bepaalde voorwaarden toegestaan. in ieder geval mag u gedurende een observatieperiode van twee maanden na implantatie niet autorijden. u krijgt van het Centraal Bureau Rijvaardigheidsbewijzen (CBR) pas een nieuwe vergunning als uw cardioloog eerst een schriftelijke verklaring heeft ondertekend na een cardiologische controle die tenminste 2 maanden na implantatie plaats vindt. onder bepaalde voorwaarden kan er ook beperkt beroepsmatig gebruik worden gemaakt van het rijbewijs (groep l).

 

ICD-dragers zijn in alle gevallen ongeschikt voor het groot rijbewijs (groCP 2). Meer informatie over autorijden met een ICD kunt u krijgen bij de commissie "ICD/hartklepaandoening/hartritmestoornissen en pacemakers" van Hartezorg, vereniging van hartpatiënten, en op mijn site onder  code 100

 

Werkhervatting

 

De terugkeer naar het werk levert voor sommige patiënten problemen op, bijvoorbeeld omdat zij veel moeten autorijden, zwaar lichamelijk werk doen of moeten werken met bepaalde apparatuur. Denk hierbij aan bouwkranen, lasapparatuur, inductietransformatoren, sterke elektromagnetische motoren, radarapparatuur, inductieovens en sterke elektrische geleiders of sterke elektromagnetische velden. U dient dus samen met uw cardioloog en uw Arbo-arts te bekijken of u uw oude werkzaamheden kunt hervatten.

 

 

Medische onderzoeken

 

Raadpleeg uw arts als u binnenkort een van de volgende onderzoeken of behandelingen moet ondergaan: - met een magneetscanner (MRI); - ultrakortegolf (UKG)-behandeling; - bestraling; - een gal- of niersteen vergruizen; - een ingreep onder algehele narcose; - een andere grote medische ingreep. Men zal uw ICD waarschijnlijk tijdelijk moeten uitschakelen. Andere (paramedische) behandelingen Vertel ook uw fysiotherapeut, uw tandarts en uw schoonheidsspecialist dat u een ICD draagt. Zij gebruiken apparaten met elektromagnetische velden waarmee ze niet in de buurt van uw ICD mogen komen.

 

Op vakantie

 

Ook in het buitenland zijn centra waar u in geval van een schok of problemen met uw defibrillator terecht kunt. Het type apparaat bepaalt waar u terecht kunt. De fabrikant van uw ICD heeft de meest recente lijst van ziekenhuizen in de directe omgeving van uw vakantieadres. U vindt de adressen van alle ICD-fabrikanten op mijn site onder vakantie

Verblijf op eilanden zonder ziekenhuizen is een risico. Op vliegvelden kunt u het beste meteen aan de beveiligingsbeambte vragen of men u wil fouilleren, omdat de opsporingsapparatuur vrijwel zeker op uw ICD zal reageren. Vaak zal dit geen probleem zijn, zeker niet als u uw ICD-identiteitskaart laat zien. op mijn  website vindt u onder' vakantie 'nuttige informatie voor als u op vakantie gaat: Ook vindt u daar een brief waarin in diverse talen staat dat u ICD-drager bent. U kunt deze brief downloaden of aanvragen.

 

 

 

Werkhervatting

 

De terugkeer naar het werk levert voor sommige patiënten problemen op, bijvoorbeeld omdat zij veel moeten autorijden, zwaar lichamelijk werk doen of moeten werken met bepaalde apparatuur. Denk hierbij aan bouwkranen, lasapparatuur, inductietransformatoren, sterke elektromagnetische motoren, radarapparatuur, inductieovens en sterke elektrische geleiders of sterke elektromagnetische velden. U dient dus samen met uw cardioloog en

uw Arbo-arts te bekijken of u uw oude werkzaamheden kunt hervatten

 

 

Medische onderzoeken

 

Raadpleeg uw arts als u binnenkort een van de volgende onderzoeken of behandelingen moet ondergaan: - met een magneetscanner (MRI); - ultrakortegolf (UKG)-behandeling; - bestraling; - een gal- of niersteen vergruizen; - een ingreep onder algehele narcose; - een andere grote medische ingreep. Men zal uw ICD waarschijnlijk tijdelijk moeten uitschakelen.

 

Begraven en cremeren

 

Als u na uw overlijden wordt gecremeerd, moet men uw ICD voor de crematie verwijderen. Als u wordt begraven, is dit vanwege het milieu wenselijk. Eventueel dienen uw nabestaanden de begrafenisondernemer erop te wijzen dat u een ICD draagt.

 

 

En hoe staat het met uw partner, uw naasten?

 

Tijdens de opnameperiode en bij thuiskomst gaat vaak alle aandacht naar de patiënt. Zelden of nooit vraagt men hoe de partner er voor staat. Maar die heeft óók een periode vol spanning achter de rug. Terwijl de patiënt bezig is aan een nieuw begin, heeft de partner het soms juist heel moeilijk. Sommige partners vinden het onjuist om aandacht voor zichzelf te vragen. De patiënt moet immers centraal staan, met diens zorgbehoefte, financiële problemen, enzovoort. Uit deze onevenwichtigheid kunnen irritaties en psychische problemen groeien. ook de kinderen, als die er zijn, kunnen te lijden hebben onder een gebrek aan aandacht. Als u zulke thuisproblemen aan ziet komen, vraag uw huisarts, de maatschappelijk werker of de wijkverpleegkundige om steun en begeleiding. Cijfer uzelf als partner niet weg. ook u hebt recht op een eigen leven. Wanneer mensen hulp aanbieden, neem die dan aan. Zorg voor ontspanning, ga er af en toe even tussenuit. Een dagje dingen doen die u leuk vindt, kan wonderen doen. Spreek met uw partner af dat hij of zij u altijd vertelt wanneer er iets aan de hand is. Maakt u zich ongerust als uw partner alleen thuis is? Misschien helpt dan een alarmsysteem.

Informeer bij uw gemeente over de mogelijkheden. Neem uw mobieltje mee als u op pad gaat! Praat veel met elkaar. Praat ook met andere mensen die u vertrouwt over uw ervaringen en gevoelens. Via de commissie "ICD/hartklepaandoening/hartritmestoornissen en pacemakers" van Hartezorg, en mijn site kunt u in contact komen met partners van ICD-dragers.

 

 

Reanimeerlessen

 

Omdat een snelle reanimatie uw leven (of de kwaliteit van uw leven) kan redden, wordt sterk aanbevolen dat uw naasten leren reanimeren als ze daar fysiek nog toe in staat zijn (reanimeren vereist kracht). De Nederlandse Hartstichting organiseert in het hele land reanimatielessen. meer informatie over reanimatie vindt u op www.6minuten.nl  Voor een cursusadres bij u in de buurt kunt u terecht op www.reanimatiepartner.nl  ook kunt u bellen met de Informatielijn van de Nederlandse Hartstichting: 0900 3000 300 (van maandag t/m vrijdag van 10.00 tot 16.00 uur, lokaal tarief).

 

 

Hoe te handelen als de patiënt een schok krijgt

 

Wat moet u doen als de patiënt een schok krijgt? Als de patiënt onwel wordt, kunt u het beste eerst twee schokken van de ICD afwachten. Als het goed is komt de patiënt dan weer bij. Komen er binnen een minuut geen schokken, wacht dan niet langer af, zeker niet als de patiënt bewusteloos wordt. Als u kunt reanimeren, start dan onmiddellijk met de reanimatie en bel Met 112 of laat iemand anders dit doen.

Als u niet kunt reanimeren en de patiënt blijft bewusteloos, bel dan altijd 112 en vraag om een ambulance. Als u de patiënt reanimeert, krijgt u geen schok. U voelt alleen een lichte tinteling. Als er een AED (een automatische externe defibrillator) in de buurt is, vraag dan altijd of iemand deze ophaalt, of haal de AED zelf op als u alleen bent. Twee dingen zijn daarbij belangrijk:

 

      1. Een AED-elektrode mag niet op de ICD geplakt worden, maar enige centimeters er naast of er onder.

2. Vertel het ambulancepersoneel dat de patiënt een ICD heeft en (toch) met een AED is behandeld.

 

Vervanging van de ICD

 

Omdat uw ICD altijd aan staat, is de batterij op een gegeven moment op. Uw ICD is na een j aar of zes aan vervanging toe. De cardioloog bepaalt wanneer uw ICD vervangen moet worden. meestal wordt alleen het apparaatje vervangen en laat men de elektrode(s) zitten als die nog goed zijn. De cardioloog of chirurg opereert u dan op de plaats van het apparaat onder de huid of de spieren, haalt het oude apparaatje weg en sluit de elektrodes op de nieuwe ICD aan. Van deze ingreep hebt u meestal weinig last.

 

 

De biventriculaire defibrillator

 

Ook hartfalenpatiënten kunnen hartritmestoornissen krijgen. Het hart van iemand met hartfalen kan het bloed niet meer goed door het lichaam pompen. Bij sommige hartfalenpatiënten trekken de beide hartkamers (ventrikels) niet meer tegelijkertijd samen, waardoor het bloed nog minder goed door het lichaam wordt gepompt. Door de twee hartkamers gelijktijdig te stimuleren, kan het hart weer beter pompen. Hiervoor bestaat tegenwoordig een gecombineerde hartfalen-ICD, de biventriculaire defibrillator, waarbij een tweede kamerdraad aan de defibrillator wordt aangesloten.

 

 

 

Meer informatie

 

In deze brochure hebt u veel kunnen lezen over dingen waarmee u - of uw naasten - te maken kunt krijgen als u een ICD krijgt. Als er nog onbeantwoorde vragen zijn, stelt u die dan aan de arts, een verpleegkundige of de ICD-technicus van het ziekenhuis waar de implantatie plaats zal vinden of al plaatsgevonden heeft. Voor vragen over hart- en vaatziekten en een gezonde leefstijl kunt u bellen met de Informatielijn van de Nederlandse Hartstichting: 0900 3000 300 van maandag t/m vrijdag van l0.00 tot 16.00 uur (lokaal tarief).

 

 

De Nederlandse Hartstichting geeft gratis brochures uit over gezonde leefstijl, hoge bloeddruk, te hoog cholesterol, overgewicht, diabetes en over diverse hart- en vaatziekten en geneesmiddelen. U kunt deze brochures bestellen of downloaden via de website: www.hartstichting.nl . ook kunt u ze schriftelijk aanvragen: Nederlandse Hartstichting, Afdeling Bestellingen, Postbus 300, 2501 CH Den Haag

 

 

Patiëntenverenigingen

 

Hartezorg, vereniging van hartpatiënten, behartigt de belangen van hartpatiënten en hun naasten en u kunt er terecht voor lotgenotencontact.

Voor informatie en telefoonnummers van regionale contact personen kunt u contact opnemen met:

 

 

Hartezorg p/a Stichting Hoofd Hart en Vaten Postbus 132, 3720 AC Bilthoven telefoon 030 659 46 54 (van maandag tot en met vrijdag van 9.oo tot 17.oo uur) e-mail: info.hartezorg@shhv.nl  website: www.hartezorg.nl

 

 

De Stichting hartpatienten.nl Zwartbroekstraat 19, 6041 JL in Roermond telefoon: 0475-317272 e-mail: roermond@hartpatienten.nl http://www.hartpatienten.nl

 

 

De Stichting ICD-dragers Nederland (STIN) is een belangenorganisatie voor ICD-dragers, hun partners en direct betrokkenen. Voor informatie, advies en lotgenotencontact kunt u contact opnemen met:

 

 

STIN Postbus 48,3620 AA Breukelen e-mail: info@stin.nl , website: www.stin.nl

 

 

De stichting Hart in Beweging (HIB) is een landelijk samenwerkingsverband van ongeveer 200 plaatselijke spel- en sportgroepen voor (ex-)hartpatiënten. Voor informatie en regionale adressen kunt u contact opnemen met:

 

 

HIB p/a Stichting Hoofd Hart en Vaten Postbus 132,3720 AC Bilthoven telefoon 030 659 46 52 (van maandag tot en met vrijdag van 9.oo tot 17.oo uur)

e-mail: info.hib@shhv.nl , website: www.hartinbeweging.nl