"Patiënten missen een stuk uit hun
leven en krijgen voor hun gevoel onverklaarbare fysieke en
emotionele klachten. Daar helpen we ze bij", zegt Harold Hom,
intensivist en leider van het nazorgteam dat hij samen vormt met
IC-verpleegkundigen Leonique Butterhof en Terry Bruggink.
"Patiënten zijn vaak euforisch als ze de IC verlaten. Ze zijn
blij dat ze het hebben overleefd en willen thuis de draad weer
oppakken. Daar lopen ze tegen grote problemen op ." Een van de
problemen vormt het contact met de familie. Butterhof: "Die
heeft een vreselijke tijd gehad en wil daar met de patiënt over
praten. Maar dat gaat niet. De patiënt weet zelf ook niet wat er
allemaal is gebeurd." Bruggink: "Op de ic liggen wel dagboekjes
waarin de familie verhalen kwijt kan, zodat de betrokkene na
afloop een beeld krijgt, maar het blijft lastig om het gat in
het geheugen te vullen."
Uit eerder gehouden enquêtes blijkt dat tussen de 80 en 90
procent van de ic-patiënten problemen houdt na ontslag uit het
ziekenhuis. Hom noemt er een aantal: "Slapeloosheid,
nachtmerries en fysieke pijn die de patiënt niet thuis kan
brengen. Een op de vijf mensen krijgt depressieve klachten. Vaak
zijn er problemen met het verlies aan spierkracht en dat geeft
frustraties. Andere problemen zijn concentratieverlies,
kriebelhoest en doorligwonden die slecht helen. En dan zijn er
nog de littekens. Op het moment dat de sneden gemaakt worden,
zijn ze van ondergeschikt belang, gezien de toestand van de
patiënt. Maar eenmaal uit het ziekenhuis, kan de patiënt daar
toch problemen mee krijgen."
De aanpak van de nazorgpoli bestaat er uit dat de patiënt, nadat
hij weer op een verpleegafdeling ligt, wekelijks iemand van het
team op bezoek krijgt voor een gesprek. Er is uitgebreide
aandacht voor de fysieke maar ook voor de psychische
gesteldheid. Bij verlaten van het ziekenhuis wordt gelijk een
afspraak gemaakt voor een nieuw gesprek. Daar zit twee maanden
tussen. Volgens Hom is dat het tijdstip waarop veel patiënten de
terugslag krijgen. In dat gesprek wordt de situatie besproken en
eventueel doorverwezen naar helpende instanties zoals huisarts,
maatschappelijk werk, fysiotherapie of revalidatiearts. Een jaar
na de opname valt er nog een laatste brief met vragen bij de
patiënt in de bus.'
De problemen die patiënten krijgen na verblijf op de IC, hebben
geen directe relatie met leeftijd of ingreep. Hom: 'De
opnameduur speelt mogelijk wel een rol, maar zeker niet altijd.
Iemand met een ernstig hartinfarct bijvoorbeeld maakt in
relatieve korte tijd een gang door het ziekenhuis. Van opname op
de ic, naar dotteren, naar operatie. Dat heeft een enorme impact
op mensen."
De kennis en ervaring over de gevolgen van ic-opname heeft al
geleid tot aanpassing van werkwijze op de IC. Hom: 'We proberen
patiënten zo snel mogelijk, zo wakker en comfortabel mogelijk
aan de beademing te houden. Ook al liggen de patiënten aan de
beademing, we halen ze toch uit bed, zodat ze hun spieren
gebruiken. Het is een heel andere benadering dan - zoals het
vroeger ging - horizontaal in slaap houden. Het is denkbaar dat
je door die aanpak problemen juist over je afroept."
De extra aandacht voor nazorg is opmerkelijk in een tijd van
kostenbesparingen, efficiëntiemaatregelen en marktwerking. Hom:
"Het is een keuze die we maken. We kijken niet naar de kosten,
maar vinden nazorg zo belangrijk dat we dit onze patiënten
willen bieden. We willen kwalitatief hoogwaardige zorg bieden en
de patiënten stellen dit enorm op prijs."
TC Tubantia door Hans Brok.
