Nazorgpoli in MST voor IC-Patiënten

 

 

ENSCHEDE - Meer dan 80 procent van de ic-patiënten worstelt na thuiskomst met klachten. Voor hun komt er een nazorgteam. Vaak hebben de patiënten namelijk last van slapeloosheid, emotionele problemen en soms ook depressiviteit. Voorheen verdwenen de patiënten uit het zicht van het ziekenhuis.

"Patiënten missen een stuk uit hun leven en krijgen voor hun gevoel onverklaarbare fysieke en emotionele klachten. Daar helpen we ze bij", zegt Harold Hom, intensivist en leider van het nazorgteam dat hij samen vormt met IC-verpleegkundigen Leonique Butterhof en Terry Bruggink.

"Patiënten zijn vaak euforisch als ze de IC verlaten. Ze zijn blij dat ze het hebben overleefd en willen thuis de draad weer oppakken. Daar lopen ze tegen grote problemen op ." Een van de problemen vormt het contact met de familie. Butterhof: "Die heeft een vreselijke tijd gehad en wil daar met de patiënt over praten. Maar dat gaat niet. De patiënt weet zelf ook niet wat er allemaal is gebeurd." Bruggink: "Op de ic liggen wel dagboekjes waarin de familie verhalen kwijt kan, zodat de betrokkene na afloop een beeld krijgt, maar het blijft lastig om het gat in het geheugen te vullen."

Uit eerder gehouden enquêtes blijkt dat tussen de 80 en 90 procent van de ic-patiënten problemen houdt na ontslag uit het ziekenhuis. Hom noemt er een aantal: "Slapeloosheid, nachtmerries en fysieke pijn die de patiënt niet thuis kan brengen. Een op de vijf mensen krijgt depressieve klachten. Vaak zijn er problemen met het verlies aan spierkracht en dat geeft frustraties. Andere problemen zijn concentratieverlies, kriebelhoest en doorligwonden die slecht helen. En dan zijn er nog de littekens. Op het moment dat de sneden gemaakt worden, zijn ze van ondergeschikt belang, gezien de toestand van de patiënt. Maar eenmaal uit het ziekenhuis, kan de patiënt daar toch problemen mee krijgen."

De aanpak van de nazorgpoli bestaat er uit dat de patiënt, nadat hij weer op een verpleegafdeling ligt, wekelijks iemand van het team op bezoek krijgt voor een gesprek. Er is uitgebreide aandacht voor de fysieke maar ook voor de psychische gesteldheid. Bij verlaten van het ziekenhuis wordt gelijk een afspraak gemaakt voor een nieuw gesprek. Daar zit twee maanden tussen. Volgens Hom is dat het tijdstip waarop veel patiënten de terugslag krijgen. In dat gesprek wordt de situatie besproken en eventueel doorverwezen naar helpende instanties zoals huisarts, maatschappelijk werk, fysiotherapie of revalidatiearts. Een jaar na de opname valt er nog een laatste brief met vragen bij de patiënt in de bus.'

De problemen die patiënten krijgen na verblijf op de IC, hebben geen directe relatie met leeftijd of ingreep. Hom: 'De opnameduur speelt mogelijk wel een rol, maar zeker niet altijd. Iemand met een ernstig hartinfarct bijvoorbeeld maakt in relatieve korte tijd een gang door het ziekenhuis. Van opname op de ic, naar dotteren, naar operatie. Dat heeft een enorme impact op mensen."

De kennis en ervaring over de gevolgen van ic-opname heeft al geleid tot aanpassing van werkwijze op de IC. Hom: 'We proberen patiënten zo snel mogelijk, zo wakker en comfortabel mogelijk aan de beademing te houden. Ook al liggen de patiënten aan de beademing, we halen ze toch uit bed, zodat ze hun spieren gebruiken. Het is een heel andere benadering dan - zoals het vroeger ging - horizontaal in slaap houden. Het is denkbaar dat je door die aanpak problemen juist over je afroept."

De extra aandacht voor nazorg is opmerkelijk in een tijd van kostenbesparingen, efficiëntiemaatregelen en marktwerking. Hom: "Het is een keuze die we maken. We kijken niet naar de kosten, maar vinden nazorg zo belangrijk dat we dit onze patiënten willen bieden. We willen kwalitatief hoogwaardige zorg bieden en de patiënten stellen dit enorm op prijs."

TC Tubantia door Hans Brok.