
Angst is een basisemotie die ieder mens kent, ook al
ontkennen sommigen deze emotie. Angst is gekoppeld aan
het overleven van de
menselijke soort. Angst waarschuwt voor gevaar, zodat we
maatregelen kunnen
nemen om het gevaar het hoofd te bieden. In onze cultuur
is angst een slechte
emotie en angstig zijn heeft met lafheid en zwakheid te
maken. Vandaar dat we
onze angsten niet tonen maar angstvallig voor ons zelf
houden. Dit is, voor
niemand gezond en zeker niet voor mensen met hartproblemen.
Omdat we over het
algemeen onze angst onderdrukken zijn we ook vergeten hoe
angst in het lichaam
voelt. We onderkennen angst pas als deze heftige vormen
heeft aangenomen of
zelfs paniek is geworden. Hoe voelt angst in ons lichaam?
Het hart bonst, men
transpireert, de pupillen worden groot, het bloed trekt
uit het gezicht weg, men
ziet spierwit van angst etc. Angst is een basisemotie en
manifesteert zich in
verschillende variaties zoals onzekerheid, faalangst,
schaamte, verlegenheid en
soms zelfs woede of machteloosheid.
IS HET MOGELIJK OM MET ANGST TE
LEREN OMGAAN?
In de psychologie zijn diverse technieken ontwikkeld om
met angst te leren
omgaan. "Angst kun je bestrijden door het aanvaarden
van je onvermogen waar dat
tenminste redelijk is. Uit praktijkervaringen is een
stapsgewijs methodiek
ontwikkeld. Er worden vier stappen onderscheiden die op
elkaar aansluiten en
daardoor een geheel vormen.
lichaam. Ook al ben je in je lichaam teleurgesteld, het
is van belang om het
contact met je lichaam te herstellen. Je lichaam vertelt
je namelijk al heel
snel wat er aan de hand is en hoe je voelt. Het is belangrijk om de
lichamelijke signalen van angst te leren signaleren,
zodat je angst in een vroeg
stadium kunt onderkennen. Wanneer je er een gewoonte van
maakt om aandacht aan
je lichaam te schenken raak je met je lichaam vertrouwd.
Je hoeft dan niet te
schrikken wanneer er een klap komt of wanneer je de angst
op voelt komen. Je
lichaam heeft je gewaarschuwd dat er iets op komst is.
STAP 2; Leer je
angstgevoelens onder woorden te brengen. Door er over te
praten ontlaad je de
emotie en wordt deze al minder sterk. Wanneer je onzeker
voelt, wanneer je
opstandig of boos voelt: maak dit duidelijk voor je zelf.
Doe iets. Praten,
huilen, schreeuwen, zelfs gooien en smijten op zijn tijd.
Het binnen-houden van
emoties is ziekmakend. En wat angst betreft: het niet
over angst praten maakt
angst alleen maar groter en leidt zelfs tot paniek.
onderkend en geuit hebt is het belangrijk dat je tracht
je angst en jezelf te
begrijpen. In onze cultuur is angstig zijn een slechte
eigenschap. We hebben
daarom de neiging om onszelf te veroordelen wanneer we
angstig zijn. We zijn
immers opgegroeid met het motto "flink zijn" of
"kop op en de schouders ereronde?'
en "niet zeuren" etc. Het is wijsheid om je
onvermogen te kunnen aanvaarden.
STAP 4; Wanneer je voldoende
aandacht aan je angst hebt besteed maak je het
voornemen om je angst te laten voor wat ze is. Je kiest
dan bewust voor het
zoeken van afleiding. De afleiding kan zijn iets watje
prettig vindt om te doen
of iemand bellen die je kan opbeuren. Afleiding is heel
persoonlijk. Voor de een
is een wandeling een goede afleiding, de ander zal juist
liever iets in huis
ondernemen, muziek luisteren of een ontspanningsoefening
doen. Leren leven met
angst is een kunst.Het vergt tijd en je moet veel
oefenen. Zoals bij kunst ook
het geval is gaat het niet alleen om het uiteindelijke
resultaat maar om het
proces, om de weg erheen.
Iedereen
is wel eens bang. Gelukkig maar. Angst kan mensen waarschuwen
voor
naderend gevaar, bijvoorbeeld als je wakker schrikt omdat je een brandlucht
ruikt.
Maar
sommige mensen hebben last van angsten terwijl de omstandigheden
daartoe
geen aanleiding geven. Ze worden niet bedreigd, maar raken
toch
helemaal in paniek: het koude zweet breekt hen uit, hun hart gaat
als
een bezetene te keer, ze staan te bibberen op hun benen en halen
snel
en hijgend adem. Soms worden ze daarbij ook duizelig en misselijk.
Mensen
die dit vaak overkomt, lijden aan een paniekstoornis.
Ze
worden op de meest onverwachte momenten overvallen door
de
angst om dood te gaan, gek te worden, of de controle over zichzelf te verliezen.
Fobieën
Mensen die een paar keer zo'n onverwachte angstaanval
hebben meegemaakt,
kunnen
erg onzeker raken. Ze worden bang voor de angstaanvallen.
Ze
zijn steeds meer geneigd die situaties te vermijden waarin zich
een
aanval heeft voorgedaan. Zo ontwikkelen ze geleidelijk een fobie.
Sommige
fobieën gaan gepaard met gerichte angsten, bijvoorbeeld
voor
spinnen, honden of bloed. Deze enkelvoudige fobieën kunnen op
vrijwel
alles betrekking hebben. Andere fobieën zijn breder,
zoals
de angst voor mensen, om te falen of te blozen. Dit zijn de sociale fobieën.
Mensen
met een sociale fobie zijn vaak extreem verlegen.
Ze
voelen zich voortdurend kritisch bekeken en hebben steeds het gevoel
het
'niet goed' te doen. Daardoor zijn ze bang om (nieuwe) contacten aan
te
gaan en raken ze steeds geïsoleerder. Iemand met straat en pleinvrees
(agorafobie)
durft nauwelijks alleen thuis, op straat of in grote
drukke
ruimtes te zijn. In die situaties voelt zo iemand zich in de steek
gelaten,
weerloos en doodsbang. Daarom gaat hij deze situaties vermijden,
met
als gevolg dat de wereld steeds kleiner wordt. Deze fobieën komen het meeste
voor.
Dwangstoornissen
Als iemand een dwangstoornis heeft, dwingen angst en onrust hem ertoe
een
bepaalde handeling steeds opnieuw te verrichten. Dat kan bijvoorbeeld zijn:
de
handen wassen, controleren of het gas uitstaat of het huis schoonmaken.
Dat
moet die persoon steeds opnieuw doen, ook al heeft hij het die
dag
al tien keer gedaan. Deze dwanghandelingen slokken zo een groot deel van de
tijd op.
Hyperventilatie
Angstaanvallen en fobieën gaan meestal gepaard met
hyperventilatie.
De
angst maakt dat mensen dieper en sneller gaan ademhalen.
Het
teveel aan zuurstof dat ze zo binnenkrijgen, raken ze niet kwijt
door
in actie te komen. Daardoor kan iemand die hyperventileert onder
meer
last krijgen van duizeligheid, het gevoel flauw te vallen, benauwdheid,
kortademigheid,
hartkloppingen, een droge mond en tintelingen in vingers
en
andere ledematen. Het kan lijken alsof de dood nabij is.
Deze
angstaanjagende gevoelens maken paniekaanvallen tot zo'n bedreigend gebeuren.
Leven
met angsten en fobieën
Steeds opnieuw het huis moeten poetsen, de deur niet uit durven,
niemand
aan durven kijken: als je een fobie, angst - of dwangstoornis hebt,
wordt
het leven daar vaak volledig door bepaald. Als zo'n stoornis lang
blijft
bestaan, kun je er zelfs je werk door verliezen en sterk vereenzamen.
Ook
voor de partner, familie en vrienden betekent dit een zware belasting.
Een
angststoornis of fobie kan het leven dus ernstig verstoren.
Het
is beter het niet zover te laten komen. Er kan veel leed worden
voorkomen
als de verschijnselen van een beginnende paniek, dwangstoornis
of
fobie zo vroeg mogelijk worden onderkend en aangepakt.
Geef
zo min mogelijk toe aan de angst, want daardoor wordt
deze
alleen maar groter. Ga de angstaanjagende situatie dus niet uit de weg,
maar
treedt deze juist tegemoet! En schaam u vooral niet voor uw angsten:
legio
mensen hebben er last van.
Hulp
zoeken
Neemt ondanks
al uw inspanningen de angststoornis toe of loopt u er al
lang
mee rond, aarzel dan niet om hulp te zoeken. Ontkennen lost niets op:
fobieën
gaan zelden vanzelf weer over. De meeste fobieën zijn
goed
te behandelen. Dat kan met behulp van gedragstherapie
en
psychotherapie, soms in combinatie met medicijnen.Ook met ademhalingstherapieën
worden
goede resultaten geboekt. Uw huisarts kan u verwijzen.